Openbaring 6-10 naast geschiedenisboek, krant of glazen bol

Door duidelijk te zijn over de keuze die je gaat maken bij de uitleg van een tekst uit de Bijbel – ik heb voor het laatste boek Openbaring verschillende stromingen beschreven in november 2020 – bepaal voor jezelf en je publiek of dit visionaire boek gelezen kan of moet worden naast de krant van vandaag (“Openbaring voor je ogen werkelijkheid zien worden.”), glazen bol (“Ik voorspel dat het spoedig zus en zo gaat gebeuren.”) of geschiedenisboek (“Terugkijkend zie ik vervullingen van profetieën en visioenen in gebeurtenis X.”). Lastig vind ik zelf de dubbele lagen in beschrijvingen die leiden tot interpretaties van gedeeltelijke vervullingen (“Dit gedeelte is vervuld bij de ballingschap, dat gedeelte in het leven van Jezus Christus, maar een volledige vervulling ligt nog in de toekomst.“). Het voelt als een ontsnappingsclausule om feitelijke onwetendheid te camoufleren.

Eigentijds gebruik van feiten en beeldspraak

Om het te illustreren, gebruik ik recente uitspraken van de Amerikaanse president Donald J. Trump over het vaccin tegen COVID-19. Op 12 december 2020 beweert hij: “Vandaag is een wonder gebeurd. Zoals ik al zei vanaf het begin: er moet een vaccin komen dat het virus doet verdwijnen en opnieuw een normaal leven zal toelaten. De pandemie mag dan in China begonnnen zijn, maar wij zullen het hier in Amerika stoppen. Toen het China-virus ons land binnenviel, beloofde ik dat we in een recordtijd een vaccin zouden ontwikkelen vóór het einde van het jaar. Ze vertelden me dat het niet kon, maar met de aankondiging vandaag bewijzen we dat we gelijk hebben. Het eerste vaccin zal binnen 24 uur worden toegediend.”

Geloof je een dergelijke profetie zonder af te wachten of het feitelijk gaat gebeuren? Ding je af op feitelijke onjuistheden, wijs je op politieke motivatie om versneld het vaccin goed te laten keuren. Zou je als COVID-19 patiënt genoegen nemen met een gedeeltelijke vervulling? Hoe letterlijk neem je tijdlijnen? Zijn er overduidelijk stijlfiguren als overdrijving, aan Amerika of de president toeschrijven van handelingen van anderen? Herken je de strijd tussen goed (Amerika) en kwaad (China)?

Na het appèl aan Joodse christenen in zeven brieven aan zeven kerkgemeenschappen in Anatolië, Turkije in hoofdstuk 1-3, de heerschappij van God en de aanbidding voor Zijn kracht en trouw als rode draad in Openbaring, liggen nog diverse beelden van Openbaring (dank aan Peter Scheele voor zijn recente, moedige poging deze te duiden) voor ons.

Openbaring 6 – vier paarden, gerichten, winden en engelen

Rik Poot - Ruiter van de Apocalyps

Rik Poot – Ruiter van de Apocalyps (foto: Drager Meurtant)

De vier ‘apocalyptische ruiters’ uit Openbaring 6 verzen 1-11 komen op het strijdtoneel als de eerste vier zegels van het goddelijke gericht over de aarde worden verbroken. Johannes’ visioen gebruikt zelfde beelden als de oudtestamentische profeet Ezechiël in hoofdstuk 14 verzen 21-23, Zacharia in hoofdstuk 6 verzen 1-8, waar ook de uitleg “Dat zijn de vier winden van de hemel” in vers 5 wordt genoemd. Opvallend is in Zacharia 6 vers 8 dat deze vier winden (geesten, geestelijke machten, engelen) “hebben Mijn geest doen rusten in het land van het noorden.”). In het Oude Testament is de berg in het noorden de uitdrukking van de woon- en werkplaats van God. In talloze profetieën is God tekeer gegaan tegen Zijn overspelige oogappel, het uitverkoren volk Israël. Hij heeft meermalen het volk willen vernietigen en desnoods met een ander volk Zijn plan willen doorzetten. Met pleitbezorgers als Mozes, de effectieve missie van Jona en blijkbaar dus ook in de hemelse gewesten is de toorn van God tot bedaren gebracht.

