Sinterklaas wie kent hem niet?

      No Comments on Sinterklaas wie kent hem niet?

Het liedje Sinterklaas wie kent hem niet is van Henk Temming & Henk Westbroek

Nomen est omen

Nog als heilige vereren of niet? Nicolaas leeft tot op de dag van vandaag voort in populaire voornamen als Nick, Niek, Nicky, Klaas, Klazien, Klaziena, Klaasje, Nickolas, Niklas, Nico, Nicolaas en Nicôle.

Nomen est omen. Zijn naam “Niko-laus” betekent: “overwinnaar voor het volk”. Die naam laat zien dat hij de mensen hielp tegen het kwaad dat hen bedreigde.

Hoe word je een kindervriend?

Sint Nicolaas staat bekend als de grote kindervriend. Hij is dat geworden door een oude legende. Een wreed verhaal! Drie studenten waren op reis en besloten te overnachten in een herberg. In hun slaap werden ze door de herbergier en zijn vrouw beroofd en vermoord. De herbergier sneed hun lichamen in stukken en stopte ze ingepekeld in een vleeskuip.

Kort daarna kwam Sint Nicolaas langs de herberg. Hij vermoedde wat er gebeurd was en wist de drie jongemannen weer tot leven te roepen.

Op plaatjes staat de bisschop daarom vaak met de kuip en de drie studenten afgebeeld. Die zijn dan heel klein getekend. Het was in die tijd gewoon om zo´n belangrijke heilige als Nicolaas ook groter af te beelden dan de gewone mensen om hem heen. De mensen uit latere tijden die die plaatjes zagen snapten dat niet meer. Ze dachten dat het om kinderen ging die om Nicolaas heen stonden. Zo werd hij de patroon, de beschermheilige van de kinderen.

Het vieren van Sinterklaas

In de middeleeuwen werd op 6 december door scholieren het Nicolaasfeest gevierd. Een jongen werd tot bisschop gekozen. Hij werd bijgestaan door zwartgemaakte jongens en zij kregen voedsel en geschenken. Ook kregen scholieren soms van een welgestelde heer een vrije dag en geld om het Nicolaasfeest te vieren. Later ging men ook arme kinderen trakteren. Zo ontstond een volksfeest, waarin de schoen of klomp als vindplaats van geschenken een rol ging spelen. Op de avond voor 6 december werden vooral voor de kleinsten geschenken en lekkers bij de schoorsteen gelegd.

In de 17e eeuw werd Nicolaas meer een onzichtbare kindervriend, opvoeder en huwelijksmakelaar. Tot 1845 werd er wel over Sinterklaas gesproken en gezongen. Hij trad niet in het openbaar of in huiselijke kring op. Ook gaf hij aan stoute kinderen de roe. Van Zwarte Piet is nog geen sprake! Pas na 1845 verschijnt Sinterklaas in het openbaar, gekleed als bisschop. Langzaam zal Zwarte Piet zich naast de Sint voegen; in de praktijk en in boeken. Hij heeft de rol van bestraffer en boeman. De roe neemt een heel bijzondere plaats in. In de middeleeuwen was de roe een strafwerktuig, maar een roe kun je ook zien als symbool van vruchtbaarheid. Kinderen die de roe kregen, waren eigenlijk te oud voor het Sinterklaasfeest, dus vruchtbaar.

De grote promotor van Sinterklaas in Nederland is Jan Schenkman geweest. Hij leefde van 1806 tot 1863 in Amsterdam. Van zijn hand is onder andere het lied ‘Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan’. Die stoomboot was zijn vinding en heeft het sindsdien goed volgehouden. Spanje als land van herkomst kwam al in eerdere gedichten voor, zoals in:

“Sinterklaas goed heilig man, trek uw beste tabberd an. Reis daarmee naar Amsterdam, van Amsterdam naar Spanje.’

Verering van Sinterklaas, zelfs als heilige

Nergens wordt Sinterklaas vuriger vereerd dan in Nederland. Nergens ook is de verering meer tegengehouden. De Calvinisten hebben eind 16de eeuw de Nicolaasviering officieel verboden “om de jeugd het bijgeloof van het pausdom uit het hoofd te houden. Het is immers” zot om kinderschoenen te vullen met allerlei snoeperij en slikkerdemik; die zoiets doen hebben geen begrip van de ware religie”.

De ironie wil dat het ontbreken van historische gegevens Paus Pius VI in 1969 noopte de eeuwenlang vereerde Nicolaas af te voeren van de officiële heiligenkalender. Paus Paulus VI verklaarde in 1970: “Hij mag vereerd worden, maar het hoeft niet meer.”

Kinderheld af

Van de huidige verschijningsvorm Sinterklaas, de kindervriend, moet je heel wat historisch en legendarisch gegroeid materiaal verwijderen wil je terug naar de basis van de historische Nikolaus.

In 1087 werd zijn gebeente door Noormannen geroofd, althans een gedeelte daarvan en dat werd overgebracht naar Bari, gelegen aan de zuid-oostkust van Italië. Daar ligt hij begraven onder het hoogaltaar. In Bari viert men zijn feestdag op 9 mei, de dag van de overbrenging van zijn gebeente. Hij komt dan nog steeds per boot aan. Vanaf die tijd is zijn verering in het westen verder uitgebreid. Hollandse koopvaarders hebben de populariteit van Sint Nicolaas overgebracht naar de stad Amsterdam, waarvan ‘Sinterklaas’ de patroon is.

