Wandelen langs het IJsselpad van Dieren naar Zutphen

Wat een verschil met de grijze, verregende zaterdag vorige week! Na het krabben van de ruiten rijd ik deze veelbelovende winterse dag naar Ommen om met een NS seizoensretour de trein via Zwolle naar Dieren te nemen. In de rugzak de routebeschrijvingen van de IJsselpad etappes 3 (Dieren – Baak) en 4 (Baak – Zutphen) en voor de zekerheid ook als GPS in OSMAnd.

Relive ‘IJsselpad van Dieren naar Zutphen’


Nijntjes vogeltjes in DierenDe aanleg van de verdiepte N348 tussen de spoorlijn en het centrum van Dieren is afgerond. Over de hagelnieuwe voetgangersbrug loop ik van het aankomstperron naar het Stationsplein. Waarom voor één van de stadsvilla’s een enorm Nijntje Vogeltjes beeld van Harrie Geelen staat opgesteld, weet ik niet, opvallen doet het eerder bij Nijntje Art Parade gebruikte beeld wel. Ik ben al vaker aan de wandel geweest in Dieren en kan op ervaring naar de veerpont lopen. Ik weet dat deze pas om 9u ‘in de vaart’ gaat en heb met uitzicht op de bemanning die de pont aan de overzijde van de IJssel in gereedheid brengen nog een tien minuten over om de zonsopgang met mijn crystal ball, focus op de reflecties in het water of de opgestelde sculptuur vast te leggen.

Crystal Ball bij IJssel Dieren 1Voor €1 krijg ik een privé overtocht op ‘Het mooiste punt om de IJssel over te steken!’ en kan ik de wandeling voortzetten over de bevroren Dierenseweg naar de IJsseldijk. Ook daar heb ik het rijk alleen, weidse uitzichten, honderden ganzen die zich in groepen hebben verzameld en het luchtruim kiezen als ik te dichtbij kom. Intrigerend is de Grote of Brummense Schans aan de overkant in de uiterwaarden dat tijdens de 80-jarige oorlog een belangrijk vestingwerk was. Tegenwoordig is de Gelderse Toren vanaf de oostoever van de IJssel in de winter goed te zien. Na ruim vijf kilometer dijkgang passeer ik het gesloten Kunstgemaal en Keukengemaal, de Groote Beek en loop ik de Slotheuvel van Bronkhorst op. Ook hier heeft een kasteel gestaan. Nu maakt een maquette en inscripties op het hekwerk rond de heuvel de geschiedenis zichtbaar.

Voorzijde kapel BronkhorstIn de kleinste stad van Nederland (slechts 157 inwoners, wel stadsrechten sinds 1482) maak ik wat foto’s en vervolg de officiële route. Ik sla te vroeg af, maar zie zodoende wel de Joodse begraafplaats Straalmanshof. Terug naar de Onderstraat en dan meteen maar een eerste pauze op het Toeristisch Overstappunt (TOP) net buiten de bebouwde kom. Met deze kou moet je niet te lang stilzitten. Weer door, langs een bomenlaan naar de Bakerwaardse Laak, ooit een IJsselarm, nu een brede sloot. Ten opzichte van het Trekvogelpad en het Graafschapspad gaat de route hier over het schouwpad en verderop langs de rand van weilanden richting Baak. Twee ruiters gaan me voor, een bijzonder gezicht tegen de witgerijpte grasvelden.

Wederopbouwboerderij Molenweg BaakAangekomen in Baak merk ik dat in het slot van de routebeschrijving van etappe 3 niet de moeite genomen is om de wandelaar te wijzen waar etappe 4 al opgepikt kan worden. Om vanaf de bushalte bij restaurant Herfkens de kleine kilometer terug te lopen vind ik onzin. Ik maak er een rondje Baak van, zie op die manier wel een fraaie Wederopbouwboerderij aan de Molenweg – Duitsers en geallieerden hebben langs de IJssel stevig huisgehouden – en kruis de Bakerwaardse Laak tweemaal om een eind noordelijker alsnog de N314 over te steken. De provinciale weg volgt de IJsseldijk en routebouwer Dolf Logemann vond terecht een slinger door het achterland interessanter dan het asfalt(betonnen) fietspad over de dijk.

Kerk en pastorie VierakkerDrie kilometer met een kleine onderbreking schouwpad weer, nu langs de Baakse Baak die me bij Wichmond brengt. Een wandelbankje bij een brug op bijna 19km wandelen is een mooi punt om weer even te rusten. Net voorbij het dorp ligt het buurtschap Vierakker met een imposante rooms-katholieke St. Willibrorduskerk (‘de mooiste kerk van Gelderland’) met pastorie en kroeg. De kerk staat pal tegenover de ingang van het beperkt toegankelijke landgoed ‘t Suideras. De families Van der Heijden en Ruys de Beerenbrouck, trouwe katholieken in een verder protestantse omgeving, wilden een kerk van ‘t eigen soort dichtbij huis. En zo geschiedde het.

