Doelgericht of gekopieerde hype?

Cover via Amazon

Waar gaat het over?

Wat Warren beschrijft is een ogenschijnlijk eenvoudig model voor gemeenteleven, gebaseerd op vijf Nieuwtestamentische elementen, die in evenwicht moeten zijn: aanbidding, gemeenschap, discipelschap, dienstbetoon en evangelisatie. Ook volgens Warren niets nieuws onder de zon: veel gemeenten en kerken onderkennen deze elementen, maar benadrukken er één of meer. Denk aan de eenzijdige focus op celgroepen, praise & worship, geestesuitingen, bedieningen, onderwijs of evangelisatie. Een gebalanceerde, geïntegreerde benadering van deze aandachtsgebieden en een sterke concentratie op de bovenliggende doelen in alles (lidmaatschap gemeente, organisatiestructuur, onderwijs, activiteiten, etc.) is uiteindelijk effectiever dan een partiële benadering. Als je gemeente gezond is, is groei vanzelfsprekend.

Warren opent zijn boek met de analogie van de surfer. God maakt de golven, wij moeten erop surfen. God inspireert en geeft gelegenheden, wij moeten durven uitstappen, oefenen en trouw zijn aan onze roeping. Het succes lonkt, maar wat eraan vooraf gaat, is ook belangrijk. Warren neemt je mee in het verhaal, vertelt over de aanpak, de mislukkingen, het bijstellen en schaven. Een lijst bronvermeldingen mist in het boek, en brengt de organisatoren van het Nederlandse platform op de gedachte, dat Warren het model zelf heeft uitgedokterd. Southern Baptist Rick Warren vertelt echter eerlijk, dat enerzijds het in de jaren ’70 ontwikkelde basismodel nog steeds opgeld doet in de Californische Saddleback gemeente, anderzijds in de praktijk gegroeid is. Natuurlijk is het onderwijs, dat Warren genoot op het Fuller seminarie, zijn persoonlijkheid (“synthesizer and systematizer”, zoals hij zelf zegt en meermalen wordt bevestigd in Purpose Driven Church), het vooraf uitgevoerde veldwerk en het luisterend oor bij invloedrijke denkers als managementgoeroe Peter Drucker, vormend geweest.

Toepassing

Toepassen van de principes (Warren waarschuwt bewust voor het gebruik van methoden) is, anders dan de initiatiefnemers voor het Platform suggereren, niet zomaar in te passen in bestaande structuren. Nogal wat heilige huisjes worden bedreigd met sloop. Het aantal eye-openers is onthutsend groot!

Instant succes ligt op de loer: Wie verlangt naar zegen doet er verstandig aan de stappen in het handboek zorgvuldig te volgen. Christenen kunnen Een Doelgericht Leven, dat een programma biedt voor ‘Veertig Doelgerichte Dagen’, voor hun persoonlijke stille tijd gebruiken, maar eigenlijk is het bedoeld voor de hele gemeente. Het argument “Als dit werkelijk alleen maar typisch Amerikaans gedoe zou zijn, leg me dan eens uit waarom het levens van nuchtere Nederlanders verandert,” is gemakkelijk te weerleggen met voorbeelden als de Toronto Blessing, de praise & worship beweging, de veranderde eetcultuur en de invloed van Amerikaanse films en muziek. Wat blijft is Saddleback geweldig voorbeeld en de nuchtere conclusie van Rick Warren, dat de grootste kerken nog vorm moeten krijgen. En het doel? Bigger is better? Nee, de visie die God je geeft als leider voor jouw gemeente in jouw geografische en culturele context als tuinman tot wasdom brengen.

En Rafaël gemeente Sion? Het Kerygma-materiaal dat voor het vervolg van de startcursus en de training van leiders wordt gebruikt, de ondersteuning die de leiders krijgen om de gemeentevisie te formuleren, te communiceren en te detailleren zijn mede geïnspireerd door Rick Warren’s boeken. Niet najagen van succesformules, maar dankbaar gebruik maken van. Meer informatie: www.doelgerichtleven.nl.

Bijbellezen: Kinderlijk simpel?