Spanje
Sinterklaas komt elk jaar uit Spanje. In de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, toen de Sinterklaasviering ontstond in ons land, was Spanje een machtig land en kwamen alle belangrijke personen daarvandaan. Bari was destijds een Spaanse enclave.

Schimmel
Sinterklaas rijdt op een witte schimmel over de daken. Dat stamt af van de verhalen van onze voorouders, de Germanen. Hun god Wodan reed ´s nachts langs de hemel op zijn achtbenige paard Sleipnir. Hij had en lange baard, droeg een mantel en had in zijn hand een speer.

Zwarte Piet
Het knechtje van Wodan was Oel. Oel betekent wiel of zonnerad. Hij staat voor de jaargetijden, zomer en winter die elkaar afwisselen. Na de donkere winter zou het zonlicht weer terug komen. Het “zwart” van Zwarte Piet en het “wit” van Sint-Nicolaas zijn symbolen: ze beelden de strijd uit tussen licht en donker, dag en nacht, zomer en winter, goed en kwaad. Het heeft dus niks te maken met huidskleur en discriminatie. Zwarte Piet verbeeldt het kwaad dat de mensen angstig maakt. Met veel lawaai stuurt hij alles in de war en heeft daar plezier in. Maar je hoeft niet echt bang te zijn voor deze duistere figuur, want het “Goede”, Sint Nicolaas, heeft hem goed in bedwang. De goedheiligman heeft hem tot knecht gemaakt en dwingt hem om het goede te doen. Zwarte Piet heeft zijn macht verloren. Om zijn kunstjes kun je lachen.

Schoorsteen, schoen en wortel
Dat komt ook allemaal van Oel af. Die daalde voor Wodan af naar de aarde. Hij speurde naar offers die de mensen onder het rookgat van hun huis klaarzetten om de “Woedende” (= Wodan) rustig te maken. Zodat hij aan de winterhemel niet flink te keer zou gaan. Om straks weer een goede nieuwe oogst te hebben offerden de mensen wat ze nog hadden: een laatste bos hooi en winterpenen of wortels.

Appeltjes van oranje
Die appeltjes uit een sinterklaasliedje komen uit een legende. Een buurman van Nicolaas was een arme man. Hij had drie dochter die heel mooi waren maar niet aan een man konden komen omdat ze geen bruidsschat konden betalen. Gelukkig kwam Nicolaas te hulp. Hij gooide een hoop gouden muntjes naar binnen. In latere verhalen werden de munten eerst drie goudklompen, daarna gouden ballen en tenslotte gouden appels. Door deze legende werd Nicolaas ook de beschermheilige van de jonge meisjes.

Chocoladeletter

“Ik zou wel willen schrijven, maar alleen als ik het kan doen in eetbare letters.” (aan Nicolaas toegeschreven uitspraak tijdens een bisschoppenconferentie.

Wie was de bisschop van Myra, deze Turkse gastarbeider avant la lettre?

Rond het jaar 270 werd Nicolaas geboren als zoon van een rijke koopman in Patara in de provincie Lycië in het huidige Turkije. In zijn tijd viel Lycië nog onder het Griekse deel van het Byzantijnse Rijk. Zijn vader heette Epifario en zijn moeder Johanna.

Toen hij in een badje gestopt werd, ging hij overeind staan, met gevouwen handjes, en dankte God langdurig voor de voorspoedige bevalling. Verder weigerde hij op vastendagen resoluut de moederborst!

Hij verloor op jonge leeftijd zijn ouders.   Hij werd door zijn oom Nicolaas tot priester gewijd.  Van het van zijn ouders geërfde geld hielp hij velen die in nood verkeerden.Op een zeereis stilde hij, door gebed, een zware storm; daarom wordt hij als patroon van de zeelieden vereerd. In het Oosten wordt de heilige Nicolaas buitengewoon vereerd als grote wonderdoener en als verkondiger van Gods Woord.

Veel legendes worden over hem verteld; het uitdelen van de bruidschat voor drie dochters die, door geldgebrek, verkocht zouden worden om de bruidschat te kunnen opbrengen; het redden van drie kleine kinderen, tijdens een hongersnood, die vermoord waren en in een vat ingepekeld lagen; het redden van mensen die ter dood veroordeeld waren, door hun onschuld te bewijzen.

Patroon van: Rusland, misdienaars, kinderen, jonge vrouwen, pelgrims, reizigers, advocaten, rechters, notarissen, kooplui, apothekers, waarden, wijnhandelaren, parfumfabrikanten, parfumhandelaars, zeelui, matrozen, vissers, vlotschippers, molenaars, bakkers, korenhandelaars, zaadhandelaars, slagers, bierbrouwers, jeneverstoker, boeren, wevers, stoffenverkopers, kanthandelaren, steengroevenarbeiders, kuipers, steenhouwers, kaarsenmakers, brandweer, gevangenen, knopenmakers.

Patroon tegen: watersnood, zeegevaar, dieven.

Patroon voor: gelukkig huwelijk, terugkrijgen van gestolen goederen.