Lees in dit verband ook Deuteronomium 31 verzen 28-29 en 32 verzen 19-27. De engelen worden in Openbaring 6 nog even tegengehouden, maar in Openbaring 9 verzen 13-15 losgelaten op de aarde. Anders dan ook Peter Scheele in zijn boek (p.112) beweert, zijn de engelen dan niet opeens boze geesten of duivelse machten en is vers 11 niet een vers dat geweldloosheid uitdrukt. Openbaring 6 is helder over het toestemming krijgen om te vernietigen en ook de “zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis..riepen luid: ‘O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?'” (Openbaring 6 verzen 9-11).

Openbaring 6: de wereld staat op z’n kop!

Menig oudtestamentisch profeet heeft de dag van het oordeel, de dag van de Heer, de tijd van afrekening houden aangekondigd. Johannes schaart zich in Openbaring 6 verzen 10-17 met het verbreken van het zesde zegel in deze rij. Zonder al te moeilijk te hoeven graven, sorry Peter Scheele, geeft vers 15 zelf de aard van de gebruikte beeldspraak weer: “koningen, machthebbers, legeraanvoerders, rijken, aanzienlijken, slaven en aanzienlijken.” Structuren en machtsverhoudingen wijken voor de toorn van het lam. Lees voor parallellen Jesaja hoofdstuk 24, hoofdstuk 34, hoofdstuk 51 vers 6 en Joël hoofdstuk 2. God neemt het koningschap over, een centraal thema in bijbelse profetieën, omdat de door het volk Israël gekozen – van de buurlanden afgekeken – staatsvorm met een aardse koning de gehoorzaamheid van en focus op de hemelse Koning keer op keer heeft ontweken.

Openbaring 7: beloning voor goede, getrouwe dienstknechten

De Joden die God wèl dienen, ook al is het een klein overblijfsel, krijgen daarom in Openbaring hoofdstuk 7 verzen 1-8 “het zegel van onze God op het voorhoofd”, zoals met bloed besmeerde deurposten de Israëlieten aan de vooravond van de exodus uit Egypte beschermden tegen de doodsengel (Exodus 12). Lees ook de parallel in Ezechiël hoofdstuk 9.

Uit alle volken verzamelt God zich verder een onafzienbare menigte die God als hun Redder erkend hebben, uit de grote verschrikkingen komen en hun leven hebben gegeven voor het geloof in God (Openbaring 7 verzen 9-14). Zij staan nu voor Gods troon, mogen weten dat God bij hen woont, hun tranen wist en ze naar de bron van leven voert (Openbaring 7 verzen 15-17). Lees de parallelteksten in Jesaja hoofdstuk 49 verzen 10-13.

In retrospectief: Gods koninkrijk breekt krachtig door, terwijl Israël als natie uit elkaar valt

Titus ontneemt Joden hun menoraWat heeft de Jood Johannes zelf ontdekt? Dat Jezus Christus de in door Jesaja c.s. aangekondigde Messias is. Jezus verkondigde het koninkrijk van God / de hemel, een heel ander rijk dan een aards koninkrijk. Dat was zelfs voor zijn discipelen lastig te vatten, want zij wilden graag een koning die hen – net als de Makkabeeën in de eeuwen ervoor – zou bevrijden van het juk van de Romeinse overheerser. Joden waren al ten tijde van Jezus verspreid over de toenmalig bekende wereld. Petrus haalt op de Pinksterdag in Handelingen 2 de profeet Joël in diens hoofdstuk 2 aan en stelt dat de uitstorting van de Heilige Geest de vervulling van deze profetie is. Jezus heeft net vóór Zijn hemelvaart de opdracht gegeven het goede nieuws van zijn koninkrijk bekend te maken aan alle volken en dan zou het einde komen (Mattheüs 28 verzen 16-20; Marcus 16 verzen 16-20). Vijf maanden belegerde Titus met drie Romeinse legioenen Jeruzalem (Openbaring 9 verzen 7-10). In het jaar 70 is de Joodse tempel verwoest en na de verovering van Massada, het laatste bolwerk van opstandige Joden in het jaar 73, is het gebeurd met de Joodse natie. De keizercultus viert hoogtij. Er is geen plek meer voor verering van andere goden. Wat Jezus zelf heeft voorspeld in Lukas hoofdstuk 21 verzen 20-24 is uitgekomen.

