Lessen uit The Last Man On The Moon (2014) en Mission Control (2017)

Twee documentaires over bemande ruimtevaart, één van mijn grote interessegebieden in m’n jeugd herontdekt, leveren veel waardevolle inzichten op over leiderschap, teamwork en de verhouding tussen werk en privé. Ik bekeek The Last Man on the Moon (2014) over de carrière van Gene Cernan, de laatste Amerikaan die met Apollo 17 op de Maan heeft gestaan en Mission Control: The Unsung Heroes of Apollo (2017) over Mission Control in Houston die de bemande ruimtevluchten van de Mercury, Gemini en Apollo programma’s begeleidde en dat met een nieuwe generatie doet voor bijvoorbeeld het International Space Station. Zowel The Last Man on the Moon als Mission Control zijn op Netflix te bekijken.

The Last Man on the Moon
Eugene Cernan (1934-2017) werd als jongeman gerekruteerd voor de training tot astronaut. An offer you can’t refuse. Zeker dat je daarmee je jongensdroom waarmaakt? Nee, zeker niet. Hoe snel het met je afgelopen kan zijn, bewijst de vuurzee in de afgesloten Apollo 1 capsule, waarbij drie van zijn makkers de dood vonden. De bemanning van de Apollo 13 ontsnapten ternauwernood aan een ramp. Zelf liet Cernan vlak vóór de beslissing genomen zou worden wie het drietal voor Apollo 17 in december 1972 zou worden, een helikopter crashen in het water. Hij vraagt zich hardop af, wie het vervolgens in z’n hoofd haalt om zo’n kerel verantwoordelijk te maken voor het wel en wee van de astronauten aan boord van de missie naar de Maan en de maanlander, noch de command module te laten crashen.

Gene’s vrouw kon tijdens de trainingsjaren en daadwerkelijke twee Apollo missies het huishouden voeren en de kinderen opvoeden. Na de maanmissie wachtte jaren van als een held overal ter wereld handtekeningen uitdelen en vertellen over de bijzondere ervaringen. Ook Gene’s huwelijk was daartegen niet bestand. Zo’n 60% van de astronauten en andere nauw betrokken NASA stafleden zagen hun huwelijk stranden. Schuldgevoel jegens zijn dochter over het enorme gebrek aan aandacht en tijd om bijvoorbeeld te gaan kamperen, achtervolgt hem wel. Dan is het mooi dat de initialen van dochterlief in het maanstof zijn gezet, maar daar heb je thuis weinig aan. Na verloop van tijd heeft Gene een tweede vrouw ontmoet, met wie hij een nieuw gezin stichtte.

En nog altijd weten ook vrienden Gene met moeite een beetje tot rust te brengen. Nog altijd is het competitieve zichtbaar in The Last Man on the Moon. Hij reist nog steeds, vergezeld door een persoonlijke assistent, stad en land af, vliegt de hele wereld over, houdt er een koeien range op na, rijdt paard, bestuurt zelf nog vliegtuigen. Ja, hij wordt ouder, conditioneel kraakt en piept het, maar toch. In januari 2017 overleed Gene.

Mission Control: The Unsung Heroes of Apollo

In deze documentaire op basis van het boek Go, Flight: The Unsung Heroes of Apollo van Rick Houston (passende achternaam), spreekt de enorme uitdaging waar John F. Kennedy de nog piepjonge ruimtevaartnatie voor heeft gesteld. Hem laten zakken is geen optie. Met testvluchten van nieuwe gevechtsvliegtuigen zoals de X-serie supersonische straaljagers bij de NACA als referentie, technische specialisten zo uit de schoolbanken, is  in enkele jaren tijd het instituut Mission Control opgebouwd. Requirements stellen voor de benodigdheden en vervolgens evolueren. Naast de voor het oog van de wereld opererende 17 mensen in de primaire ruimte van Mission Control in Houston zijn veel mensen ter ondersteuning nodig. Zo is een ruimte ingericht met een simulator van de ruimtevaartuigen om procedures, maar ook afwijkingen ervan exact na te bootsen, zelfs voordat wijzigingen doorgegeven worden aan de astronauten in hun Apollo capsule of maanlander.

Chris(topher) Kraft roept uit in de beginjaren: “We gotta tell ’em it’s got to have a computer. What the hell is a computer? It was almost that much that we didn’t know.” Telemetrie en verwerken van enorme hoeveelheden gegevens was ook toen cruciaal voor de vluchtleiding. Zo deed men dat met de straaljagers ook. Uitdagingen tijdens dit decennium zijn dan wel de radar-, gegevens- en spraakverbindingen helemaal tot op de Maan. Er wordt veel track & trace gedaan, enorm veel gepland en gerekend. What-if scenario’s oefenen en nog eens oefenen. En toch: bij Apollo 1 gaat het mis, 24 maanden vertraging in het programma tot gevolg. Men wist dat Apollo 1 kwalitatief onvoldoende was. De lancering stond onder druk. En toch: het herzien van de ontwerpen, was nodig om überhaupt naar de Maan te kunnen komen en de missie van JFK te volbrengen. Na een collectief aanvaarde schuld voor de dood van het drietal werden tough and competent na Apollo 1 de kernwaarden, waarop nog altijd Mission Control zich laat voorstaan. Mentoring van mensen, jonge leiders op sleeptouw nemen en vertrouwen geven aan specialisten om hun eigen problemen op te lossen, siert NASA.

De flight director neemt de uiteindelijke beslissingen. Hij laat zich informeren door specialisten op deelterreinen. Een astronaut inzetten als CapCom, een insider die het jargon van de astronauten aan boord van de Apollo spreekt, inzetten, is opvallend. Dat elk programma (Mercury, Gemini, Apollo) eigen doelen heeft en ook strikt worden nagestreefd, is ook kenmerkend voor de organisatie. De harde mannen (toen nog geen enkele vrouw bij Mission Control) staan dan wel met tranen in de ogen als Jim Lovell op Kerstavond 1968 met de Maan en Aarde in beeld vanuit Apollo 8 uit Genesis 1 voorleest.

Wat Gene Cernan aan het thuisfront meemaakte, hoor je de geïnterviewden mannen bevestigen. NASA nam alle tijd, voor privé bleef er niks over. Teamwork en team bonding werd veel aandacht aan besteed. Rituelen en het belang van principes zijn goed uitgelicht.