Psalm 142: Roepen tot God

      No Comments on Psalm 142: Roepen tot God

Tijdens één van mijn reizen naar Israël midden jaren ’90 heb ik Ein Gedi bezocht. Deze oase met een waterval ten westen van de Dode Zee is een schril contrast met de woestijn van Juda en de bloedhete omgeving van het zoute water. De tot koning gezalfde David heeft er een tijd een schuilplaats gezocht, op de vlucht voor Koning Saul (1 Samuël 24). Destijds vond ik het wel een prima onderkomen met fris stromend zoet water, schaduw van bomen, etc. Het is ook een doodlopende kloof die eindigt bij de waterval, een plek waar je niet gevonden wordt of je einde vindt.

Waarschijnlijk in Ein Gedi is Psalm 142 ontstaan. David bidt er tot God, niet prevelend met de handen gevouwen. Nee, hij roept luid, luid smeekt hij, stort zijn hart uit, klaagt hij zijn nood, roept tot de HEER en wil Hem zijn noodkreet laten horen (verzen 1,2,6,7). Het is een gebed dat gestoeld is op een rotsvast vertrouwen. David is wel ten einde raad (vers 4) en ziet om zich heen niemand die om hem geeft (vers 5), maar verklaart ook: “u kent de weg die ik moet volgen, u weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt. (..) U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb in het land van de levenden.”  (verzen 4,6). Hij vraagt God: “Leid mij uit de beklemming, dat ik uw naam mag loven in de kring van de rechtvaardigen: u hebt naar mij omgezien.” (vers 8). Dat is nog eens: begin met het eind voor ogen.

Prayer

foto: Jonathan Blair

Geloof schraagt het gebed. Psalm 142 is niet een rijtje wensen, klachten of specifieke gebedspunten zonder context. Nee, het is de zekerheid van de dingen die David gelooft en het bewijs van de dingen die hij nu niet ziet (Hebreeën 11:1). Je zult maar als koning gezalfd zijn en je leven niet veilig weten door de huidige, door God afgewezen koning van het volk. Is dat nou koningschap? En in plaats van de zalving tot koning terug te geven aan God, houdt David vast aan het omzien van God naar hem, zijn aardse knecht.

In Mattheüs 6:7-8 zegt Jezus Christus: “Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.”  vlak voor Hij ons het bekende gebed Onze Vader leert.

It's amazing and true that God...

foto: A Shepherd’s Heart

Als mensen willen we graag directe gebedsverhoring. Even terug naar David. Na 1 Samuël 24, waarin hij bij Ein Gedi het leven van Saul spaart (spannend avontuur, doet het goed in kinderbijbels, zondagschoolklassen, etc.) komt eerst de profeet Samuël te overlijden, trekt David verder, naar de woestijn van Paran (hoofdstuk 25), spaart Sauls leven nog een keer (hoofdstuk 26), zoekt David zijn toevlucht bij de Filistijnen (hoofdstuk 27-29), gaat Saul op bezoek bij een geestenbezweerder in Endor (hoofdstuk 28), verslaat David de Amelekieten (hoofdstuk 30), waarna Saul en zijn zoon Jonathan, Davids boezemvriend, sneuvelen in de strijd met de Filistijnen (hoofdstuk 31). Pas daarna, in 2 Samuël 2 wordt David gezalfd tot koning van Juda en na nog meer strijd in hoofdstuk 5 tot koning over Israël. Blijf roepen, houd je geloof vast en blijf in beweging met ogen en oren open. Gebed is gericht op God, niet op jezelf. Hij antwoordt en schakelt daar niet zelden mensen voor in. Misschien ben jij wel het antwoord op andermans gebed.