Gezien: The Way (2010): luchtig wandelend rouwen met een Dutch guide

Iedereen heeft een reden om de Camino naar Santiago de Compostela te wandelen. In de wandelfilm The Way (2010), in november 2017 op mijn weblog door Lisa Kok in de top-6 inspirerende wandelfilms gezet, is de wens van Daniel om samen met zijn vader Tom (Martin Sheen) een pelgrimage in Frankrijk en Spanje te doen. Tom vindt zijn oogheelkundige praktijk en het golfen belangrijker. Het wordt plotseling anders, als hij op de golfbaan gebeld wordt door de Franse politie uit St. Jean Pied de Port die hem meldt, dat Daniel op zijn pelgrimstocht in de Pyreneeën is overleden, overvallen door de stormwind. De politieagent die Tom ontvangt en aanbiedt Daniel te laten cremeren om ‘m makkelijker te kunnen vervoeren. Uitgerekend een Hollander met steenkolen Engels, Joost, gespeeld door Yorick van Wageningen belandt bij Tom op het terras en vertelt er dat de jongen die dezed week op z’n eerste Camino dag is overleden de zoon van de man tegenover hem is. Knap hoe de scriptschrijver dan toch aangeeft er niet op te reageren. Het is voor Tom de prikkel om Daniel te laten cremeren en zelf met de as de Camino te gaan wandelen met Daniels rugzak, verder totaal onvoorbereid.

Het strooien van wat eerste as bij het kruis van zijn overleden zoon in de bergen, in het pikkedonker over de Spaanse grens komen, de eerste slaapzaal in Roncevalles voor snurkende medewandelaars: heel typerende scènes. Joost is er de volgende morgen ook met z’n vlotte babbel (“if it ain’t Dutch, it ain’t much”), een joint en pillen. Wat hebben we toch een fijne reputatie. Fat man Joost blijft Tom volgen en ontdekt alsnog dat de doos met as de restanten van Daniel zijn.

Onverwachte ontmoetingen zijn er met een Baskische uitbater en een blonde Canadese Sarah (Deborah Kara Unger) die gist wat Toms beweegredenen zijn. De volgende morgen vertrekt ze met haar iPhone en BlackBerry (wat lijken die ouderwets acht jaar na dato!). De rugzak duikt een wilde rivier in, Joost biedt de Canadese een joint aan. De groep wandelaars wordt groter en groter. Elf volgelingen en een rooms-katholieke priester. Eigenlijk is The Way een comedy.

Een geschifte Ierse schrijver Jack (James Nesbitt) (“This place means something!”) die ontnuchterd moet worden, maar later wel instaat voor zijn wandelmaten. De belevenissen met de rest geven Jack acuut hulp om over z’n writer’s block te komen. Daniels as wordt in beetjes op allerlei monumenten, palen en sculpturen achtergelaten. Het viertal Jack, Joost, Tom en Sarah open in de late herfst, met de jassen aan. Geen zweetdruppel te zien en altijd iets te vlot om wat van afzien of lichamelijke vermoeidheid te tonen. Geen drukke wegen, uitgestorven dorpen. Wandelen verbindt. De 800km lijkt zo te zien voor iedereen te doen.

Wat maakt iemand een echte pelgrim? Kun je loskomen van aardse bezittingen, al is het een rugzak of de doos met as van je zoon? Kun je als rouwende vader voorbij de boosheid en bitterheid van wat had kunnen zijn komen? Inderdaad: “Religion has nothing to do with it.”, of toch?  Actions speak louder than words. Alleen Joost volgt de Dutch guide voor de Camino en gaat op z’n knieën het standbeeld van Jakobus tegemoet, waar de rest blijft lopen. Jack bidt enotioneel in de bankjes van de kathedraal van Santiago de Compostela, Sarah is onder de indruk van een Christusbeeld. Het zwaaiende wierookvat levert natuurlijk mooie beelden op. Na het voltooien van de Camino komt er bij Tom nog geen eerlijk antwoord uit z’n mond waarom hij de pelgrimstocht heeft gelopen. Wel laat hij de naam op het compostela van Thomas in Daniel wijzigen. Ook de 150km extra naar de Atlantische Oceaan wordt in een enkele scene afgehandeld. De laatste as vervliegt op de rotsen. Wat neem je mee de rest van je leven in? Jij mag kiezen.

De volledige versie van de film vond ik op Youtube.