Lessen uit Paulus’ eerste brief aan de Tessalonicenzen

283_thessalonicamap4Na de Twaalf Kleine profeten uit het Oude Testament heeft de groeigroep bijbelstudie me gevraagd 1 Tessalonicenzen te behandelen. De oproep van Paulus: “In de naam van de Heer verzoek ik u dringend deze brief voor te lezen aan alle broeders en zusters.” in hoofdstuk 5 vers 27 geeft het belang van zijn brief aan. Opvallend zijn de overeenkomsten met juist deze profeten.

Wat is de kernboodschap van de Kleine Profeten?

  • God afwijzen en je wenden tot afgoden wekt de jaloezie van JHWH op. Hij heeft zijn volk lief, maar is ook rechtvaardig. De dag van de HEER, het oordeel komt in de vorm van ballingschap en verwoesting. Voor hen die veroordeeld worden is de dag van de HEER verschrikkelijk, voor Zijn trouwe kinderen een dag van redding. Met het overblijfsel van de mensen wil God verder. Dat zal Hij zegenen met herstel en overvloed.
  • Het gaat God om recht en gerechtigheid, nederigheid en het volgen van Hem. Zijn liefde voor het volk beantwoord zien met een oprecht, liefdevol hart. Hij is genadig, vergeeft zondaars. Wie zich bekeert en God weer aanroept, wordt behouden.

Achtergrond van 1 Tessalonicenzen

Tessalonica was destijds de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië in het noorden van Griekenland met 300.000 inwoners. Het was een vrije stad, zonder Romeins garnizoen binnen de stadsmuren. Net als de havenstad Korinthe was Tessalonica kosmopolitisch. Paulus was met Silas, Timotheüs en zijn schrijver/arts Lukas op zijn 2e zendingsreis in het jaar 49 3 weken in Tessalonica geweest en er een gemeenschap van christenen gesticht. In Handelingen 17:1-9 beschrijft Lukas hoe zij door de lokale bevolking de stad uitgezet zijn. Paulus reisde verder naar Berea, Athene en Korinthe. Timotheüs en Silas zochten Paulus in Korinthe weer op. Timotheüs was vanuit Athene teruggestuurd naar Tessalonica om de jonge gelovigen te bemoedigen en bij te staan in hun vervolging. Hij heeft verslag gedaan aan Paulus. Als antwoord daarop schrijft Paulus 1 Tessalonicenzen.

De inleiding op de brief in de Nieuwe Bijbelvertaling dateert de brief in 50 na Christus; 1 Tessalonicenzen is daarmee het oudste document in het Nieuwe Testament. De Sheperd’s Notes dateert 1 Tessalonicenzen na de brief aan de Galaten (door de NBV gedateerd in 53-55 na Christus). De stijl is tamelijk spontaan, niet erg gepolijst zoals bijvoorbeeld de brieven aan de Romeinen, Hebreeën en Korinthiërs.

Het krachtige getuigenis van de christenen uit Tessalonica

Niet alleen in de stad Tessalonica, ook verder in Macedonië en Achaje en daarbuiten (1 Tessalonicenzen 1:7-9) brengt het geloof van deze groep christenen veel tot stand: “(wij) gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is en hoe standvastig u blijft hopen op de komst van Jezus Christus, onze Heer.” (1:3).

De verkondiging van Paulus c.s. en “de overweldigende kracht van de heilige Geest. (..) onder zware beproevingen hebt u het woord ontvangen met de vreugde van de heilige Geest.”  (1:5-6) “iedereen praat erover hoe wij door u zijn ontvangen en hoe u zich vna de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren – om hem, de levende en ware God, te dienen en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.” (1:9-10).

“Wij hebben u aangespoord en bemoedigd en u op het hart gedrukt zo te leven dat u God eer bewijst. Hij roept u tot zijn koninkrijk en luister. Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft. Het is u vergaan, broeders en zusters, als Gods gemeenten in Judea die Christus Jezus toebehoren. U hebt even zwaar onder uw stadsgenoten geleden als zij onder de Joden. Die hebben de Heer Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd. Ze mishagen God en zijn alle mensen vijandig gezind, omdat ze ons beletten andere volken bekend te maken hoe ze kunnen worden gered. De maat van hun zonden raakt nu vol, en Gods veroordeling is ten volle over hen gekomen.” (2:12-16).

Zijstap: is Paulus een antisemiet?

