Openbaring 15-20: het eind is gekomen

In mijn gang door het laatste Bijbelboek Openbaring zag ik veertien hoofdstukken lang een consistente oproep tot heiliging, trouw en genade van Gods zijde, maar ook het oordeel over hardleerse mensen die de andere kant kiezen. Als Johannes’ eigentijdse vijand wordt het kwade genius achter het Romeinse rijk blootgelegd. Blijven gelovigen trouw?

Openbaring 15: aanbidding en aankondiging van de laatste woede

Schaalfontein aan Via de Trinita dei Monti RomeIn Openbaring 15 ziet Johannes in een voorspel op het uitstorten van de laatste zeven porties van Gods woede een zee van glas, vermengd van vuur met daarop “zij die het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam hadden overwonnen. Ze hadden lieren om daarop te spelen voor God.” (Openbaring 15 vers 2; we zagen dit beeld eerder in Openbaring 4 vers 6). Ze zingen het lied van Gods dienaar Mozes en het lied van het lam, aanbidding voor God. De hemelse tempel, de verbondstent (tabernakel) gaat open, zeven engelen met zeven plagen c.q. “woede van de God die leeft tot in eeuwigheid” die op zeven offerschalen liggen. “Gods majesteit en kracht vulden de tempel met rook” (Openbaring 15 vers 8), zoals dat ook in de aardse verbondstent en tempel gebeurde als Gods aanwezigheid neerdaalde op de ark van het verbond. Het is Gods antwoord op Openbaring 13 verzen 5-8: “Het beest kon zijn bek gebruiken voor grootspraak en godslasteringen, en dat tweeënveertig maanden lang. Het opende zijn bek en lasterde God, zijn naam en zijn woning en hen die in de hemel wonen. Het mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen. Ook kreeg het macht over alle landen en volken, over mensen van elke stam en taal. Alle manden die op aarde leven zullen het beest aanbidden, iedereen van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, het boek van het lam dat geslacht is.”

In Hebreeën 8 vers 2 en 5, 9 vers 24 en 10 vers 19 lezen we dat de aardse tempel in Jeruzalem een afspiegeling is van het hemelse heiligdom. God gaf Mozes op de berg Sinaï een ontwerp van de tabernakel, zodat hij deze op aarde voor het volk Israël kon maken en daar God kon ontmoeten (Exodus 25). Mozes zong na de doortocht door de Rietzee en de ondergang van de farao en zijn troepen een loflied (Exodus 15).

Openbaring 16: rechtvaardige straf en voorbereiding voor de strijd

Farao met strijdwagen IJsbeelden Festival Zwolle 2014-15 2De plagen waarmee God via Mozes en Aäron de Egyptenaren waarschuwden en opriepen het volk Israël te laten gaan (Exodus 9), waarbij de hardleerse Egyptenaren gestraft en de Israëlieten gespaard bleven hebben hun parallel hier. “Alle mensen die het merkteken van het beest droegen en zijn beeld aanbaden, kregen kwaadaardige en pijnlijke zweren.” (Openbaring 16 vers 2). Water wordt bloed (verzen 3-4) als verdiend loon: “Rechtvaardig bent u, de heilige, die is en die was, omdat u op deze manier straft. Bloed van heiligen en profeten hebben zij vergoten, en bloed laat u hen drinken. Ze hebben het verdiend.” (vers 6, oudtestamentische profeten gebruikten dezelfde oordelen in hun waarschuwingen, zie Ezechiël 38 verzen 21-22, Haggaï 2 verzen 21-22 en Zacharia 14 verzen 12-13). Een verzengende hitte (vers 9) en duisternis over het rijk van het beest (vers 10).

Zoals de farao en de Egyptenaren weigerden, zo “lasterden ze de naam van God, die macht heeft over deze plagen. Ze toonden geen berouw en bewezen hem geen eer. (…) De mensen beten op hun tong van de pijn. Ze lasterden de God van de hemel, vanwege hun pijn en hun zweren, en ze braken niet met het leven dat ze leidden. (…) Uit de hemel vielen loodzware hagelstenen op de mensen, en de mensen lasterden God avnwege de plaag van die hagel, want het was een vreselijke plaag.” (Openbaring 16 verzen 9-11, 21).

Als een dief in de nacht

Als een intermezzo waarschuwt God de toehoorders/lezers: “Ik kom onverwacht als een dief! Gelukkig is hij die wakker blijft en zijn kleren aanhoudt: hij hoeft niet naakt rond te lopen en zich voor iedereen te schamen.” (Openbaring 16 vers 15). Het doet denken aan de nacht voor de exodus (het volk moet zich gereed houden voor vertrek) in Exodus 12, Jezus’ parabel van de vijf wijze en dwaze meisjes in Mattheüs 25. Jezus heeft diverse malen gewaarschuwd dat de dag van de Heer (het oordeel) zal komen als een dief in de nacht (1 Thessalonicenzen 5 vers 2, 2 Petrus 3 vers 10) en in Openbaring 3 vers 3 zegt hij zelf te als een dief in de nacht terug te komen.