Melktap aan HeerlerwegAan de Heerlerweg is een fotonenboer gevestigd. Hij oogst zonnestralen op zijn honderden panelen. Voor de behoeftigen biedt hij een melktap, €0,10 per beker of €0,40 per liter in een zelf meegebrachte fles of jerrycan. Twee kilometer verder is de IJssel weer in zicht. Wel grappig dat het laatste stuk over de IJselweg gaat. Discussies of het historisch meer juist is om over IJsel in plaats van IJssel te spreken, woedden in de jaren ’80. Deventer is sinds 1991 niet meer streng in de leer en accepteert de IJssel. De rivier heet nog altijd IJssel en de meeste straatnamen en andere verwijzingen zijn met dubbel s, terwijl bijvoorbeeld de Zwolse ziekehuizen De Wezenlanden en Sophia bij hun samengaan voor de Latijnse naam Isala kozen.

Sculptuur voor St Ludger die hier zijn zendingswerk in Achterhoek en Westfalen startteEen sculptuur is gewijd aan missionaris Liudger (of Ludger) die van 742 tot 809 leefde. In Daventria (nu: Deventer) herbouwde hij de verwoeste parochiekerk die Lebuïnus in 768 had gesticht, de voorloper van de Grote of Lebuïnuskerk. Liudger begon in 794 vanaf deze plek aan de IJssel zijn missiewerk in de Achterhoek en Westfalen langs de loop van de Berkel. De route volgt hier een flink deel van het Leestensche Broekpad, één van de vele Klompenpaden in Gelderland. Opvallend is het bungalowpark Bronsbergen verderop aan de rechterhand. Ik volg de dijk tot vlak voor de tunnel onder de N348 door om er scherp linksaf te slaan naar het buurtschap Bronsbergen.

Man met havik in uiterwaard BronsbergenDe zomerdijk af richting rivier stuit ik op een stel wandelaars die foto’s aan het maken zijn van een ander paar, dat met een roofvogel op de arm loop. Ik vraag de man welke vogel het is. Het is een havik en nadrukkelijk doet de man geen shows. Dit is ‘echter’. Wel bijzonder om een havik op een meter afstand te zien, rustig aan wat vlees pikkend. Dat krijg je bij een valkenier show niet zomaar voor elkaar. Ik volg het Klompenpad dichtbij de rivier. N348 viaduct over IJssel langs KlompenpadAls ik een foto dichtbij de brug van de N348 over de IJssel heb gemaakt, houdt een man die zijn hond uitlaat me aan. Of ik weet, dat ik niet verder kan lopen vanwege het hoge water. Nee, nog niet. De roestbruine windmolen en het pad naar gemaal Helbergen is onbereikbaar. Rest een gang terug naar de winterdijk en deze volgen. Ter hoogte van het gemaal zie ik welk stukje van het pad inderdaad onder water staat. Jammer.

Hoog water IJssel onderaan IJsseldijk ZutphenDe Berkel komt hier in de IJssel uit na 117km door Duitsland en de Achterhoek geslingerd te hebben. Het Berkelpad stroomopwaarts over de schouwpaden staat al enkele jaren op de nog eens te wandelen trajecten. Bij de jachthaven en iets verderop bij de verlaagde IJsselkade kan ik vanwege het hoge water opnieuw terug om het hogerop te zoeken. Ach, dicht bij de waterlijn jachten of de skyline van de rivier fotograferen is leuker dan het fietspad langs de IJsselkade. Een beeld van Ida Gerhardt op de kade, en dan nog een klein stukje langs de Molengracht voordat ik het stationsgebouw in m’n vizier krijg.

Henk Kleinhout – Van dwangarbeid en hongerlonen: de strijd om het bestaan aan het Twentekanaal

Al wandelend, fietsend of autorijdend rond of over het Twentekanaal denk ik regelmatig aan de totstandkoming van een dergelijk waterbouwkundig kunstwerk. Zeker in een tijd waarin geen GPS gestuurde graafmachines bestaan die precies letterlijk bergen werk kunnen verzetten. Hoe zou het geweest zijn om te graven, te bouwen en het landschap opnieuw in te richten in de jaren ’30. Daarover doet Henk Kleinhout in Van dwangarbeid en hongerlonen: de strijd om het bestaan aan het Twentekanaal 1930-1938 verslag. De landelijke overheid die de enorme werkloosheid in het land probeert te bestrijden met instrumenten als de werkverschaffing. Ontginning en bebossing, zoals de Zwarte Dennen bij Staphorst, het Engelandbos bij Collendoorn elders in de provincie Overijssel zijn nu nog steeds de resultaten daarvan. Ook de graafwerkzaamheden van het Twentekanaal, eerst van Zutphen naar Enschede en later de zijtak van Hengelo naar Almelo is als werkverschaffingsproject uitgezet en had honderden werknemers nodig. Gemeenten in de regio konden werklozen aanbrengen, niet per se geschikt.

