Psalm 23: Je hoeft niet bang te zijn

Geen Psalm zo bekend als 23: “De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets….” Dit lied overtuigd zingen geeft blijk van een doorleefd geloof in de HEERE (JHWH, in moderne vertalingen als ‘De Heer’ of God aangeduid). David getuigt:

  • De Heer is mijn herder.
  • Ik kom niets tekort.
  • Hij geeft mij rust.
  • Hij verkwikt mijn ziel.
  • Hij leidt mij in rechte sporen omwille van zijn naam.
  • Hij is bij mij, ook al dool ik in het duister. Ik vrees geen kwaad.
  • Hij troost mij.
  • Hij verzorgt mij van top tot teen, de inwendige mens, maar ook mijn uiterlijk, terwijl mijn tegenstanders toekijken.
  • Goedheid en gunst volgen me mijn hele leven.
  • Ik mag altijd dichtbij God zijn.

Gaat het om jou of Hem?

Prikkelend vond ik de titel van het boek Why Psalm 23 Is Not About You van Robert Cole. Deze auteur zet Psalm 23 in de context van Psalm 20 – 24, onderzoekt de parallellen in taalgebruik en thematiek van deze Psalmen. Boeiend om jezelf in te verliezen, hoewel Psalm 23 op zichzelf al voldoende antwoord geeft. De Engelse vertaling zegt het al zo mooi aan het slot van de eerste versregel: “I shall not want.”

Wat heeft een schaap te willen? Als de herder het goed verzorgt, zul je ‘m niet horen klagen. Onthoud, dat David, de schrijver van deze Psalm, had geen gemakkelijk leven. Niet als tiener (niet volwaardig meegeteld in het rijtje zonen van Isaï toen de profeet Samuël langskwam om een nieuwe koning te zalven), vele jaren lang totdat hij daadwerkelijk koning was over het hele volk. Hij kende veel ongemakken, verloor een kind, had zijn schoonvader als grootste vijand, werd als vogelvrij verklaarde opgejaagd door het hele land, verbleef zodoende lang in de woestijn van Israël en nota bene bij de vijanden van zijn volk en mocht uiteindelijk niet zelf de tempel voor de HEER bouwen, omdat hij bloed aan zijn handen had. Lees maar na in de boeken 1 Samuël en 2 Samuel.

Als hij deze Psalm heeft geschreven toen hij nog een onschuldige herder was die op een heuvel op zijn lier zat te tokkelen en uit tijdverdrijf dergelijke liederen schreef, dan heeft hij de rest van zijn leven gehad om dit eerbetoon uit zijn liedbundel te schrappen, zoals menigeen het geloof in een liefhebbende, genadige God die het goede met ons voorheeft vaarwel zegt in tijden van tegenslag of erger. David deed dat niet, de Joden na hem die Psalmen van hem en andere liedschrijvers bewaarden en ons de collectie van 150 Psalmen gaven, ook niet. Deze mensen horen thuis in de wolk van getuigen die in Hebreeën 11 zijn beschreven die leefden uit geloof en niet uit het (altijd) zien als voorbeeld of uitdaging voor ons.

Wil en kun je deze Psalm in één van de vele berijmingen zingen, in goede en slechte tijden? Je erkent ermee, dat het God is die voor je zorgt en dichtbij je is. Hem zij daarvoor de dank en eer!