Psalm 122: We zijn er bijna…in Jeruzalem

De zegenbede voor Jeruzalem “Vraag om vrede voor Jeruzalem: ‘Dat rust hebben wie van je houden, dat vrede heerst binnen je muren en rust in je vesting'” (verzen 6-7) zijn de vaakst aangehaalde uit Psalm 122. Christenen voor Israël, voorbijgaand aan de politieke werkelijkheid of het seculiere karakter van de moderne staat Israël, wordt het quid pro quo als wortel aan de stok voorgehouden. Als jij bidt voor de vrede van Jeuzalem, zul je zelf rust ervaren. En net als zovaak bij het knippen van de Bijbel tot sound bites, kun je bij dit pelgrimslied beter de hele Psalm lezen, de context begrijpen en dan pas conclusies trekken of je verzen toe-eigenen.

Samen met gelovigen de HEER zoeken

De schrijver wil maar wat samen met zijn volksgenoten samenkomen in Jeruzalem, het huis van de HEER, de plek waar het gerecht woont en het koningshuis van David te vinden is. “Verheugd was toen ik hoorde: ‘Wij gaan naar het huis van de HEER’, verheugd ben ik, nu onze voeten staan binnen je poorten, Jeruzalem. (…) Daar komen de stammen samen, de stammen van de HEER, om Israëls plicht te vervullen, te prijzen de naam van de HEER.” (verzen 1-2, 4)

Het Hebreeuwse woord dat in vers 4 in diverse Nederlandse vertalingen als ‘plicht’, ‘voorschrift’ of zelfs ‘wet’ te lezen is, heeft echter alleen de betekenis van ‘getuigenis’. Het woord wordt alleen in deze Psalm zo afwijkend vertaald, elders heet het wel getuigenis. Vreemd dat vertalers niet hebben ingezien dat God prijzen als getuige van Zijn voorziening, zegen, genezing, etc. heel wat natuurlijker klinkt en gaat dan dat het een religieuze verplichting, een ‘moetje’ is.

De aangehaalde bede voor Jeruzalem besluit de Psalm met “Om mijn verwanten en vrienden zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’ Om het huis van de HEER, onze God, wens ik je al het goede.” (verzen 8-9). In Ezechiël 5 vers 5 staat: “Dit zegt God, de HEER: Dit is Jeruzalem. Ik had het midden tussen andere landen geplaatst, het werd door andere volken omringt.” In Psalm 132 (ook een pelgrimslied) verzen 13-18: “De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd: ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen. Ik zal Sion met voedsel zegenen, de armen brood geven in overvloed en de priesters met eer bekleden. Zijn getrouwen zullen juichen van vreugde. Hier breng ik Davids huis tot aanzien, hier ontsteek ik een lamp voor mijn gezalfde. Zijn vijanden bekleed ik met schande, maar op zijn hoofd schittert een kroon.'”

De Psalm maakt onderdeel uit van de reeks 120-134, waarin verschillende aspecten van de pelgrimage naar Jeruzalem, het huis van de HEER (eerst tent later tempel), worden belicht. Het boek Een breekbaar halleluja van Jan Martijn Abrahamse behandelt deze serie Psalmen en relateert ze aan ons eigen verlangen dichterbij God te zijn, onze menselijke tekortkomingen en de liefdevolle, genadige God die ons in Jezus Christus tegemoet is gekomen als een Vader die naar zijn kinderen omziet. De pelgrim trekt letterlijk op naar Jeruzalem dat ten opzichte van de omgeving hoog verheven is en op heuvels gebouwd is met de berg Sion als centrum en plek waarop de citadel van koning David gebouwd is als vesting. In het Engels staat er boven deze Psalmen dan ook a song for ascents of a Song of ascents. Een decennium geleden leek Songs of Ascents de titel van het nieuwe U2 album te worden. De verwachtingen waren hooggespannen, maar het bleef stil, tot in 2011 Songs of Experience uitkwam, een terugblik op de verloren onschuld in de tienerjaren van de Ierse bandleden.

Tussen verloren onschuld en herkregen vrede

Onze religieuze plicht, God prijzen, mag nu een breekbaar halleluja zijn. We zijn onze onschuld kwijtgeraakt en kampen net als de stad Jeruzalem met de weerbarstige werkelijkheid in deze eeuwen, dat we weten dat Christus als Messias naar aarde is gekomen om in vrede te voorzien tussen God en mens en zijn terugkeer om voor alle mensen als Heer te verschijnen. Lees in dit verband zelf Lukas 19 vers 42, Zacharia 12 of Openbaring 21 verzen 22-27.

We zien uit naar wat de apostel Johannes bijna tweeduizend jaar geleden al mocht zien in een visioen: “Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ — Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – Toen zei hij tegen mij:: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omgea, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.” (Openbaring 21 verzen 1-7).

Liever één dag in het huis van de HEER zijn dan duizend dagen elders (Psalm 84 vers 11). Want Openbaringen 21 vers 8 vervolgt: “Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood’.”