Psalm 87: Gods volk groeit wereldwijd

De zeven verzen tellende Psalm 87 is bijzonder. Dat de HEER, de God van Jakob het joodse volk in Zijn hart gesloten heeft, is geen geheim. Dat Hij de HEER van alle volken is, en eens erkend zal worden als Heer en Koning over de hele mensheid, is nu nog een profetie. Rahab (betekent krokodil en verwijst naar Egypte, toevluchtsoord in tijden van hongersnood, verder vooral vijand van Israël), Babel (waarnaar Juda in de 6e eeuw voor Christus in ballingschap gevoerd werd), Filistea (de Filistijnen waren eeuwen lang gezworen vijand van Israël, en bijvoorbeeld de reus Goliath kwam er vandaan), Tyrus (handelspartner en vijand ten noorden van Israël) en Nubië (de Ethiopiërs ) worden “mijn getrouwen….allen hier geboren” genoemd (vers 4). “Met recht kan men van Sion zeggen: ‘Welk volk ook, het is hier geboren, de Allerhoogste houdt Sion in stand.'” Alle volken rondom Jeruzalem hebben hun geestelijke wortels in de stad van God: “En dansend zingen zij: ‘Mijn bronnen zijn alleen in u’.” (vers 7).

Om te komen tot “een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. Luid riepen ze: ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’…Dat zijn degenen die jkg de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het vloed van het lam. Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn tempel om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. Dan zullen zij geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.'” (Openbaring 7:6-10, 14-17) gaf Jezus Christus als laatste woorden aan zijn leerlingen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’.” (Mattheüs 28:18-20). Eeuwen ervoor had de profeet Jona al opdracht gekregen naar het heidsense Ninevé te gaan en de bewoners de keuze te geven zich te bekeren tot God of met de verwoesting van de stad om te komen.

De opdracht van Jezus Christus en het besef “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.” (Johannes 3:16-17) drijven de christenen om dit goede nieuws (evangelie) verder te vertellen aan wie het nog niet heeft gehoord. Zo lezen we in Handelingen 2:47: “En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.” Deze groei van de schare die niet te tellen is, gaat al 2.000 jaar door! Het is de missie, de raison d’être van de kerken en gemeenten van christenen wereldwijd.

God belooft via de profeet Jesaja: “Op die dag zal de HEER het land tot bloei brengen, het zal als een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. Ieder die nog in Sion is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven zijn opgeschreven. Wanneer de HEER het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur, dan zal hij boven de plaats waar de Sion ligt en waar men bijeenkomt, een wolk scheppen voor overdag en een lichtend vuur met rook en vlammen voor de bacht. Zijn luister zal alles overdekken, als een hut die schaduw biedt in de hitte van de daga, en beschutting tegen storm en regen.” (Jesaja 4:3-6). De parallellen met de wolk- en vuurkolom tijdens de uittocht uit Egypte en rondgang door de woestijn van het volk Israël met Mozes (Exodus 14:21-22) en het boek van het leven in Openbaring 20:12 zijn treffend.  De verwachting van Jeruzalem als het geestelijk middelpunt van de wereld vinden we ook in Jesaja 2:2-4 en Micha 4:1-2.

De centrale rol van het nieuwe Jeruzalem voor alle volken wordt in Openbaring 21 uitgelegd en herhaald: “Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was, is voorbij. (…) Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht. De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof. De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn. De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen.” (Openbaring 21:3-4, 22-26). Gods volk groeit wereldwijd!