Dat is het punt in de geschiedenis waarop Johannes op Patmos kan terugkijken, feitelijk de geschiedenis kan naslaan en met een beroep op oudtestamentische profeten en Jezus Christus een blik in de toekomst werpt.

PetraMachtige (handels)volken als Egypte en plaatsen als Petra worden veroverd. En parallel eraan groeit het aantal christenen tegen de verdrukking en grote verschrikkingen in. Martelaren worden tot op de dag van vandaag vereerd om hun moed. We zeggen daarom dat het bloed van martelaren het zaad van de Kerk is. God zelf vestigt zijn koninkrijk en vernietigt aardse koninkrijken. Zie belangrijke aanknopingspunten in Daniël hoofdstuk 2 verzen 32-35, Jeremia hoofdstuk 51 verzen 25-26 naast het al genoemde Joël hoofdstuk 2.

Openbaring 8: verhoorde gebeden, een stilte voor de vernietigende storm 

Een half uur lang is het stil in de hemel. Dat moet een indrukwekkend contrast zijn met de doorgaande aanbidding en bedrijvigheid die in de andere visioenen beschreven zijn. De verzamelde gebeden van de heiligen worden met wierook geofferd op het gouden altaar voor de troon van God. “Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving.” (Openbaring 8 vers 5). Onze gebeden doen ertoe en worden verhoord. Zelfs wraakgebeden (“…zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis. Ze riepen luid: ‘O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?'” (Openbaring 6 verzen 9-10) vinden gehoor…op Gods tijd en manier.

Vier engelen blazen op hun bazuinen en er worden straffen over de aarde uitgeworpen: derde delen van de aarde, bomen en groen, rivieren, waterbronnen en het licht van zon, maan en sterren wordt getroffen. Hal Lindsey zag hier in de jaren ’80 de vernietigende kracht van een op handen zijnde nucleaire derde wereldoorlog in. Peter Scheele denkt in Beelden van Openbaring (2020) eerder aan de uitbraak van de Vesuvius in 79 en de ondergang van het Romeinse rijk. Jeep van der Schoot opteert in het Zoeklicht voor een letterlijke vervulling met een komeetinslag, terwijl de blogger op eindtijdbodebijbelstudies alles symbolisch neemt en tot een geestelijke, emotionele verwarring van de mensen onder de tuchtiging van God komt op een toekomstig moment. Theoloog Wim de Bruin ziet ook een beschrijving van de ondergang van het Romeinse rijk, een spoor waarop ook Elaine Pagels in Het vreemdste bijbelboek zit.

Zelf zie ik meer in de context van het Romeinse rijk, gegeven de rest van het boek Openbaring, kortom de eigentijdse invulling tijdens het leven van schrijver Johannes die zich bedient van de waarschuwende woorden en beeldtaal van oudtestamentische profeten dan vanuit een extern paradigma als de 20e eeuwse Koude Oorlog (Hal Lindsey) of een bedelingenleer met een veilige plek voor de in de hemel opgenomen christelijke Kerk terwijl God los gaat door de aarde te vernietigen en we een soort eind goed al goed gaan beleven op een nieuwe aarde met een nieuwe hemel (grofweg de denklijn sinds de 19e eeuw in kerken en bij leken commentatoren die beïnvloed zijn door de stichters van de Vergadering der gelovigen en het Zoeklicht). Zie ook het retrospectief hiervoor of de aantekeningen bij Openbaring 10 wat verderop.