Glashard te horen krijgen dat je fout zit, vindt niemand fijn. In de loop van de kerkgeschiedenis is 2:14-16 aangegrepen om antisemitisme te bedrijven. Paulus was, net als Jezus Christus en de leden van Gods gemeenten in Judea zelf Jood. Het gaat, zo argumenteren veel commentatoren, niet om de Joden als volk of groep, maar om hen onder de inwoners van Judea die Paulus en de andere volgelingen van Jezus Christus tegenwerken in het bekend maken van het evangelie. Het handboek bij de Bijbel stelt: “Nergens drukt Paulus zich zo hard uit jegens zijn eigen volk. Zijn toon is profetisch. Voor hen die zich onverzoenlijk opstellen tegenover God is het oordeel even zeker als wanneer het er al geweest zou zijn.” Jezus Christus zie je exact hetzelfde doen in zijn vele confrontaties met de Farizeeën (bijvoorbeeld Mattheüs 23). Bij de uitstorting van de Heilige Geest geeft Petrus zijn joodse gehoor mee: “Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden (..) Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.” (Handelingen 2:23-24, 36). En Paulus in Handelingen 13:27: “De inwoners van Jeruzalem en hun leiders hebben niet alleen Jezus miskend, maar ook de uitspraken van de profeten die elke sabbat worden voorgelezen. Door Jezus te veroordelen hebben ze deze uitspraken in vervulling doen gaan.” Als je zou moeten weten hoe het zit, is je verantwoordelijkheid groter. Tegen dezelfde achtergrond schrijft Petrus later: “Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te aanvaarden? Als zij die rechtvaardig leven al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen? Daarom moeten allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan hem op wie wij mogen vertrouwen omdat hij ons heeft geschapen.” (1 Petrus 4:17-19).

Wat wil God van de mens?

“Broeders en zusters, in naam van de Heer Jezus vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd, dus zo dat het God behaagt. U doet dat al, maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen. U kent de voorschriften die wij u op gezag van de Heer hebben gegeven. Het is de wil van God dat u een heilig leven leidt: dat u zich

  • onthoudt van ontucht,
  • dat ieder van u zijn lichaam heiligt en in eerbaarheid weet te beheersen en dat u
  • niet zoals de ongelovigen, die God niet kennen, toegeeft aan uw hartstocht en begeerte.
  • Schaad of bedrieg uw broeder of zuster in dit opzicht niet, want de Heer vergeldt dt alles, zoals wij u vroeger al nadrukkelijk hebben voorgehouden. God heeft ons niet geroepen tot zedeloosheid, maar tot een heilig leven.” (4:1-7)

“U hebt zelf van God geleerd hoe u

  • in liefde met elkaar moet omgaan. (..) wij sporen u aan het nog veel meer te doen
  • en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen.” (4:9-12).

“Maar laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het harnas van geloof en liefde, en getooid met de helm van de hoop op redding.” (5:8).

“Dus

  • troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld. (..)
  • Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de Heer ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen. U moet hun om hun werk veel liefde en respect betonen.
  • Leef in vrede met elkaar.
  • Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen,
  • de moedelozen hoop te geven,
  • op te komen voor de zwakken,
  • met iedereen geduld te hebben.
  • Zie erop toe dat niemand kwaad met kwaad vergeldt en streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander.
  • Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.
  • Doof de Geest niet uit en veracht de profetieën niet die hij u ingeeft.
  • Onderzoek alles, behoud het goede en vermijd elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet.” (5:12-22).

Eindtijdverwachting 50 na Christus

Jezus Christus was niet gekomen om de Wet en de Profeten aan de kant te schuiven, maar om ze te vervullen (Matteus 5:17). Hij is de beloofde Redder, het Lam dat de zonden van de wereld wegneemt (Johannes 1:29) en zo het oordeel van God draagt. Wie in Jezus gelooft wordt niet veroordeeld, wie niet in Hem gelooft, is al veroordeeld en zal de toorn van God over zich krijgen (Johannes 3). De heilige Geest die 50 dagen na zijn opstanding in Jeruzalem werd uitgestort over de gelovigen is de vervulling van een belofte in Joël 3. Lukas, die in Handelingen 2 de toespraak van Petrus op deze Pinksterdag weergeeft, verbindt deze gebeurtenissen aan de oproep tot bekering en redding.

Jezus Christus is naar de hemel gegaan om een plaats te bereiden voor zijn volgelingen (Johannes 14:1-3). Hij komt weer, zoals hij ook weggegaan is (Handelingen 1:11), Net als de 5 wijze meisjes in de gelijkenis die Jezus heeft vertelt (Matteüs 25:1-13), kun je maar beter op Zijn terugkeer zijn voorbereid. Het is in deze context van oudtestamentische profetieën, het leven, de dood en opstanding van Jezus Christus, zijn lessen over redding en oordeel (Matteus 24-25) en de belofte dat zijn volgelingen hem zullen zien weerkomen, dat de brief aan de Tessalonicenzen doorspekt is van deze eindtijdverwachting in de nabije toekomst, niet 20 eeuwen later. Jezus zelf heeft in Matteüs 24:34 gezegd: “Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.” en ook: “Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.” (Matteus 24:14). In Mattheüs 16:28 zegt hij: “Ik verzeker jullie: sommige van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt.”