Later rond het jaar 300 werd Nicolaas bisschop van Myra, destijds een van belangrijkste steden van de Turkse landstreek Lycië. een stad aan de Lycische kust, iets ten westen van de badplaats Antalya.

In deze periode begon de christenvervolging weer onder keizer Calerius Valerius Maximus. De heilige Nicolaas kwam ook in de gevangenis terecht en werd zwaar gefolterd. Toch wist hij onder erbarmelijke omstandigheden en met veel pijn deel te nemen aan het Concilie van Nicea (325).

Op 6 december in het jaar 342 overlijdt de bisschop van Myra op 62-jarige leeftijd.

Met de mijter slaan?

Als bisschop moet hij aanwezig zijn geweest op het eerste Concilie van Nicea. Nergens echter is hiervan een historische aanwijzing te vinden. Dat had zijn reden.

Arius, ouderling in Alexandrië, leerde dat Jezus niet God is, maar een schepsel van God. De Zoon stond onder de Vader, naar zijn mening. Hij werd door een synode onder leiding van Alexander, Patriarch van Alexandrië, veroordeeld, maar kreeg veel steun van andere bisschoppen. Keizer Constantijn riep in 325 een synode bijeen in Nicea, om de zaak uit de wereld te helpen.

Bisschop Nicolaas ergerde zich zo zeer aan Arius’ godslasterlijke praat, dat hij opstond en Arius met zijn mijter om de oren sloeg. Nicolaas werd hiervoor zwaar gestraft. Zijn stola (symbool van zijn wijding) en bijbel werden hem afgenomen en hij werd gevangen gezet. In diepe verslagenheid verscheen hem echter in de derde nacht Christus zelf met een nieuwe bijbel en de Moeder Gods met een nieuwe stola.

Athanasius, de steun van Alexander, en later zijn opvolger, was een belangrijke woordvoerder van de katholieken, dat wil zeggen de aanhangers van de drieëenheid: de Zoon is God en stond naast de Vader. Arius werd op deze synode veroordeeld, en Athanasius kreeg de taak, de officiële leer in een geloofsbelijdenis onder woorden te brengen.
De veroordeling van Arius leidde niet tot rust in de Kerk. De hele vierde eeuw bleven er conflicten tussen Arianen en Katholieken bestaan, vooral ook omdat de keizers vaak (om politieke redenen) van mening veranderden over wie zij zouden steunen.

Vervolgens werd in 381 na Chr. op het Concilie van Constantinopel de Heilige Geest aan deze goddelijke gelijkwaardigheid toegevoegd. de geloofsbelijdenis van Nicea bevestigde, en keizer Theodosius, de laatste keizer van het hele Romeinse rijk, zorgde ervoor dat het Romeinse rijk de Katholieke versie aanvaardde.

Ambrosius was nu de leider van de Katholieken, maar die kwam niet uit Egypte. Andere volkeren bleven overigens nog lang Ariaans, bijv. de Gothen, de Vandalen, de Alanen en de Lombarden. Theodosius maakte het Christendom tot staatsgodsdienst, en sloot bijv. de tempels van Isis. De tempel van Philae, die sinds de dam bij Assoean op het eiland Agilka staat, een bekende toeristische attractie, bleef overigens nog ruim honderd jaar open.

Definitief werd de leer van de drie-eenheid vastgesteld op het Concilie van Chalcedon in 451 na Chr.

Nicolaas, zijn overtuiging, boodschap en getuigenis

Drie-in-een, Eén God, maar toch Vader, Zoon en Heilige Geest

Een nicht stelde laatst op haar weblog rondom de discussie over godslastering: “Nergens in de bijbel staat God is Drie, integendeel, er staat God is Eén, maar wat doet het christendom? Juist. Lezen en tellen is moeilijk ;-)”

Hét onderscheidende element van Godsopenbaring aan de joden temidden van de omringende volkeren “Hoor, Israel: de HERE is onze God; de HERE is een!” (Deuteronomium 4:6 NBG) en “Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!” (W95/NBV), zowel de eenheid als het unieke vormt één van de centrale boodschappen in zowel het Oude als Nieuwe Testament.

Jezus en de apostelen bevestigen dit in Marcus 12:29 (het grote gebod)

Romeinen 3:29-30 uit NBV: “Is God soms alleen de God van de Joden en niet die van de heidenen? Zeker ook die van de heidenen, want er is maar één God, en hij zal zowel besnedenen als onbesnedenen op grond van hun geloof als rechtvaardigen aannemen.”

1 Corinthiërs 8:4: “Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Een.”

Is Jezus God?

Johannes 5:19-23: “Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo. Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet, en Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft.”

Johannes 5:26: “Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.”

Johannes 1:1,3,14: “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.”

Filippenzen 2:6-11 (NBV): “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood–de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, ‘tot eer van God, de Vader.”

Titus 2:11-15: “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk: niemand mag u verachten.”

Is de Heilige Geest ook God?

Johannes 14:16,26: “En ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om in eeuwigheid bij u te zijn. Maar de Trooster, die de Vader zal zenden in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.”

Mattheüs 28:20: “Zie, Ik ben met u al de dagen.”

Handelingen 5:3-4 “Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Gij hebt niet tegen mensen gelogen maar tegen God.”

