Jan Siebelink – Jas van belofte

In mijn eigen reis langs binnen- en buitenlandse literatuur had ik niet eerder een boek van Jan Siebelink gelezen. Jas van belofte cadeau krijgen bij aankoop van Het verschil van mening eind maart als Boekenweekgeschenk brengt daarin verandering. Geen referentie of vergelijkingsmateriaal, wel eerstehands indrukken na lezing van de 94 pagina’s tellende ode aan vriendschap met vader, het schrijven van boeken en leraar Frans zijn.

“Over God wil ik zwijgen”, maar de mantel van Elia die Elisa mag ontvangen nadat zijn voorganger in een stormwind meegevoerd wordt naar de hemel inclusief de uitroep “Vader, vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!” en het naar links en rechts (“herwaarts en derwaarts”) wijken van het water van de Jordaan als Elisa met de mantel op het water slaat, lees de geschiedenis na in 2 Koningen 2, gebruikt Siebelink als motief. Zo scheurt Arthur Siebrandi in zijn Ferrari met ruim 260 km/u zijn einde tegemoet: “Dan de ultieme sensatie. De voorwielen spoteh vuur door de wrijving, werden vuurballen, vuurkolommen. Ze maakten zich los van de aarde. Zijn vurige wagen met vurige paarden, o ruiteren Israëls, reed schuin omhoog de hemel in, en algauw was de autobaan nog maar een smal streepje.”

Waar Arthurs vader hem zijn jas naliet, laat Arthur zelf zijn jas na het overlijden op 79-jarige leeftijd achter op een stoel in het ziekenhuis voor z’n vrouw Caroline. Maar zo is er ook het motief vriendschap, Loet IJzertje, geïnspireerd door Siebelinks Louis Ferron en Lisette, de echtgenote van Siebrandi, en (ex-)leerlinge Caroline Hupkes, die het goed met elkaar kunnen vinden. En er is de liefde voor de Franse en Nederlandse taal. Als leraar Frans die geen zin heeft gebruik te maken van een VUT-regeling, zo graag zijn leerlingen wil helpen, dat hij eerst één en daarna nog een uur voor aanvang van de reguliere lessen paraat staat voor zijn pupillen.

Of de willekeurige lezer van het Boekenweekgeschenk zich raad weet met de aan de Bijbel ontleende taferelen, kort-door-de-bocht conclusie over homoseksualiteit in de Bijbel, de tale Kanaäns, het Latijn, de vele Franse woorden (van craqueleé, gabardine,  en couleur locale van in ‘onze meest populaire vakantiebestemming’ en een Nederlands dat rijp is voor het Groot Dictee, vraag ik me af.