De ellende die Kleinhout chronologisch beschrijift, gaat primair om de arbeidsomstandigheden (reizen, werktijden, overnachtingsmogelijkheden) en de variabele beloningsmechanismen die in het schimmige samenspel van gemeenten, opdrachtnemers en het Rijk werden ingezet. De lage, en in de loop van het decennium steeds lagere verdiensten, moesten de ingezette mensen enerzijds het idee geven, dat ze door hard te werken extra’s konden verdienen, de werkverschaffing niet als regulier werk met een fatsoenlijke beloning mochten zien, maar werkten ook rechtsongelijkheid en een explosieve sfeer op het werk, in de betrekkingen met leidinggevenden, plaatselijke ordebewaarders en het thuisfront op. Stakingen, maar matig gesteund door de vakbonden – die in de werklozen immers geen leden of contribuanten voor de eigen kassen zagen – zijn eerder regel dan uitzondering. De auteur schetst een onoplosbaar probleem. Dat het kanaal er uiteindelijk komt, lijkt een wonder.

Over de auteur

Henk Kleinhout (1936) was van beroep leraar Engels. Daarnaast was hij jarenlang jazzrecensent voor de Twentsche Courant. In de jaren ’90 studeerde hij geschiedenis in Utrecht waar hij in 2006 promoveerde op Jazz als probleem; een onderwerp dat de problematiek van de jazz behandelt in de wederopbouwperiode van Nederland. Hiervan verscheen ook een handelseditie. Verder schreef hij nog enkele werken over jazzmuziek. In 2013 kwam van hem een boek uit waarin de lotgevallen zijn opgetekend van de eerste Twentse socialist Gerrit Bennink als raadslid en wethouder van Hengelo (Ov) in het eerste kwart van de 20e eeuw.

 

Zie ook:

Wandelen langs het Hanzestedenpad van Dieren naar Zutphen en De Hoofdige Boer

Vandaag stond het traject van het Hanzestedenpad tussen Dieren en Zutphen, plus de dagwandeling De Hoofdige Boer vanuit Zutphen op het programma. Vanochtend vroeg eerst met de auto via Apeldoorn langs het Apeldoorns Kanaal naar de P+R bij station Dieren. Het is om 7.30u bij vertrek nog rustig. De villa’s aan de Noorderstraat maken plaats voor een monument bij de sluizen van het Apeldoorns Kanaal richting IJssel, waar in 1945 de Canadezen voor de bevrijding van het dorpje Spankeren zorgden.

De wandeling voert verder langs diverse landgoederen en havezaten, zoals De Bockhorst, Denk en Werk, De Kievit en De Wildbaan richting Brummen. Ten westen van Brummen ligt Kasteel Engelenburg.

Het Hanzestedenpad loopt hier een stuk gelijk met het LAW2 Trekvogelpad. Volgend landgoed op de route is Leusveld. Via de Slangenwal (gelukkig geen echte adders gezien) naar (voormalig) Rustpunt Bakkershoeve en langs de Oekensche Beek naar Huis Voorstonden met bijbehorend Natuurmonumenten landgoed. De stad Zutphen komt in zicht bij Landhuis Het Hoberink, waarna de afslag bij De Krune uitzicht op ‘t Huis Empe biedt.

Langs de akkers en wilgen kruist de route de spoorlijn, om via de wijk De Hoven over de IJsselbrug naar het Stationsplein van Zutphen te gaan.
<set_tag=”dierenzutphen”>
Iets voorbij het station staat de imposante Kruittoren. Langs de gracht en Berkel loop ik Zutphen uit. Er zijn intussen flink wat kilometers afgelegd en mijn voeten moeten nog steeds vrienden worden met de in Tsjechië gekochte nieuwe wandelschoenen. De route van De Hoofdige Boer stelt voor Huis De Voorst alleen vanuit de verte te laten bekijken, maar daarvoor is het kasteel in de stijl van Het Loo in Apeldoorn toch echt te mooi.

Zelf zoek ik de weg met de kaart naar Huize ‘t Velde, wat zuidelijker, aan de overzijde van de Berkel. Hier is nu een deel van de Politieacademie gevestigd en het ruikt buiten naar vers gebakken pannenkoeken.

Langs de Berkel over het schouwpad kom ik bij De Pas aan de Spoordijk, waar ik de officiële route inkort door links van het Afleidingskanaal van de Berkel het schouwpad te nemen en een kilometer verder weer linksaf naar Landgoed De Voorst te gaan. De tocht gaat dan verder langs Huis Den Dam om via de oostelijke wijken van Zutphen weer naar het station te voeren.


