Gezien: Parmanu – The Story of Pokhran (2018)

De ruim 2 uur durende Indiase film Parmanu: The Story of Pokhran (2018) geeft een cinematisch verslag van de opmars van het land als kernwapenmogendheid. Het plot start in 1995. China heeft dan al 43 nucleaire tests uitgevoerd, buurland en aartsvijand Pakistan is al jaren voorzien van een atoomarsenaal en goed bevriend met de Verenigde Staten. Voor India, dat in 1974 één geslaagde test uitvoerde wordt onder druk gehouden om niet zelf de stap te zetten naar de ontwikkeling en operationeel maken van een eigen kernwapenarsenaal.

Ashwath Raina (gespeeld door John Abraham) stelt in een kabinetsoverleg voor wel eigen proeven te houden. ZIjn plan wordt echter door regeringsfunctionarissen gelekt, de uitvoering van van het maar gedeeltelijk overgenomen plan faalt jammerlijk. Amerikaanse Lacrosse satellieten hebben de testlocatie namelijk haarscherp in beeld. Raina krijgt de schuld, wordt geschorst als overheidsfunctionaris, verhuist noodgedwongen en verdient alleen wat bij als onderwijzer. Geen lekkere positie om z’n huwelijk en gezin te onderhouden.

Drie jaar later krijgt hij een tweede kans van de Suresh Yadav (Boman Irani), de secretaris van de premier en mag een dream team samenstellen om de klus alsnog te klaren ter ere van het vaderland. Naar analogie van de Pandava’s, de zonen van Pandu en hoofdrolspelers in het epos Mahabharata. Natuurlijk even slikken voor de bloedmooie Ambalika Bandyopadhyay (Diana Penty) die als zoon Nakula personage voor de beveiliging moet zorgen. Het team gaat in het diepste geheim aan de slag rond Pokhran, Ashwath houdt z’n vrouw Sushma Raina (Anuja Sathe) en zoon met leugens op afstand.

Opvallend is het gebruik van live televisiebeelden uit 1995 en 1998 de Indiase premier Atal Bihari Vajpayee, nieuwslezeressen en de Amerikaanse president Bill Clinton. De spanning wordt in het verhaal gebracht en gehouden door Pakistaanse en Amerikaanse spionnen en de tijdsdruk om niet één, maar zes nucleaire bommen tot ontploffing te brengen. De eer zal gaan naar de engineers, niet het team van Ashwath, dat weten Ashwath en zijn team ook. In de aftiteling worden Dr. APJ Abdul Kalam, Dr. Anil Kakodkar en Dr. R. Chidambaram als echte helden achter de geslaagde kernproeven op 11 en 13 mei 1998 genoemd.

Leve de natie!

Leitmotiv in de film is de liefde voor het moederland India. De vader van Ashwath diende in het leger, de zoon van de secretaris Suresh Yadav gaf zijn leven in een oorlog, en de stap om een kernmogendheid te worden is gebaseerd op de filosofie, dat kracht respect afdwingt. Liedteksten die de liefde voor de natie bejubelen. Wat fijn dat de plutoniumbollen ‘made in India zijn’. Terwijl de bommen in de schachten dalen hoor je herhaaldelijk “Mijn ziel is gekleurd in de kleur van saffraan!” Onder de neus van Amerika aan de aandacht van de CIA en de Lacrosse satellieten ontglippen geeft zelfvoldoening. Machtsvertoon en propaganda zoals je dat nog altijd in bijvoorbeeld Noord-Korea, Rusland of IS op tv of Youtube kunt zien. De epiloog legt uit dat 11 mei sinds 1998 als National Technology Day gevierd wordt. Dergelijk patriottisme is ons Nederlanders vreemd. Wij hadden ‘liever een Rus in de keuken dan een raket in je tuin’ .

Een kritische eindnoot

Ik bekeek deze film op Netflix. De mannen komen wat onbeholpen en amateuristisch over, alsof een kernproef doen een soort hobbyproject is op de zolderkamer. Op amper een paar honderd meter van de schachten toekijken in de controlekamer lijkt me bij een nucleaire explosie geen pretje, zoveel is me van de films over de gevolgen van dergelijke proeven, Hirosjima en Nagasaki sinds mijn militaire diensttijd wel bijgebleven. In de filmversie trillen de computers wat en wordt het team in slow motion naar achteren geblazen in hun ruimte, maar verder is het eind goed, al goed.

Sushma Raina is mijn echte heldin van de film met geloofwaardig acteerwerk als bezorgde moeder en echtgenote. Diana Penty is duidelijk vanwege haar uiterlijk aan de cast toegevoegd, haar rol is te oppervlakkig.

Zie ook: