Psalm 91: God zal je beschermen

Psalm 91 is in verknipte vorm op allerlei ansichtkaarten, boekenleggers, bemoedigingen op Facebook, in samenkomsten en dergelijke verkrijgbaar. Het is toch fantastisch jezelf te rekenen tot “Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende”, te weten “Hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht, zijn trouw is een veilig schild.” of “Al vallen er duizend aan je linkerzijde en tienduizend aan je rechterhand, jou zal niets overkomen. Open je ogen en zie hoe wie kwaad doen worden gestraft.”

Voor je geestesoog paradeer jij al over het slagveld, onoverwinnelijk of kijk je ontspannen vanuit je hemelse schuilplaats op het gewoel daar beneden op de Aarde. Tot zover onze westerse, misschien door Hollywood spektakelfilms beïnvloede kijk. We gaan dieper graven.

Goddelijke bescherming

Bidden om goddelijke bescherming is een wereldwijd religieus thema. Aan het hoofd van het pantheon is een oppergod die voor de ultieme bescherming kan zorgen. Namen en posities voor God namen de Israëlieten, ook in hun Psalmen, van de Kanaänieten over. Wat in de Nieuwe Bijbelvertaling met Allerhoogste en Ontzagwekkende vertaald wordt, is in het Hebreeuws respectievelijk Elyon en Shaddai. Christenen kennen deze woorden wellicht uit liedjes met El Elyon (Heer der Heren of Allerhoogste Heer) en El Shaddai (De HEER, de Ontzagwekkende). In het in 1981 door Michael Card geschreven, maar een jaar later door Amy Grant veel bekender geworden liedje El Shaddai komen beide voor.

Er zijn commentatoren die de ‘beschutting van de Allerhoogste’ associëren met de tempel. God is immers onder het volk komen wonen, dichtbij en benaderbaar. Andere commentatoren wijzen op de meer magisch getinte formuleringen om het kwaad te verdrijven en de overwinning te claimen. Het kwaad kan daarbij zowel demonen als ziekte, ellende, oorlog en wilde dieren duiden. Deze ambivalente vertalingen op basis van de zelfde woorden gaan verder in dezelfde Psalm. Er zijn ook commentatoren die vermoeden dat Mozes deze Psalm net als #90 geschreven heeft. Hij heeft op een bijzondere wijze de goddelijke bescherming ervaren met het volk onderweg van Egypte naar het beloofde land Kanaän. Hij weet hoe God onder het volk kwam wonen in de tabernakel. Gelukkig zijn er ook anno 2019 mensen die kunnen getuigen van Gods bescherming, wonderlijke reddingen die menselijk onmogelijk zijn, zo merken we ook in de groeigroep.

Gaat vers 4 “hij zal je beschermen met zijn vleugels, onder zijn wieken vind je een toevlucht” over God als adelaar die zijn jongen onder z’n vleugels houdt, een beeld dat je ook in Psalm 17 vers 8 en 36 vers 8 vindt, of wijst het naar de cherubim, de gevleugelde engelen op de in het heiligste deel van de tempel geplaatste ark van het verbond (de draagbare heilige kist met daarin de twee stenen platen met de Tien Geboden erop), zoals beschreven in Exodus 25 verzen 17-22.

Overal de duivel achter zoeken?

Betreffen de verzen 5 en 6 “De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen, ook de pijl die overdag op je afvliegt, noch de pest die rondwaart in het donker, noch de plaag die toeslaat midden op de dag.” (heb je de herhaling opgemerkt?) Gods altoosdurende bescherming, zowel overdag als ‘s nachts, ziekte (plaag, pest) en vijanden (verschrikking, pijl)? Of, meer figuratief, zijn de verschrikking ‘s nachts, de plaag en de pest demonische aanvallen, zoals ook in Middeleeuwse schilderijen en in vertellingen honger en pest als duivels, Dood (inclusief sikkel) werden afgebeeld?

Houd je deze laatste interpretatie aan, dan komen ook de beschermengelen in verzen 11-13 natuurlijker over: “Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat. Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen. Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen.” Valt het op, dat de Satan, de duivel in de Bijbel met dezelfde woorden, leeuw / roofdier (1 Petrus 5 vers 8), adder / slang (Genesis 3, Jesaja 27 vers 1, 2 Korinthiërs 11 vers 3, Openbaring 12 vers 9, 14, 15 en hoofdstuk 20 vers 2) wordt aangeduid? Let ook op wie wie vertrapt en vermorzelt.

Letterlijk op slangen treden?

Op de groeigroep vraagt iemand of we “leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen” letterlijk moeten nemen. Nee, ik promoot geen snake handlers. Op z’n best lees ik er crime fiction als When Death Draws Near over.  Een belangrijk aanknopingspunt vind ik wel in Lukas 10 verzen 17-20. Jezus heeft 72 leerlingen in stellen erop uitgestuurd om het koninkrijk van God bekend te maken, zieken te genezen, bezetenen te bevrijden, etc. “De tweeënzeventig keerden vol vreugde teruig en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht vna de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.'”  Zie je de overeenkomsten in figuurlijk taalgebruik met toch heel praktische aanwijzingen, de zekerheid dat God helpt, doet wat hij belooft en – cruciaal – zijn kinderen kent?

God spreekt, luistert, antwoordt, redt en geeft een lang leven

Let op hoe de verteller in de verzen 14-16 wijzigt. De psalmist geeft een profeet, vertolker van Gods woord het podium: “Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is. Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij je zijn, je bevrijden en met roem overladen, je overvloed geven van dagen. Ik zal je redding zijn.'” 

Ten opzichte van de vergankelijkheid van de mens in Psalm 90, in berijmde vorm “Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen. Ach, wij vinden, waar wij staren niets bestendigs hier beneen. Op de weg, die wij betreden staat geen voetstap die beklijft. Al het heden wordt verleden schoon ‘t ons toegerekend blijft.” is de belofte van een ‘overvloed van dagen’ wel zo prettig.