Gezien: Leave No Trace (2018)

De in 2018 uitgekomen film Leave No Trace is gebaseerd op de roman My Abandonment (2009) van Peter Rock met Ben Foster (1990) als vader Will en de Nieuw-Zeelandse Thomasin McKenzie (2000) als dochter Tom in de hoofdrollen. Het stel woont in het Forest Park buiten Portland, Oregon. Eens per week gaan ze de stad in om boodschappen te doen, maar voor de rest leven ze in afzondering in de bossen en zijn zelfvoorzienend. Wanneer Tom onverwacht gezien wordt door een hardloper, komen park rangers ze zoeken en helpt vluchten niet. Hulpverleners bieden een huis, dat maar lastig ‘thuis’ wordt. Gekweld door trauma’s uit militaire dienst volgt Will zich opgejaagd om telkens weer te proberen ergens op zichzelf te gaan wonen, ongelukken en hulp van welwillende, maar achterdochtige Amerikanen ten spijt. Want, wat doet een vader met z’n dochter in de wildernis? Een dergelijk dramatisch plot kan natuurlijk na een uur en 48 minuten niet met een ‘eind goed al goed’ eindigen.

Blijft het tweetal tot het eind bij elkaar als twee zeepaardjes, of kiest ieder uiteindelijk voor zichzelf? Regisseuse Debra Granik is er goed in geslaagd de dreiging uit te drukken in stilzwijgen, spaarzame conversaties en aangrijpende emoties. “I am going, but I ain’t coming back” klinkt het op het camper en caravanpark in de staat Oregon voor het laatste kantelpunt in de film.

Leave No Trace werd in 2017 in Oregon opgenomen na flink oefenen met een heuse survivalist in vuurtje stoken, paddenstoelen snijden en onopgemerkt blijven in bossen. Ik bekeek de film op Netflix.