Adam Smith – De theorie over morele gevoelens

Ik geef toe als econoom nog nooit De welvaart van landen (The wealth of nations) van de Schot Adam Smith gelezen te hebben. Dat ga ik 27 jaar na mijn afstuderen binnenkort inhalen. Want met het lezen van het daaraan voorafgaande werk, De theorie over morele gevoelens, heb ik de smaak te pakken gekregen. Dit moraalfilosofische theorie verscheen voor het eerst in 1759, maar Smith bleef er tot zijn overlijden in 1790 aan werken.

Makkelijk samen te vatten is zijn verhandeling niet, wel trof me regelmatig de treffende observaties van gevoelens, het onderscheid tussen mannen en vrouwen en het doorhebben van verschillen in culturen. De theorie over morele gevoelens geeft een boeiend inzicht hoe de beste man, als diepgelovige, raad wist met de klassieke filosofen, tijdgenoten en tegelijk de vertaling kon maken naar de praktijk van alledag. Wat citaten: “Ontberingen, gevaren, kwetsuren, onrecht en tegenspoed zijn de enige leermeesters die ons de uitoefening van deze deugd (zelfbeheersing) kunnen onderwijzen. Ze zijn echter stuk voor stuk leermeesters bij wie niemand graag in de leer gaat.” (p.248).

“Als we alleen zijn, hebben we de neiging om alles wat onszelf raakt te sterk te ervaren; we zijn dan geneigd de goede diensten te overschatten die we anderen hebben verleend, en de krenkingen te overdrijven die ons zijn aangedaan; we zijn geneigd te opgetogen te zijn over het goede dat ons toevalt en al te bedroefd vanwege ons ongeluk.” (p.250).

De roemruchte ‘onzichtbare hand’ uit De welvaart van landen gebruikt hij eenmaal in dit boek om uit te leggen hoe bijvoorbeeld een landheren met zijn horigen en voedselproducten uiteindelijk tot eenzelfde verdeling van eerste levensbehoeften over de bevolking komt als “de aarde in gelijke delen onder al haar bewoners verdeeld was; en aldus, zonder dit oogmerk te hebben, zelfs zonder het te weten, dienen ze het belang van de samenleving en verschaffen ze middelen voor de vermenigvuldiging van de soort.” (p.299)

“Wil je je kinderen zo opvoeden dat ze zich van hun plichten jegens hun ouders bewust zijn, dat ze aardig en liefdevol jegens hun broers en zusters zijn? Breng hen dan in een positie waarin ze genoodzaakt zijn hun plichtsbesef te tonen, om vriendelijke, warme en hartelijke broers en zusters te zijn, en voed hen thuis op.” (p.360).

Adam Smith worstelt zich door de morele systemen van zijn eveneens gelovige voorgangers uit de scholen van Platonisten, Stoïcijnen en Casuïsten heen, legt hun zwakheden bloot en tracht met een doordachte kijk op moraliteit, goed en fout, goed- en afkeuring, deugden en ondeugden te komen. En ja, native Americans, Afrikanen en Aziaten zijn nog ‘wilden’, slavernij geen discussiepunt en West-Europa (nog) heel duidelijk het centrum van de wereld. Off topic, maar evengoed interessant voor de klassiek opgeleiden onder ons en studenten taalwetenschappen, zijn zijn overwegingen over het ontstaan van talen in een appendix.

Complimenten voor vertaler Willem Visser die de honderden pagina’s Engels uit de Penguin editie van 2009 omzette naar een soepel lopende, prettig leesbare Nederlandse tekst. Volgens de uitgever Boom pas ik de juiste volgorde toe: voorafgaand aan Wealth of Nations eerst The Theory of Moral Sentiments lezen om de ideeën van Adam Smith beter te begrijpen.

About the author

Although the exact date of Smith’s birth is unknown, his baptism was recorded on 16 June 1723 at Kirkcaldy.

A Scottish moral philosopher and a pioneer of political economy. One of the key figures of the Scottish Enlightenment, Smith is the author of The Theory of Moral Sentiments and An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations. The latter, usually abbreviated as The Wealth of Nations, is considered his magnum opus and the first modern work of economics. Adam Smith is widely cited as the father of modern economics.