Er is maar één God, één naam waarin we gedoopt en gezegend worden

Efeziërs 4:3-6 (NBV) “Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.”

Mattheüs 28:19: “En doopt hen in de naam van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest.”

2 Corinthiërs 13:14 (NBV): “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen.”

Judas 20b-21: “Bewaart uzelf in de liefde Gods…door te bidden in de Heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwigen leven.”

In de kerkgeschiedenis is het begrip drieëenheid voor het eerst gebruikt door Tertullianus (160-220). Hij gebruikte in zijn boek tegen Praxeas de uitdrukking ‘trinitas’ om de godheid aan te duiden. God is, volgens Tertullianus, één wezen in drie personen oftewel God is drie-enig. Hij formuleerde dat als volgt: tres personae una substantia. (“U die één in wezen zijt.” Opwekking 402)
De geloofsbelijdenis opgesteld door Athanasius, later de geloofsbelijdenis van Nicea (versie na vaststelling in 451)

“Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle tijden, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God, geboren en niet gemaakt, één van wezen met de Vader, en door wie alles is gemaakt, die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald uit de hemel en is vlees geworden van de heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden; die ook voor ons is gekruisigd, onder Pontius Pilatus geleden heeft en is begraven en ten derde dage wederopgestaan naar de schriften en, opgevaren te hemel, zit ter rechterhand van de Vader en zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; en zijn Rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest, de Heer, die levendmaakt, die uitgaat van de Vader en de Zoon, die met de Vader en de Zoon tezamen aanbeden en mede verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.
En één heilige, algemene, en apostolische Kerk. Wij belijden één Doop tot vergeving der zonden. En wij verwachten de opstanding der doden en het leven in de toekomende eeuw.”

In tegenstelling tot de twee andere geloofsbelijdenissen heeft de Apostolische geloofsbelijdenis (geschrift uit 8e eeuw) een liturgische achtergrond en niet een strijd over de rechte leer.

Ik geloof in God de Almachtige Vader En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer Die ontvangen is van de Heilige Geest Geboren uit de maagd Maria Die geleden heeft onder Pontius Pilatus Is gekruisigd, gestorven en begraven Die nedergedaald is ter helle, De derde dag verrezen uit de doden Die opgestegen is ten hemel,Zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader Vanwaar hij komen zal om te oordelen De levenden en de doden Ik geloof in de Heilige GeestDe heilige katholieke (of universele) Kerk De gemeenschap van de Heiligen De vergeving van de zonden De verrijzenis van het lichaam En het eeuwig leven. Amen.

Geloof in de praktijk: woord en daad; wonderen en tekenen

Waar Nicolaas’ opvliegend karakter nog niet direct getuigt van de vrucht van de Geest, spreken zijn daden duidelijk van een christenleven.

omzien naar wees & weduwe (Deuteronomium 10:18-19 NBV)

“Hij (de HERE) verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.”

barmhartigheid (Jacobus 2:13 NBV)

“Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel.”

uitdelen, te eten geven (Mattheüs 25:35 NBV)

“Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,”

wonderdoener (Marcus 16:17-18 NBV)

“Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.”

storm stillen door gebed (Johannes 14:12-13 NBV)

“Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt.”

opzienersambt (1 Timotheüs 3:1 NBV)

“Het is een waar woord: als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven.”

Nicolaas’ getuigenis: een verwijzing naar Jezus Christus in de advent

Vanuit traditie, volkscultuur en legenden kan de persoon van Sint Nicolaas getypeerd worden als: het goede, iemand die het menselijk leven door en door kent, barmhartig is en vergevingsgezind.

Hij inspireert om het leven voor elkaar de moeite waard te maken.

Hij heeft een zorgzame aandacht, vooral voor menselijk leven dat in de verdrukking komt en geen kans krijgt.

Hij neemt het kleine en zwakke in bescherming.

Hij haalt de positieve kant van het leven naar voren en wil daarin verrassend zijn.

De duisternis wordt ‘geknecht’.

Sint Nicolaas loopt voorop in het feest van het leven. En in dit feest mag de kleine en kwetsbare de hoofdrol spelen!

Het feest van Sint Nicolaas valt in de adventstijd, de aanloopperiode van het geboortefeest van Jezus. Jezus van Nazareth wordt door gelovige mensen gezien als de grote bevrijder namens God. Hij is degene die door zijn levenswijze duidelijk maakte dat ‘duisternis en kwaad’ niet het laatste woord hebben. God heeft zich immers verbonden met mens en aarde. Een speciaal accent is dat juist de kleine en kwetsbare voorkeur genieten bij God.

In de weken voorafgaand aan het geboortefeest van Jezus plaatsten gelovige mensen bijzondere ‘licht-dragers’, mensen die vooruit wezen naar Jezus:

11 november: Sint Maarten (Martinus (316-397) werd geboren in Hongarije en diende in het romeinse leger. Toen hij achttien was, liet hij zich dopen. Hij werd monnik en stichtte in Frankrijk verscheidene kloosters. In 372 werd hij gekozen tot bisschop van Tours. Daar werd hij op 11 november begraven. Martinus werd om zijn liefdadigheid al spoedig vereerd. Zijn tijdgenoot Sulpicius Severus schreef een leven van de heilige.