Clash of civilizations, Armageddon

Perzische vorst in Zonneberg grotten MaastrichtDe Babylonische ballingschap vanaf 586 voor Christus (“Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren. (…) Babel, weldra word je verwoest. Gelukkig hij die wraak zal nemen en jou doet wat jij ons hebt gedaan. Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert.” Psalm 137 verzen 1 en 8-9) vanwege de halsstarrigheid en afgodendienst van de Israëlieten was niettemin voor de mensen die trouw bleven aan God een reden om te bidden om wraak. De vijand van mijn vijand is mijn vriend. En God is het die koningen aanstelt en afzet (Daniël 2 vers 21) daarom stelt Paulus in Romeinen 13 verzen 1-2: “Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af.” Je mag ook de rest van het hoofdstuk lezen, heel relevant in het wakker zijn voor het naderende einde.

Na de Chaldeeën, Perzen, Meden en Grieken (Alexander de Grote), beschreven in Daniël 2, zijn we nu in de eerste eeuw na Christus. De eigentijdse vijand is het Romeinse rijk. De Romeins-Parthische oorlogen (66 voor Christus – 217 na Christus) woeden tijdens het leven van Johannes. Openbaring 16 beschrijft het strijdtoneel: “De rivier (Eufraat) viel droog en maakte de weg vrij voor de koningen uit het oosten. (…) Demonische geesten die tekenen verrichten en eropuit gaan om alle koningen op aarde bijeen te brengen voor de strijd op de grote dag van de almachtige God. (…) Ze brachten hen bijeen op de plaats die in het Hebreeuws Harmageddon heet. (…) De grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden avn alle volken werden verwoest. Het grote Babylon moest het ontgelden: God gaf het de beker met de wijn van zijn hevige woede. Alle eilanden verdwenen in het niets en van de bergen was geen spoor meer te vinden.”  (Openbaring 16 verzen 12, 14, 16, 19-20).

Openbaring 17 en 18: het oordeel over Babylon i.e. het Romeinse Rijk

Optocht Natale di Roma 2018 op Piazza San Marco 6In deze twee hoofdstukken wordt in detail de zin Openbaring 16 vers 19 (“De grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van alle volken werden verwoest. Het grote Babylon moest het ontgelden: God gaf het de beker met de wijn van zijn hevige woede.”) uitgewerkt

Johannes ontwaart achter het Romeinse rijk – voorgesteld door een draak met zeven koppen en tien horens – de duivel zelf en koppelt de beeldspraak uit Openbaring 12 aan die in hoofdstuk 13 (een beest uit de zee van volken met zeven koppen en tien horens) en 17 (hier rijdt een hoer op de draak). “De zeven koppen zijn zeven heuvels waarop de vrouw zit, en het zijn zeven koningen. Vijf van hen zijn omgekomen, één is er nu, en de laatste moet nog komen en zal maar kort blijven. Het beest dat was, en niet is, is zelf de achtste koning, al is het een van de zeven, en het zal vernietigd worden. De tien horens die je zag zijn tien koningen die nu nog geen koning zijn, maar straks samen met het beest voor één uur koninklijke macht zullen krijgen. Ze hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen en dragen hun macht en gezag over aan het beest. Ze binden de strijd aan met het lam, maar het lam zal hen overwinnen. Want het lam is de hoogste heer en koning, en wie hem toebehoren, wie geroepen zijn en uitgekozen, zijn trouw. De tien horens die je zag en het beest zelf zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten. Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken. Want God heeft hen ertoe aangezet om zijn plan uit te voeren, zodat ze allemaal met hetzelfde doel voor ogen hun macht aan het beest overdragen, tot wat God gezegd heeft werkelijkheid wordt. De vrouw die je zag is de grote stad, die heerst over de koningen op aarde.” (Openbaring 17 verzen 9-18).