Wandelen langs het Hanzestedenpad van Deventer via Twello naar Zutphen

Vandaag stonden weer nieuwe etappes van het Hanzestedenpad op het programma. Waar andere landgenoten zich in 700km file in Frankrijk (Zwarte zaterdag) of homosexualiteit vereerden in Amsterdam (Gay Pride) of hun wandeling juist annuleerden vanwege de regen (Zuid-Holland), had ik een zonovergoten warme zaterdag in de Stedendriehoek tussen Deventer, Apeldoorn en Zutphen.


‘s Ochtends de auto geparkeerd achter het station in Deventer, op één van de plekken waar dat wel gratis kan en mag. Vervolgens via de Enkstraat, door het het Rijstenborgherpark naar de Boxbergerweg en de spoorbrug over de IJssel. Onder de brug bij de Singel aan het eind van het park viel me nu pas de bok op. En dat na 19 jaar in Deventer opgegroeid te zijn en talloze malen daarna teruggeweest in de Koekstad. Henk J. van Baalen heeft er in Deventer vertellingen ongetwijfeld over geschreven.

Het eerste deel van de wandeling is de NS dagwandeling Twellose landgoederen (apart routeboekje). Die heb ik ook merendeels vandaag voor het eerst gezien: Het Runderen, Cruysvoorde, De Parckelaer, Bruggenbosch, ‘t Wezeveld, Hartelaar, Hackfort Veenhuis, Het Zand en Het Schol. Heb je er geen genoeg van, kun je ten zuiden van Twello in Wilp je eigen landgoed, De Fliert, laten ontwikkelen. Wel geld meenemen, graag.


Het zicht op de IJssel en Deventer vanaf de Gelderse kant blijft mooi, in welk seizoen je maar komt. In m’n jeugd heb ik vaak over de dijk gefietst, ditmaal lopend naar Zutphen.


De routemakers van het Hanzestedenpad hebben op dit traject zoveel mogelijk asfalt gemeden. Veel grasdijk, graspaden, voetpaden, langs weilanden, door landgoederen. Opvallend veel wandelaars en fietsers ook vandaag. De fietsers doen vooral een rondje en steken via de Dommerholtsveer bij de Ravensweerd de IJssel over, doen een bakkie bij musemcafé De Kribbe, bekijken de ruïne van Slot Nijenbeek en gaan terug. Veel wandelaars doen of het Hanzestedenpad, een deel ervan in noordelijke of zuidelijke richting. Vriendelijkheid alom vandaag. Bij Slot Nijenbeek help ik met m’n routeboekje een ouder echtpaar die informatie over het voormalige kasteel miste.

Vanaf het gemaal v/d Feltz aan de Voorster Beek is het over een geasfalteerde dijk de weg volgen naar Zutphen. De brug over en het station ligt aan je voeten.


De trein terug naar Deventer als toetje van bijna 36km wandelen langs een mooi traject van dit lange afstand wandelpad.

28 wandelkilometers op Ooievaarstocht rond Gorssel

Jaarlijks organiseert de Wandelvereniging Gorssel de Ooievaarstocht in de prachtige, bosrijke omgeving van Gorssel en de uiterwaarden aan de IJssel tussen Deventer en Zutphen. Vandaag liep ik de 30 kilometer route die startte en eindigde bij Eetcafé De Hoek aan de Joppelaan in Gorssel. Streep 8 uur kon er gestart worden, wat een lange lint wandelaars op de eerste kilometers over de Ravensweerdsweg richting de uiterwaarden van de IJssel opleverde. De drukte was ik vooraan snel vergeten, omdat ik al rap bij de eerste 10 mensen liep, intussen terugdenkend aan de vroege tienerjaren dat ik vaak in deze omgeving fietste, klasgenoten opzocht en evenals vandaag genoot. En inderdaad veel ooievaars en dus ook een ooievaarsbuitenstation ‘t Zand aan de dijk. De eerste lus eindigde bij de kantine van de VV Gorssel voor een rust.

Daarna een 2e lus, opnieuw naar de uiterwaarden achter het buurtschap Quatre Bras, het voormalige kloostercomplex en de eerste kilometers Twentekanaal vanaf de IJssel. Via Eefde liep de route terug naar de voetbalkantine voor een 2e rust. De 3e etappe doorkruisde de bossen tussen Eefde en Gorssel, de villawijken (elke keer verdenk ik een plaatselijke makelaar van het sponsoren van de wandelvereniging) en het dorp Gorssel, dat deze (carnavals)dagen Kakkersgat heet. De route zou 30km zijn, de tijd verbaasde me (4u 35m), maar thuisgekomen, bleek de GPS logger ook ‘maar’ 28 kilometers geteld te hebben.