Martinus werd onder andere patroon van de armen en, bij uitbreiding van de kinderen. Op de feestdag van deze heilige werd het gebruikelijk om hen iets te geven. Dit werd nog bevorderd doordat 11 november lange tijd het begin was van de veertig dagen durende vastentijd vóór Driekoningen op 6 januari. In Nederland zijn er enkele tientallen Sint-Maartenskerken. Na de Reformatie bleef hij ook in protestantse gebieden in ere. Daaraan droeg bij dat Maarten Luther weliswaar op 10 november was geboren, maar op 11 november werd gedoopt.)

6 december: Sint Nicolaas

13 december: Sint Lucia (Lucia is een Romeinse heilige, die weigerde voor de keizer te offeren. Voor ze (na veel martelingen) stierf biedt ze haar verloofde haar ogen aan: het Licht).

En zo komen we bij de Kerst, de geboorte van Jezus Christus. De schrijver van de Hebreeën brief vat het samen in 12:2 NBV:

“Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.”

Opwekkingsliederen 402

Reblog this post [with Zemanta]

Het vieren van de opstanding op zondag

Pagina 3: “Toch zegt de Bijbel ons alle dingen te BEWIJZEN.”
Nee, de Bijbel roept op te geloven. “Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.” (Hebreeën 11:1 NBG).

Pagina 3: “De Bijbel als enige historische verslag.” Versus “Traditie moeten we afwijzen”
Er zit een tegenstelling in het als betrouwbaar en gezaghebbende autoriteit (overigens een pleonasme) erkennen van de Bijbel als “het enige historische verslag” van de opstanding en het bij afwezigheid van ooggetuigen moeten “afwijzen van traditie.”

Pagina 3-4: Is het teken van Jona het ENIGE (BOVENNATUURLIJKE) TEKEN van het Messias zijn?
Het teken van Jona gaf Jezus aan de schriftgeleerden en Farizeeën die openlijk twijfelden aan de messiaanse bediening van Jezus van Nazareth. In Mattheüs 28:34 worden dan ook door Jezus uitgemaakt voor “Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent?” en in vers 39 “Dit is een verdorven en trouweloze generatie.”
Wordt het Messias zijn van Jezus van Nazareth niet veel eerder ‘bewezen’ door de vele oudtestamentische profetieën van David, Jesaja, … Geeft Jezus niet zelf aan de discipelen van Johannes de Doper de volgende impressie mee?  “Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: Blinden worden ziende, lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt, armen ontvangen het evangelie.” (Lucas 7:22 NBG).
Was het niet beschamend, dat juist Johannes de Doper, de wegbereider en aankondiger van ‘het Lam Gods dat ze zonden der wereld wegneemt’ twijfelt en zijn discipelen naar Jezus stuurt om te vragen “Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?” (Lucas 7:20 NBG).

Pagina 3-4: 3 dagen en 3 nachten. Inclusieve tijdrekening of niet?
Armstrong neemt de 3 dagen en 3 nachten letterlijk en zoekt vervolgens argumenten om deze stelling te onderbouwen.

Kant’s aantekeningen bij de Statenvertaling bij Mattheüs 12:40: “Voor een deel der dagen worden hier genomen gehele dagen en nachten, gelijk dat bij de Hebreeën gebruikelijk is. Zie 1 Samuël 30:12, Mattheüs 12:13, Esther 4:16 versus 5:1. En zo men het neemt naar de Romeinse rekening, die de dagen op de middernacht begonnen en eindigden, zo valt het nog duidelijker.”

In Barnes’ New Testament Notes staat hierover: “It will be seen, in the account of the resurrection of Christ, that he was in the grave but two nights and a part of three days. See Matthew 28:6. This computation is, however, strictly in accordance with the Jewish mode of reckoning.  If it had not been, the Jews would have understood it, and would have charged our Saviour as being a false prophet; for it was well known to them that he had spoken this prophecy (Matthew 27:63). Such a charge, however, was never made; and it is plain, therefore, that what was meant by the prediction was accomplished. It was a maxim, also, among the Jews, in computing time, that a part of a day was to be received as the whole. Many instances of this kind occur in both sacred and profane history. See 2 Chronicles 10:5-12, Genesis 42:17,18. Compare Esther 4:16 with Esther 5:1.”

In Brink’s commentaar op Mattheüs staat: “‘Three days and three nights’ is a common expression for three days. It does not mean three times twenty-four hours, for three days have passed on the third day (cf. Esther 4:16 and 5:1). We also find this use of the term ‘day and night’ in the Jewish tradition (SB I, 649). The ‘heart of the earth’ is not the grave, but Hades, the kingdom of the dead (cf. ‘heart of the sea’, Jonah 2:2-3). Jesus descended to the realm of the dead after His death on the cross (I Peter 3:19).”