“Lees je Bijbel, bid elke dag” wordt de eerste kinderjaren praktisch gemaakt als Lees voor uit de Bijbel, bid met je kinderen. Welke Bijbel pak je dan om je kroost echt te ‘pakken’? Vroeger lazen m’n ouders voor uit Anne de Vries’ Grote Vertelboek, kochten de hele serie Bijbel in Beeld voor ons en lazen voor uit stichtelijke kinderboeken van W.G. van der Hulst. Tegenwoordig is het aanbod veel groter, en met drie eigen kleine kinderen de eigen ervaring ook. Een goede keuze blijft lastig, en wordt voornamelijk bewezen in de praktijk met jouw kinderen in een bepaalde leeftijd en ontvankelijkheid. Je eigen inbreng, boeiend kunnen vertellen, uitleg bij afbeeldingen en het stellen van controlevragen dragen bij aan het oppikken van geloofswaarheden door je koters. Hier een (eerste) handreiking met een kwartet in ons gezien gebruikte kinderbijbels. De Kinderbijbel in 365 geïllustreerde vertellingen van Mary Batchelor (ISBN 9026610513) heeft korte in één 3 minuten te lezen verhaaltjes. Een breed scala onderwerpen, inclusief de oudtestamentische koningen, Psalmen, Spreuken en enkele profeten, de brieven van Paulus, Jakobus en Johannes komen aan bod. Geschreven om voor te lezen aan 5-6 jarigen, hoewel jonger ook kan.

De Bijbel voor jou! van J.H. Mulder-van Haeringen (ISBN 9063531699), geschreven voor haar gehandicapte dochter en verder voor een iets jonger publiek dan de vorige bijbel, 4-jarigen. De geïllustreerde verhalen zijn wat langer, en kosten dikwijls 2 maaltijden. Een smallere basis aan gebruikte bijbelboeken, zonder essentiële verhalen te missen.

Nog korter van verhaalstof, maar expressiever geïllustreerd, is de Ontdekkings Bijbel (ISBN 9063533330), die –vertaald uit het Engels- door Medema en Stichting Antwoord wordt verspreid. Voorlezen kan voor 3-6 jarigen, maar het boek is uitermate geschikt om kinderen zelf te laten lezen.

De ARK Boeken kinderbijbel (ISBN 90333823276) bestaat uit 52 afzonderlijke deeltjes, 30 verhalen uit het Oude Testament en 22 uit het Nieuwe Testament. Rijkelijk geïllustreerd worden voornamelijk de spectaculaire, kinderen aansprekende, verhalen als Noach, Simson, David en Goliath, De goede herder, Lazarus, Paulus in Damascus belicht. Eenvoudig taalgebruik en dus zeer geschikt voor nog jonge kinderen, of om zelf te laten lezen.

Onbezonnen om PRINCE2 af te serveren

Is het gek om projectbetrokkenen een week op cursus te sturen om zich de spelregels eigen te maken? Werd en wordt niet regelmatig de spelleiding louter bij de projectleider neergelegd, die dan hoe dan ook altijd het haasje is? Wie is gebaat bij een niet functionerende stuurgroep, lijnmanagers die zonder pardon schaarse projectmedewerkers terugtrekken, of een project dat door de omgeving al bij voorbaat als mislukt wordt beschouwd?
Is het dan niet de kracht van een methode als Prince II om continu de bedrijfseconomische rechtvaardiging te zoeken in een actuele business case? Is ‘management by exception’ dan niet veel slimmer dan een maandelijkse stuurgroepvergadering, waarin de aanwezigen niet of net een berg papier hebben doorgeworsteld, zonder adequate maatregelen te kunnen treffen?
Valt Prince II te verwijten dat het tot spreadsheetmanagement leidt? Natuurlijk is een ‘issue’- of ‘risk log’ niet exclusief voorbehouden aan Prince II. Een kwaliteitsborgingfunctionaris zou zonder besef van de nieuwste ict-projectmanagementmethoden dezelfde maatregelen aanbevelen. Als het gevoel ontstaat alleen maar druk te zijn met lijstjes, past nuchterheid. Waarom doen we dit? Kan het efficiënter? Gebruiken we de juiste hulpmiddelen?
Door methoden als Prince II als ‘arrogant en zelfgenoegzaam’ te verwerpen, blijft de ict-branche achterlopen bij andere industrieën als elektronica en telecommunicatie. Juist de best practices uit de Britse telecomsector (‘stroperig’ in Keetels’ woorden) vormen de basis voor Prince II. Nee, het certificeren als Prince II Practicioner maakt je geen goede projectmanager. Prince II karakteriseren als ‘systeem om projectmanagement-kamergeleerden te maken’ of samen te vatten in de term ‘verwachtingsmanagement’ is onbezonnen.
Rest de vraag wat dan wel de oplossing is. Ofwel, als Prince II totaal ongeschikt is, wat dan wel?