Openbaring 9: Straf voor ontrouw. God is jaloers

Farao met strijdwagen IJsbeelden Festival Zwolle 2014-15 2Waar we in Openbaring 7 de beloning voor trouw aan God zagen, beschrijft hoofdstuk 9 de straf voor de ontrouwen. Als contrast met de 144.000 uit elke stam van Israël die een zegel van de levende God op hun voorhoofd hebben gekregen in Openbaring hoofdstuk 7 verzen 1-8 is de instructie aan de sprinkhanen in Openbaring 9 vers 2-4 “Alleen de mensen die niet het zegel van God op hun voorhoofd hadden, mochten ze kwaad doen.” 

Dat mensen hardnekkig zijn, is niet nieuw. Mozes en Aäron zagen dat al bij de Egyptische farao die ondanks de tien plagen niet wijken wilde voor Gods heerschappij. In Openbaring 9 verzen 20 en 21 zie je hetzelfde: “Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen veroeren. Evenmin braken ze met hun leven van moord en toverij, van ontucht en diefstal.” God gaf in de tien geboden al duidelijk via Mozes aan de Joden duidelijk mee: “Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast me. Voor de schuld van de ouders laat ik de kindereen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze miij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.” (Exodus 20 verzen 3-6).

Lees ook parallellen in bijvoorbeeld Ezechiël hoofdstuk 9.

Openbaring 10: het is de hoogste tijd Gods geheim werkelijkheid te laten worden!

Israel Houghton and New Breed concert in Levend Evangelie Gemeente Schiphol-Rijk 33Waar Peter Scheele Openbaring 11 verzen 1-11 tot het hart van Openbaring maakt, zie ik dat in hoofdstuk 10 verzen 5-7: “Toen hief de engel die ik op de zee en het land zag staan, zijn rechterhand op naar de hemnel. Hij zwoer: ‘Zo waar de schepper van de hemel en alles wat daarin is, en van de aarde met alles wat daarop is, en de zee met alles wat daarin is, tot in eeuwigheid leeft: het is de hoogste tijd! Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin laat klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.'”

Jezus antwoordde in Mattheüs 13 vers 11 zijn discipelen: “Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven.” en haalt daarbij Jesaja hoofdstuk 6 verzen 9-10 aan om de (tijdelijke) verblinding van de Joden te verklaren. In Marcus 4 vers 11: “Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen.” en in Lukas 8 vers 10: “Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen.”  Lees in de evangeliën de gelijkenissen en de uitleg van Jezus Christus om de principes en aard van het koninkrijk verder te leren kennen.

Paulus schrijft aan de christenen in Korinthe: “Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid.” (1 Korinthiërs 2 vers 1), “Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vóór alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister.” (vers 7, lees vooral het hele hoofdstuk) en “Men moet ons beschouwen als dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd.” (1 Korinthiërs 4 vers 1).

Paulus schrijft aan de christenen in Rome: “Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. Dan zal heel Israël worden gered…Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.” (Romeinen 11 verzen 25-32) en “Hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen – aan hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen.” (Romeinen 16 verzen 25-27).

Zandtovenaar Gert van de Vijver tekent bij Alpha and OmegaPetrus schrijft in zijn brief: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus; in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Verheug u hierover, ook al mnoet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof (..) Wat die redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die u ten deel zou vallen. Zij probeerden vast te stellen op welke tijd in op welke omstandigheden Christus’ Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat CHristus zou lijden en daarna in Gods luister zou delen. Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige Geest die vanuit de hemel werd gezonden. Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.” (1 Petrus 1 verzen 1-12).

“Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, ioopdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.” (Johannes hoofdstuk 3 verzen 15-21).