In het Eenvoudig commentaar op de Evangelieën en Handelingen staat: “Jezus zegt dat Hij “ten derden dage opgewekt zal worden” (#Mt 16:21). Daarom moet in het Joodse taalgebruik “ten derden dage” hetzelfde betekenen als “drie dagen en drie nachten”. Het was en is bij Oosterlingen gebruikelijk dat elk deel van de dag kan staan voor het geheel van vierentwintig uur. Vergelijk #Mt 16:21 #Mr 8:31 2Ch 10:5 10:12 Es 4:16 Ge 7:4,12 Ex 24:18 34:28. Iemand die door het Oosten reisde, schrijft:

“Uiteindelijk brak de tiende ochtend aan-de tiende ochtend omdat, hoewel we zogezegd tien dagen in- quarantaine geweest waren, het in werkelijkheid toch maar acht dagen geweest waren. Op de eerste dag kwamen we ‘s avonds om negen uur aan land, en we werden om zes uur in de morgen van de tiende dag in vrijheid gesteld, maar dit werd, overeenkomstig de gewoonte in het Oosten, gerekend als tien dagen.”

Christus werd op vrijdagavond begraven, lag op zaterdag in het graf, en stond op zondag op, gedeelten van drie dagen, stond “ten derden dage” op, lag gedurende de tijd waarmee volgens Oosters taalgebruik drie dagen en drie nachten bedoeld worden in het graf.”

Dächsel, Van Lingen en Van Griethuijsen stellen m.b.t. dit vers: “40. Want zoals Jonas drie dagen en drie nachten was in de buik van de walvis, (het Griekse woord betekent slechts: “grote vis,” “zeemonster” dus waarschijnlijk een haai) (zie DACHS “Jon 1:7”), zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten, volgens de gewone wijze van rekenen (1 Sam.30:12) wezen in het hart van de aarde, wat het lichaam aangaat in het graf, wat de ziel aangaat in het dodenrijk (Ps.16:10,  Efez.4:8vv. 1 Petrus.3:19vv.).

Evenals de ware Messias het chiliastische Messiasbeeld van de Farizeeën tegensprak, zo zou nu ook het ware, grote Messias-teken de chiliastisch-ingebeelde eis van een hemelteken tegenspreken, bijzonder ook in zijn boete-predikende ernst: die wilden een teken van de hemel, dat hun geheel bederf zou vergulden; Hij wil hun een teken uit de diepte van het dodenrijk geven, dat hun gehele schijnheilige dronkenschap van de wereld oordeelt. (P. LANGE).

Dit is de zesde maal, dat Jezus op bedekte wijze op Zijn dood wijst. Door de doop (hfdst.3:13vv. <#Mt 3.13>) spreekt Hij voor Zijn vader Zijne bereidwilligheid om te sterven uit; het woord van Zijn verhoging (Joh.3:14vv.) zal aan Nikodemus, dat van het wegnemen van de bruidegom (Mat. 9:15) de discipelen van Johannes, dat van het opnemen van het kruis (Mat. 10:38) aan de twaalven, het afbreken van de tempel (Joh.2:19 <#Joh 2.19>) en het teken van Jona aan de vijanden, wanneer Zijn lot eenmaal vervuld zal zijn, tot bewijs dienen, hoe weinig Hij erdoor verrast is. Met het woord van het afbreken van de tempel heeft dat van het teken van Jona ook nog die gelijkheid, dat beide, behalve op de dood, op de terugkeer uit de dood wijzen. (GESS).

Dat het onwaardig, dwaas, onwaar zou geweest zijn, wanneer Jezus in deze ernstige toestand en in die stemming zich dus op Jona’s geschiedenis beroepen had, en deze geschiedenis toch voor een fabel gehouden had, dat behoeft geen uitleg; de gehele gedachte is profaan, en dus geen aanmerking en weerlegging waardig om daar niet van te spreken, dat de Farizeeën en Schriftgeleerden Hem hadden kunnen antwoorden: “is het zo gesteld met de door u aangeduide opstanding uit de dood, zo behoeft niemand daarvoor te vrezen! Zal Uw opstanding zoals de redding van de profeet uit de buik van de vis volgen, zo volgt zij nooit; wanneer het voorbeeld een fabel is, zo moet het afgebeelde ook een fabel zijn. (MENKEN).”

Pagina 4: Tijdsduur belangrijker dan de opstanding zelf?
“Dat bewijs was niet het opstandingsgebeuren zelf – het was de tijdsduur van Zijn verblijf in het graf vóór Hij opgewekt zou worden.”
Zonder opstanding zijn wij “de meest beklagenswaardige mensen” (1 Corinthiërs 15:19 v.v.)
Christus was niet passief in het graf, maar is “nedergedaald ter helle” ofwel in het dodenrijk om er het evangelie te preken aan de gestorven. (1 Petrus 3:19).

De stellingname op pagina 4 “Jezus liet zijn aanspraak uw en mijn Heiland te zijn, alléén rusten op zijn verblijf van precies drie dagen en drie nachten in het graf” verwerp ik absoluut. Wat een onzin! De Bijbel toont mij een andere Messias.

Pagina 5 v.v. 72 uren nodig?
Armstrong haalt niet de bijbelteksten aan die op de gebruikelijke inclusieve tijdrekening duiden, maar exegeert op Genesis 1. Geheel voor eigen rekening.
Het op pagina 7 aangehaalde Johannes 2:19-21 stelt: “binnen drie dagen”, maar daarop gaat Armstrong niet in, omdat hij verwoed op precies 72 uren uit wil komen.

Pagina 9 van zondagmorgen naar zaterdagmiddag
Uit de beschrijvingen van de zondagmorgen “Hij is hier niet; want Hij is opgewekt” (Mattheüs 28:5-6, Marcus 16:6, Lucas 24:6) kan onmogelijk Armstrongs conclusie, dat Jezus al op zaterdagmiddag opgestaan is, worden bereikt.

