Inhaler – It Won’t Always Be Like This

Als trouw U2 liefhebber heb je geen toelichting nodig dat je bij de eerste coupletten van It Won’t Always Be Like This, de opener van het gelijknamige debuutalbum van de Ierse rockband Inhaler luistert naar de zoon van Paul Hewson a.k.a. Bono Vox. In de zomer van 2019 scoorde het kwartet rond Elijah Hewson hun eerste hit My Honest Face, het tweede nummer op het album. Gitarist Josh Jenkinson beheerst zijn instrumentn, weet goede solo’s te produceren in bijvoorbeeld A Night on the Floor. Het basspel van Robert Keating is drijvend en drummer Ryan McMahon okay. Op zich heb je niets te klagen bij de prettige wave rock, maar echt spannend is het niet.

Oei, wat een overgang naar het losjes gespeelde, wat tamme mid-tempo Slide Out the Window en de indie rock in Cheer Up Baby. In de afgelopen twee jaar zijn naast My Honest Face, When It Breaks, Cheer Up Baby en It Won’t Always Be Like This ook de niet op het album belande Ice Cream Sundae, We Have to Move On en Falling In als single verschenen. De energie is ook nog zoek in My King Will Be Kind, maar keert terug in When It Breaks. Synthesizer arpeggio’s sieren Who’s Your Money On (Plastic House). “You know how it goes. This plastic house ain’t built to last. Things are just like they always are. We melt like ice in your hands. It won’t last. Time will pass. The thunder comes on so fast. Who’s your money on? This plastic house is built on sand.” om over na te denken.

Totally is Britney Spears’ 2000 sound meets indie rock. En ja, it’s a Strange Time to Be Alive, een dromerig nummer, gevolgd door In My Sleep, dat helaas klinkt als de andere up-tempo tracks. Ik gun de jongens extra creativiteit en een eigen plek op het podium met een lager ‘zoon van’-gehalte.