Deus ex machina

      No Comments on Deus ex machina

Best leuk, maar je moet als niet-machine wel wakker blijven om op tijd jouw partijtje te spelen! Meer bands probeerden dit eind jaren ’80. Vermakelijk voor de kritische toeschouwer, als een drummer of toetsenist weer eens tegen de strak voorgeprogrammeerde drum- en begeleidingspartijen aan zit te spelen. Ondanks kwam ik in een internet nieuwsgroep de posting ‘use of drum computer in church service’ tegen. Het deed me denken aan de praktisch onbruikbare zo’n 10 jaar geleden zelf met een sequencer opgenomen Opwekkingsliedjes. Dat een gemeente begeleiden gewoon moeilijk is -we houden ons bij de samenzang gewoon niet aan maat & tempo- is een gegeven voor elke kerkmuzikant. Het maakt dan niet uit, of je kerkorganist bent, of meespeelt in een combo.

Overigens lijkt de gemiddelde organist te slapen, zozeer sleept hij de gemeente door een psalm, lofzang of geestelijk lied, dat terwijl het voor- en achterwaarts wiegen je op kerkorgelles toch echt bijblijft. Om in de afgesproken cadans te blijven, gebruikt de drummer of bassist een metronoom en het orkest een dirigent. Ik trek twee conclusies. 1. We hebben allemaal leiding nodig; die kunnen we niet aan machines overlaten. 2. Te strakke muzikale kaders knellen de creatieve geest. Twee luistertips in dat kader. Op de ‘luisterplaat’ Seven Hills giet Adrian Snell thema’s van zijn overbekende thema-albums in een ambient formaat. Op A Symphony of Hope laat Geoff Bullock door hem geschreven Opwekkingsliederen als The Power Of Your Love en The Heavens Shall Declare uitvoeren door het Symphony Orchestra of Prague. Dat klinkt heel anders dan een drum en gitaar, laat staan een geprogrammeerde synthesizer.

Wie wordt er beter van IAS?

In 2005 zullen in Europa de International Accounting Standards (IAS) worden ingevoerd. Alle Nederlandse banken en verzekeringsmaatschappijen zijn dan verplicht om de internationaal gestandaardiseerde financiële verslaggeving toe te passen. Dat betekent vooral voor veel verzekeringsmaaschappijen een enorme toegevoegde werklast. Wie erop voorbereid wil zijn, moet nu al maatregelen nemen. En dat is na Y2K en de invoering van de euro een nieuwe uitdaging.

Wereldwijde opmars IAS

De boekhoudsystemen die in verschillende landen worden toegepast lopen zodanig uiteen dat men de resultaten niet op betrouwbare en transparante manier kan vergelijken. Sinds het begin van de jaren tachtig wordt daarom geprobeerd tot een gemeenschappelijke standaard te komen, de International Accounting Standards  (IAS), tegenwoordig ook aangeduid als International Financial Reporting Standards (IFRS).

Het stelsel van IAS – bestaande uit enkele tientallen richtlijnen – wordt voortdurend  ontwikkeld, aangescherpt en verbeterd. Tegenwoordig is dit toevertrouwd aan de International Accounting Standards Board (IASB). De wetsvoorstellen voor de toepassing van IAS in Nederland liggen ter goedkeuring voor aan de Tweede Kamer.

IAS en verzekeraars

Vooruitlopend op de officiële introductie van IAS in Nederland  is de Raad voor de Jaarverslaggeving vanaf begin jaren negentig begonnen bestaande IAS om te zetten in richtlijnen voor de Nederlandse praktijk. Vanaf 2005 moet IAS dus integraal worden toegepast. Afwijkingen zijn niet mogelijk. Nieuwe richtlijnen zoals die voor gebruik en waardering van financiële instrumenten (IAS39) en pensioenverplichtingen (IAS19) doen in Nederland het nodige stof opwaaien. De in ontwikkeling zijnde standaard voor verzekeringscontracten, momenteel met de status Draft Statement of Principles, zal – vanwege de ingrijpende gevolgen – gefaseerd ingevoerd worden.