Pagina 10: opnieuw opstanding of tijdsduur belangrijker?
“Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft.” duidt toch op de opstanding zelf en niet op het tijdstip?

Armstrong haalt 1 Corinthiërs 15:3-4 aan: “…en Hij is begraven en ten derde dagen opgewekt naar de schriften.” Ten derde dage is toch niet ten vierde dage? Ten derde dage = op de derde dag.

Pagina 11 Gebruik van de 70 jaarweken van Daniël
Armstrong pikt nog een halve jaarweek extra, die toch echt voor de eindtijd bewaard moet worden.
Pagina 12-14 Sabat of Sabatten
Armstrong meent een laatste, doorslaggevend bewijs voor de verbazingwekkende waarheid gevonden te hebben. Waar hij in Mattheüs 28:1 voor “de eerste dag der week” (in het Grieks meervoudsconstructie) een bijwoordelijke bepaling van tijd uitlegt, heet “Sabbat” (in het Grieks ook een gelijke meervoudsconstructie) opeens “Sabatten”, heeft geen enkele Nederlandse vertaling het bij het rechte eind, uitgezonderd een of andere vertaling van Ferrar Fenton.
In het Grieks staat er “oqe de sabbatwn th epifwskoush eiv mian sabbatwn”

Ik eindig met Matthew Henry’s commentaar op het eerste vers uit Mattheüs 28: “1. When they came; in the end of the sabbath, as it began to dawn toward the first day of the week” This fixes the time of Christ’s resurrection.

(1.) He arose the third day after his death; that was the time which he had often prefixed, and he kept within it. He was buried in the evening of the sixth day of the week, and arose in the morning of the first day of the following week, so that he lay in the grave about thirty-six or thirty-eight hours. He lay so long, to show that he was really and truly dead; and no longer, that he might not see corruption. He arose the third day, to answer the type of the prophet Jonas (Mat 12:40), and to accomplish that prediction (Ho 6:2), The third day he will raise us up, and we shall live in his sight.

(2.) He arose after the Jewish sabbath, and it was the passover- sabbath; all that day he lay in the grave, to signify the abolishing of the Jewish feasts and the other parts of the ceremonial law, and that his people must be dead to such observances, and take no more notice of them than he did when he lay in the grave. Christ on the sixth day finished his work; he said, It is finished; on the seventh day he rested, and then on the first day of the next week did as it were begin a new world, and enter upon new work. Let no man therefore judge us now in respect of the new moons, or of the Jewish sabbaths, which were indeed a shadow of good things to come, but the substance if of Christ. We may further observe, that the time of the saints’ lying in the grave, is a sabbath to them (such as the Jewish sabbath was, which consisted chiefly in bodily rest), for there they rest from their labours (Job 3:17); and it is owing to Christ.

(3.) He arose upon the first day of the week; on the first day of the first week God commanded the light to shine out of darkness; on this day therefore did he who was to be the Light of the world, shine out of the darkness of the grave; and the seventh-day sabbath being buried with Christ, it arose again in the first-day sabbath, called the Lord’s day (Re 1:10), and no other day of the week is from henceforward mentioned in all the New Testament than this, and this often, as the day which Christians religiously observed in solemn assemblies, to the honour of Christ, Joh 20:19,26; Ac 20:7; 1Co 16:2.  If the deliverance of Israel out of the land of the north superseded the remembrance of that out of Egypt (Jer 23:7,8), much more doth our redemption by Christ eclipse the glory of God’s former works. The sabbath was instituted in remembrance of the perfecting of the work of creation, Ge 2:1. Man by his revolt made a breach upon that perfect work, which was never perfectly repaired till Christ arose from the dead, and the heavens and the earth were again finished, and the disordered hosts of them modelled anew, and the day on which this was done was justly blessed and sanctified, and the seventh day from that. He who on that day arose from the dead, is the same by whom, and for whom, all things were at first created, and now anew created.

(4.) He arose as it began to dawn toward that day; as soon as it could be said that the third day was come, the time prefixed for his resurrection, he arose; after his withdrawings from his people, he returns with all convenient speed, and cuts the work as short in righteousness as may be. He had said to his disciples, that though within a little while they should not see him, yet again a little while, and they should see him, and accordingly he made it as little a while as possible, Isa 54:7,8. Christ arose when the day began to dawn, because then the day-spring from on high did again visit us, Lu 1:78. His passion began in the night; when he hung on the cross the sun was darkened; he was laid in the grave in the dusk of the evening; but he arose from the grave when the sun was near rising, for he is the bright and morning Star (Re 22:16), the true Light. Those who address themselves early in the morning to the religious services of the Christian sabbath, that they may take the day before them, therein follow this example of Christ, and that of David, Early will I seek thee.

Ergo: de Bijbel spreekt zelf duidelijke taal. De verbazingwekkende waarheid, de opstanding van Jezus Christus, als bewijs dat God troont boven de dood, zonde, verderf, etc. is het evangelie, dat we preken! We moeten het Woord onderzoeken, maar beter nog: toepassen!

