Psalm 85: Zijn glorie komt wonen in ons land

Psalm 85 is typisch zo’n bijbelgedeelte waar je oppervlakkig lezend maar zo kunt denken dat de tekst voor jou is en een algemeen geldende belofte van God voor herstel en betere tijden inhoudt. Laten we een spa dieper steken. De psalm is in of na de ballingschap naar Babylonië (587-538 voor Christus) geschreven. Een setting na de ballngschap en dus terugkeer naar Israël ligt de eerste verzen lezend voor de hand. “U keerde het lot van Jakob ten goede” is een uitdrukking die ook in Jeremia 30 vers 3 en 18 en Amos 9 vers 4 wordt gebruikt voor de terugkeer uit de ballingschap. De toorn van God is na eeuwenlang geduldig wachten losgebrand op het volk Israël. Zijn uitverkoren volk had het verbond met de HEER verruild voor afgodendienst aan alles wat los en vast zat (bomen, altaren, godenbeeldjes, kindoffers, etc.). Ballingschap, eerst de tien stammen uit het noorden, daarna de twee stammen uit het zuiden van het land. Voorbidders, zieners en profeten als Daniël en Nehemia weten dat de Babylonische ballingschap 70 jaar zou duren en dat God met een overblijfsel van het volk opnieuw zou beginnen. Welkom bij Psalm 85.

Geestelijk herleven, rechte banen en de rechter over levenden en doden

“U bent uw land genadig geweest, HEER, u keerde het lot van Jakob ten goede, nam de schuld van uw volk weg en bedekte al zijn zonden. U bedwong uw woede en wendde u af van uw brandende toorn. God, onze helper, keer tot ons terug, onderdruk uw afschuw van ons. Wilt u voor eeuwig uw toorn laten duren, verbolgen zijn van geslacht op geslacht?” (Psalm 85 verzen 1-6).

Anders dan simpel genoegen nemen met het verstrijken van de tijd, doet de psalmist net als Daniël en Nehemia een beroep op Gods trouw en Zijn eeuwigdurend verbond met het volk, gecombineerd met schuldbelijdenis en erkenning dat een Redder nodig is. Geestelijk dood zijn betekent de connectie met de levende God verloren hebben. Pas als je hart (weer) op Hem is gericht en je geestelijke oren willen horen wat God via Zijn Geest te zeggen heeft, kun je Hem horen.

“Breng ons weer tot leven, dan zullen wij ons in u verheugen. Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! Voor wie hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, trouw en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, uit de aarde bloeit de waarheid op, het recht ziet uit de hemel toe. De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. Het recht gaat voor God uit en baant voor Hem de weg.” (Psalm 85 verzen 7-14).

Jezus zegt over Johannes de Doper in Mattheüs 11 verzen 10 en verder: “Hij is degene over wie geschreven staat: “Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.” (…) Want de profetieën van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes. En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou.”

In Mattheüs 3 lezen we over het optreden van Johannes de Doper als wegbereider voor Gods Zoon, Jezus Christus: “In die tijid trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’  Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: ‘Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”‘ (…) Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.’ Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’ Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in. Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’

In Handelingen 10 legt de apostel Petrus aan de Romeinse hoofdman over honderd soldaten het goede nieuws uit. Een bloemlezing: “Daarop nam Petrus het woord en zei: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat hij zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor hem heeft en rechtvaardig handelt. God heeft aan de Israëlieten bekendgemaakt dat hij door Jezus Christus het goede nieuws van vrede is komen brengen. Deze Jezus is de Heer van alle mensen. (…) Hij heeft ons opgedragen daarvan getuigenis af te leggen en aan het volk bekend te maken dat hij het is die door God is aangesteld is als rechter over de levenden en de doden. Van hem getuigen alle profeten dat iedereen die in hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden krijgt.”

Materiële zegeningen – ere zij God

“De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven.” Hem mogen we dankbaar zijn voor gewas en arbeid. Klinkt heel ouderwets en gedegen, de aangewezen dagen in het kerkelijk jaar om te bidden en te danken voor zegeningen van de land- en tuinbouw, zijn zo goed als vergeten, en toch…sleutels om te mogen genieten van Zijn zegen liggen in trouw, waarheid, recht en vrede. Hier kunnen we als mensen flink ons best op doen. Beter kunnen we erkennen dat we dat niet zelf kunnen bewerkstelligen – kijk de geschiedenisboeken maar na – en dat we God moeten eren, Hem de plek geven die Hem toekomt als onze Schepper en HEER. Dan is zijn hulp nabij en komt zijn glorie (eer, overvloed, heerlijkheid, rijkdom, waardigheid, achtig, goede naam, faam) wonen in ons land. Ere wie ere toekomt, dé reden waarom we met Kerst het Ere zij God zingen.