  • “iedereen praat erover (..) hoe u zich van de afgoden hebt afgewend om u tot God te keren (..) om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.” (1:9-10).
  • “de Joden (…) De maat van hun zonden raakt nu vol, en Gods veroordeling is ten volle over hen gekomen.” (2:16).
  • “Want wie is onze hoop en vreugde? Wie is onze erekrans wanneer we voor Jezus, onze Heer, staan bij zijn komst? Wie anders dan u? Ja, u bent onze eer en vreugde.” (2:19-20).
  • “Moge de Heer u door die liefde kracht geven, zodat u zuiver en heilig voor onze God en Vader zult staan wanneer onze Heer Jezus komt met al de zijnen. Amen.” (3:13).
  • “Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden. Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn. Troost elkaar met deze woorden.” (4:13-18).
  • “Broeders en zusters, ik hoef u niet te schrijven over het moment waarop dit zal gebeuren, want u weet zelf maar al te goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk. Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen van het licht en van de dag.” (5:1-5, zie ook Matteus 24:36-51).
  • “Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus. Hij is voor ons gestorven opdat wij, of we nu op aarde zijn of gestorven zijn, samen met hem zullen leven.” (5:9-10).
  • “Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen, en mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus. Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand.” (5:23-24).

Kleuring, verwondering en verdere studie

Ik heb de oudtestamentische joodse profeten verbonden aan de Jood Jezus Christus en Paulus die het oordeel van God laten volgen op het vol zijn van de maat van zonden. Alleen bekering, antwoord geven op de roep van God laat je genade ervaren. Dan is de dag van de Heer, het laatste oordeel na een lange tijd van geduld en genade geen dag meer om bang voor te zijn, maar een om op je bestemming, altijd bij Hem te komen.

Concentreer je je in je eindtijdvisie vooral op de grote verdrukking, Armageddon en Apocalyps, knip je uit de brief vooral de verzen over de opname (4:16-17) en pas je die in je eigen visie over volgorde der dingen: voorafgaand aan, midden in of juist na de 7 jaar grote verdrukking. Teksten uit Daniël en Openbaringen moeten de rest van je theorie dan ondersteunen. Dat 1 Tessalonicenzen dan als brief letterlijk verknipt is en niet in zijn geheel wordt gelezen en begrepen, is het gevolg. Illustratief vind ik het opschrift First Thessalonians – The Epistle of the Rapture in Robert T. Boyd’s World’s Bible Handbook (1983, 1991).

Hetzelfde gevolg bereik je door vers voor vers in detail te gaan bestuderen en uitleggen. Door achter elk woord een betekenis te zoeken, parallelteksten op te slaan, het aantal keren dat het Griekse woord in het Nieuwe Testament voorkomt uit je hoofd te leren en precies te weten wie wat wanneer deed, ga je voorbij aan het verwonderd openen van de ‘envelop’ en voor de eerste keer in de kerk voorgelezen krijgen van de hele eerste brief van Paulus aan jou en andere gelovigen in Tessalonica. Zijn brief gaat over jullie gemeente. Paulus heeft deze gesticht, weet van je problemen. Hij heeft een tijd bij je gewoond en gewerkt en is nu een tijd verder getrokken. Ja, Timotheüs heeft geholpen en zou zijn meester op de hoogte brengen van het reilen en zeilen in jullie nog jonge kerkgemeenschap. En nu: een eigenhandig geschreven brief van Paulus! Wat zou hij te vertellen hebben?

Wil je toch verder of meer details?

  • Dana Gould – Sheperd’s Notes I & II Thessalonians (1998): in de serie Sheperd’s Notes heb ik ooit een bundel gekocht met delen van diverse oud- en nieuwtestamentische boeken. Kanttekeningen, studievragen, verwijzingen en achtergronden.
  • David H. Stern – Jewish New Testament & Jewish New Testament Commentary (1994): diverse kanttekeningen bij het vermeend antisemitisme van Paulus in hoofdstuk 2 en de verschillende gezichtspunten rond de opname in hoofdstuk 4. Stern is een messiasbelijdende Jood, een eigentijds christen dus met joodse wortels.
  • Walther C. Kaiser Jr. e.a. – Hard Sayings of the Bible (1996, 2010): het 810 pagina’s tellende boek heeft slechts één lemma over 1 Tessalonicenzen, wijze woorden over het vermeende antisemitisme in 2:14-16 met een goed gevoel voor Paulus’ context en notie van de joodse achtergrond van zowel Jezus, Paulus als veel van de andere volgelingen van Jezus Christus.
  • Robert T. Boyd’s World’s Bible Handbook (1983, 1991): afgezien van mijn commentaar ten aanzien van de focus op de opname (rapture), lijst het dit handboek rond 1 Tessalonicenzen keurig uit welke geloofspraktijk in de gemeente zichtbaar wordt, welke punten van de geloofsleer (doctrines) worden behandeld. Verder zijn diverse woordstudies opgenomen.