Triomfboog van Titus 2Als je begint bij de formele start van het keizerrijk zijn de vijf omgekomen keizers: Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius I en Nero. Na het turbulente Vierkeizerjaar 68-69 is Vespasianus keizer geworden en regeert een decennium. Titus is de achtste en regeert kort, van 69-81. Voordat Titus Flavius Caesar Vespasianus Augustus, kortweg Titus keizer werd, verwierf hij bekendheid als militair commandant van Legio XV Apollinaris – herinner je Openbaring 9 vers 11 “Hun koning is de engel van de onderaardse diepte; zijn naam luidt Abaddon in het Hebreeuws, in het Grieks Apollyon (vernietiger)” -, dienend onder zijn vader in Judea tijdens de Joodse Oorlog. De campagne kwam abrupt tot een einde met de dood van keizer Nero in 68, waarna Vespasianus de keizerlijke macht voor zichzelf opeiste tijdens het Vierkeizerjaar. Toen Vespasianus tot keizer werd uitgeroepen op 1 juli 69, werd Titus belast met de verantwoordelijkheid voor het beëindigen van de Joodse opstand. In 70 belegerde hij met succes Jeruzalem en vernietigde de stad en de Tempel van Jeruzalem. Voor deze prestatie werd hij beloond met een triomftocht; de Boog van Titus in Rome herdenkt zijn overwinning tot de dag van vandaag.

Rome valt, zoals ten tijde van Daniël Nebukadnessar en Belsazar na godslastering en grootheidswaanzin vielen, ook al zat het Joodse volk toen in ballingschap, is het nu verstrooid en worden christenen gedood om hun geloof. God steekt ze bij monde van Johannes een hart onder de riem. Anders dan de Egyptische plagen is er amper genadetijd over: “Daarom zullen alle plagen haar op één dag treffen: dodelijke ziekte, rouw en hongersnood, en ze zal in vlammen opgaan. Want God, de Heer, die dat vonnis heeft geveld, is machtig.” (Openbaring 18 vers 8). Het kan nog sneller: “Wee! Wee Babylon, grote, sterke stad! In één uur tijd is je vonnis voltrokken! (…) Maar in één uur tijd is heel je grote rijkdom vernietigd. (…) Maar in één uur tijd is zij te gronde gericht. Juich om haar, hemel, juich heiligen, apostelen en profeten! Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.” (Openbaring 18 verzen 10, 17, 19-20).

Wel hebben profeten en heiligen (Joden en christenen) hun leven moeten geven. “Maar ook vloeide in deze stad het bloed van profeten en heiligen, van al degenen die op aarde werden geslacht.” (Openbaring 18 vers 24). zo was Jezus’ eigen broer Jakobus, die velen beschouwden als zijn opvolger doodgeslagen of gestenigd in de buurt van de tempel van Jeruzalem.

Openbaring 19 en 20: recht doen

In de hemel klinkt het instemmend dat God het bloed van zijn dienaren op de grote hoer (Rome, de grote stad, die heerst over de koningen op aarde) heeft gewroken (Openbaring 19 verzen 1-5). Als contrast met de wijn van wellust en ontucht van het vuile en duivelse Rome c.s. is er voor de trouwe gelovigen, de vijf wijze meisjes uit Jezus’ parabel in Mattheüs 25 “‘de bruiloft van het lam gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend linnen.’ Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen. (…) ‘Je moet God aanbidden.’ Want getuigen van Jezus is profeteren.” (Openbaring 19 verzen 7-8, 10b).

Petrus en Pauluskerk in Karlovy VaryZomaar een gedachte van mij. Als getuigen van Jezus profeteren is, zouden dan de twee profeten in Openbaring 11 niet Petrus en Paulus, de twee bekendste apostelen en verkondigers van Jezus’ evangelie en stichters van gemeenschappen met christenen, kunnen zijn die in het jaar 67 door de wrede Nero, de vijfde keizer en archetype antichristelijke keizer zijn onthoofd?

Johannes ziet vervolgens Jezus Christus, uitgebeeld als “ruiter die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert. Zijn ogen waren als een vlammen vuur en op zijn hoofd had hij vele kronen. Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf. Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’. De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden. Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden. Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam ‘Hoogste Heer en koning’.” (Openbaring 19 verzen 11-16). Hij rekent af met het beest en de koningen die hem dienden, samen met de valse profeet (Openbaring 19 verzen 17-21, 20 verzen 1-2).

Heiligen aan Museo d'Ate Sacra VolterraTerwijl de duivel voor duizend jaar geketend wordt, wordt recht gedaan aan de “zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en ook zijn merkteken niet op hun voorhooefd of hun hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met de messias.” (Openbaring 20 vers 4).

De andere doden kwamen voor die duizend jaar niet tot leven. De duivel wordt wanneer de duizend jaar voorbij zijn nog eenmaal losgelaten en probeert de volken te misleiden. Hij omsingelt het kamp van de heiligen en de geliefde stad (Jeruzalem). Maar vuur daalt neer uit de hemel en verteert hen. En dan het oordeel over de doden, jong en oud bij Gods troon. De doden werden op grond van wat in de boeken stond beoordeeld naar hun daden. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid. (Openbaring 20 verzen 5-15).