Fair value Accounting

Er vindt veel discussie plaats over toepassing van fair value accounting. Fair value betekent dat de actuele waarde van de bezittingen en schulden van een bedrijf worden uitgedrukt op de balans en dat de resultatenrekening hiervan een afgeleide is. Het is geen verrassing dat tegenstanders voornamelijk zijn te vinden bij verzekeraars, banken en pensioenfondsen. Fluctuaties in het tegen marktwaarde als balanspost opgenomen belegd vermogen hebben grote impact op de resultaten. Deze resultaten zijn echter feitelijk niet altijd gerealiseerd. Volatiliteit in gepresenteerde resultaten wordt doorgaans niet gewaardeerd door beleggers en kan het verkrijgen van kapitaal lastig maken. Vanuit het vakgebied accounting worden instrumenten als productportfolio en hedge accounting aangedragen. IAS stelt echter ook voorwaarden aan het gebruik van deze instrumenten. Herleidbaarheid is daarbij een belangrijk trefwoord.

AFM als toezichthouder

De IAS winnen aan gezag als ook actief toezicht op de naleving van de voorschriften is verzekerd. Tot nu toe was het toezicht passief, maar met de introductie van IAS in 2005 wordt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) actief toezichthouder. De AFM loopt zich inmiddels warm en vult de meegekregen opdracht in met procedures en aandachtsgebieden.

Overstappen op IAS

Voor verzekeraars is het lastig zich goed voor te bereiden binnen een dergelijke dynamische context. Dat wil niet zeggen dat uitstel de juiste remedie is. Niet voor niets zijn grote concerns als Aegon, ING en Achmea al in 2001 begonnen met het conversietraject. Want al vanaf 2004 zal op basis van IAS moeten worden geadministreerd om een jaar later de vereiste vergelijking tussen boekjaren te kunnen maken. En dat betekent weer, dat de financiële en administratieve systemen al eind 2003 op IAS moeten zijn voorbereid.

Méér dan een conversie

De implementatie van IAS vergt in korte tijd ingrijpende wijzigingen in de financiële processen en automatiseringssystemen. Natuurlijk zullen eerst en vooral de interne accountantsdienst en het financieel management zich zorgen maken over de consequenties. Het al dan niet akkoord bevonden worden door de externe accountant en toezichthouder staat op het spel.

De volgende in rij is de ICT manager die zich na Y2K en euro weer eens genoodzaakt ziet binnen uitermate korte tijd veel en complexe wijzigingen in het automatiseringslandschap door te voeren. Als een rij dominostenen trekt IAS door de organisatie. Oplossingen moeten worden ontworpen, geïmplementeerd en geaccepteerd. Ook zijn opleidingen, vernieuwde spelregels en werkwijzen nodig. Pas dan is de verzekeringstechnische en bedrijfsadministratie zodanig ingericht, dat snel en efficiënt verzamelen, consolideren, rapporteren over en beslissen op basis van de prestaties mogelijk wordt.

Voordelen van toepassing

Voor rapportage conform IAS moeten veel meer gegevens worden vastgelegd en verzameld. Terecht is dan de vraag of een en ander leidt tot een verzwaring van de administratieve lasten. Voor het totale Nederlandse bedrijfsleven is dat niet het geval. Bij verzekeraars ligt dat anders.

Waar zijn dan de voordelen te vinden?

De transparantie die de standaard IAS biedt, is handig bij het verschaffen of aantrekken van kapitaal. Extern gericht risk en credit management, beleggingsstrategie en communicatie krijgen met IAS een duw in de rug. Belanghebbenden worden effectiever geïnformeerd over de aantrekkelijkheid als investering, zakelijke partner of werkgever. Het gemeenschappelijke begrippenkader en opnieuw ingerichte proces biedt ook de mogelijkheid intern meer en beter op prestaties te sturen.

Op technisch vlak wordt hierop ingespeeld door de promotie van eXtensible Business Reporting Language (XBRL), een op open standaards gebaseerde gemeenschappelijke ‘taal’ ten behoeve van informatievoorziening aan financieel analisten, aandeelhouders en andere belanghebbenden. Nederlandse brancheorganisaties, accountantsfirma’s en leveranciers van financiële systemen hebben deze standaard inmiddels omarmd.

Conclusies

IAS biedt verzekeraars genoeg uitdagingen. Wie nu nog moet beginnen met de voorbereidingen is al erg laat. Cherry picking is niet toegestaan bij de interpretatie en toepassing van IAS. Een partiële aanpak waarbij alleen de interne accountant of financiële afdeling betrokken wordt, is niet effectief.  De bekende vraag naar meerwaarde, “What’s in it for me?”, kan gelukkig met voordelen beantwoord worden. Zo wordt de gedwongen toepassing van IAS een middel om beter op resultaten te kunnen sturen.

Bron: IAS Conversiemethode Cap Gemini Ernst & Young