Florence + The Machine – High As Hope

Het album High As Hope van Florence + The Machine verveelt geen minuut, hoe vaak ik het inmiddels al heb afgespeeld. Het gezwier en de choreografie in de videoclip Big God doen aan Kate Bush denken. De Londense Florence Welch is op haar vierde plaat, mijn eerste echte kennismaking met de artieste begon met de single Hunger, haast continu op zoek naar hoop, een spirituele invuilling van diepe behoeften. Er is een grote god nodig om een (ge)liefde te kunnen vatten (Big God). Drugs, drank en maar zo met een jongen aanpappen hielpen niet (Hunger, South London Forever), er mag groots gedroomd worden (South London Forever) en toch zo lekker nuchter: “it doesn’t get better than this”.

Opener June bloeit tussen de synths, strijkers en blazers. Piano is de basis onder veel liedjes, maar het kan ook aceppella, zoals in in het eerste couplet van Sky Full Of Song, net als een donderwolk ook een manier om high te worden. Voor de productie tekende Jamie XX (één van de drie bandleden van The xx, dat je ongetwijfeld kent van Intro uit 2009). Verder zijn saxofonist Kamasi Washington, Tobias Jesso Jr en producer Sampha tot dienst. Het jazzy toetsenspel op Grace, een verwijzing naar Florence’s zus, wijkt af van de rest van de plaat, maakt het ook boeiender. In Patricia, voormalige northern star van Florence, klinken de strijkers dreigend. Een strakke popsong ontluikt net verderop, in het verlengde van Hunger. Na het mee te klappen 100 Years volgt het slepende The End of Love met een simplistische synth sound als introductie en de afsluiter No Choir. Soms is niets doen en mijmeren ook leuk.