Voor de liefhebber is er ook nog de kerkgeschiedenis, de steeds wijder wordende scheuring tussen joden en christenen in de eerste eeuwen van onze jaartelling, de daaropvolgende ‘bandenwissel’ van het houden van de sabbat (kijk maar in de Handelingen) naar het samenkomen op zondag (ook al in de Handelingen aanwezig) met de viering van de maaltijd van de Heer als één van de liturgische hoogtepunten.

Els van Diggele – Een volk dat alleen woont

De meest ingrijpende verandering in de joodse geschiedenis heeft plaatsgevonden in het spirituele leven van het volk. Het heeft zich ontwikkeld van een geloofsgemeenschap in een pluralistische gemeenschap (de diaspora) tot de onafhankelijke staat Israël, waar staat en godsdienst elkaar overlappen, met alle gevolgen van dien. Een poolse sjetl of Marrokaanse familie moet zich aanpassen (of niet) aan de moderne tijd. Het heeft geleid tot een buitengewoon versnipperde en daardoor complexe maatschappij (samenleving zou hier ongepast zijn), waarin traditionele gelovige en moderne, vaak niet-gelovige joden, vanuit verschillende landen afkomstig, met elkaar strijden over de joodse identiteit en de joodse inhoud van de staat.

Normalisatie van het land, een niet-joodse staat voor alle burgers waarin het geloof geen gepriviegieerde positie heeft, is voor de één de Utopie, voor de ander volstrekt uitgesloten. Antisemitisme tussen joden onderling is eerder ‘normaal’, de argumenten, ontleend aan zowel de Torah als het fascisme, liegen er niet om, maar brengen ook absoluut geen vrede in het land van vrede (Israël).

Tot nu toe is Israël een unieke staat gebleven (niet de enige democratie in het Midden-Oosten, zoals optimistische Israeli’s zelf kunnen beweren) met karaktertrekken die het onmogelijk maken het land in politiek, sociaal of historisch opzicht te vergelijken met andere staten. Van Israël kan vandaag de dag dan ook nog steeds met recht worden gezegd: “Zie een volk, dat alleen woont en onder de natieën zich niet rekent.” (Numeri 23 vers 9).

Waar Chaim Potok met Omzwervingen de geschiedenis van het joodse volk, vanaf de roeping van Abraham, via de diaspora tot in de 20e eeuw heeft geschetst, beschrijft Van Diggele de moderne geschiedenis, met inachtneming van het verleden en bekent daarbij, dat de gebeurtenissen in Israël elkaar snel opvolgen. Schrijven met een geopende krant is een hachelijke bezigheid. De grote lijn van de problematiek blijft echter overeind, ook in de 7 jaar na totstandkoming van dit boek.

Hoe krijg je grip op Gods woord?

      No Comments on Hoe krijg je grip op Gods woord?

Zoals je vijf vingers gebruikt om iets stevig vast te pakken, zijn er vijf aanvullende manieren om echt grip te krijgen op Gods woord, de Bijbel:

  1. Horen – Romeinen 10:17 “Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging van Christus.”
  2. Lezen – Openbaringen 1:3 “Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij.”
  3. Bestuderen – Handelingen 17:11 “De Joden in Berea waren welwillender dan die in Tessalonica, want ze luisterden vol belangstelling naar de verkondiging van het evangelie en bestudeerden dagelijks de Schriften om te zien of het inderdaad waar was wat er werd gezegd.”
  4. Memoriseren – Psalm 119:9,11 “Hoe kan wie jong is zuiver leven? Door zich te houden aan uw woord. Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen, zo zal ik niet tegen u zondigen.”
  5. Overdenken – Psalm 1:2-3 Gelukkig de mens die “vreugde vindt in de wet van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht. Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water. Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet. Alles wat hij doet komt tot bloei.”

Kracht wordt zichtbaar in zwakheid

2 Corinthiërs 12 vers 9 is vaak verkeerd geïnterpreteerd, alsof het geloof alleen voor zwakkelingen is. Het werd een makkelijk excuus voor incompetentie, onderworpenheid, zelfverachting en mislukkingen op allerlei terreinen. Lijden werd geromanticeerd, artsenbezoek vermeden en hulp afgeslagen. Jezus zei over machtdragers die hiervan gebruik maakten al “Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten.” (Mattheüs 23:4) Zwakheid is echter bedoeld als een volkomen en onvoorwaardelijke overgave aan God, waardoor wij een open kanaal worden van goddelijke kracht die de wonden van de mensheid heelt en het gezicht van de aarde vernieuwt. Het is voor mensen die een beroep doen op de macht van de liefde, die hen bevrijdt van angst en het hun mogelijk maakt hun licht op de kandelaar te zetten en het werk van het Koninkrijk te doen. Wij mogen dan arm zijn en zachtmoedig, verdriet hebben en dorsten naar gerechtigheid, barmhartig en zuiver van hart, vrede brengen en voortdurend vervolgd door een vijandige wereld, maar we zijn geen zwakkelingen, geen voetvegen! Het Koninkrijk van de hemel behoort ons toe, wij zullen de aarde beërven. Wij zullen getroost en verzadigd worden, herkend worden als kinderen van God….en we zullen God zien. Dat is macht, ware macht, macht die van boven komt.

(uit Henri Nouwens Pelgrimage)