Esther Gerritsen – De trooster

Jacob, de conciërge in een klooster, dat tevens als retraitecentrum wordt gebruikt, valt buiten de hiërarchie. Hij weet zich gedoogd in de kring van broeders, heeft in het verleden een kortstondige relatie met een vrouw gehad, maar lijkt zich tevreden te zijn als Einzelgänger, druk met allerhande praktische klussen. Wanneer Henry Loman zich meldt voor een retraite, stuit hij op Jacob en klampt hem zó aan, dat hij hem rondleidt. “Soms probeer ik mijn eerste blik op hem terug te halen, mijn snelle, weinig vleiende oordeel. Dat lukt me nauwelijks.”

De tijdlijn van de lijdensweek volgend groeit een vriendschap tussen de beide mannen, houterig, lang niet altijd met volwaardige conversaties, wel behulpzaam. Wordt Jacob zo de engel of trooster die de zondaar Henry nodig heeft om het leven en vergeving te accepteren, of is het andersom, en is Jacob het paaslam dat geofferd en niet het laatste woord heeft? De ongemakkelijkheid, het ontbreken van een gebalanceerd persoonlijk referentiekader en dus maar zwijgen over seksuele zonden, en de pogingen om de bedoeling van rituelen en symbolen van een rooms-katholieke gemeenschap over te brengen op een leek tekenen deze bijzondere roman De trooster. Het helpt zeker als je zelf op de hoogte bent van de gebeurtenissen tijdens Christus’ lijden en sterven.

Over de auteur
Esther Gerritsen (1972) debuteerde in 2000 als prozaschrijfster met de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn. Zes succesvolle romans volgden: Tussen Een Persoon, Normale dagen, De kleine miezerige god, Superduif, Dorst, Roxy en De trooster. In 2016 schreef ze het Boekenweekgeschenk Broer.
Esther Gerritsen is ook scenariste en columniste voor de VPRO Gids en de Volkskrant. Haar korte stukken en columns werden gebundeld in Je hebt iets leuks over je en Ik ben vaak heel kort dom.