Open brief aan de kerk: Efeziërs – context vanuit Handelingen

Als ik kijk naar de bijbelgedeelten die gebruikt worden in de preken in onze gemeente, dan is de brief aan de Efeziërs populair. Alle aandacht gaat uit naar de kerk als de belichaming van Christus op aarde, gevormd door alle christenen ongeacht hun herkomst. Vaak worden snippers, een paragraaf of een thema, niet de brief in z’n geheel gebruikt. En dus behandelen we als groeigroep bijbelstudie op verzoek van deelnemers de brief eens van inleiding tot slot. Eerst bekijken we de context in de Handelingen van de apostelen.

Wat is de Weg van de Heer?

Op Paulus’ 2e zendingsreis doet hij met Aquila en Priscilla Efeze, de hoofdstad van van de Romeinse provincie Asia, in het westen van Klein-Azië aan. “Ze kwamen aan in Efeze, waar hij hen achterliet; zelf ging hij nog naar de synagoge om met de Joden te spreken. Op hun verzoek om langere tijd te blijven, ging hij niet in, maar hij nam afscheid met de woorden: ‘Ik zal later bij jullie komen, als God het wil’. Zo vertrok hij uit Efeze.” (Handelingen 18:19-21).

Had Paulus geen tijd? Vetrouwde hij het onderwijs aan de jonge gemeente volledig toe aan Aquila en Priscilla? Is de gemeente daar al zo volwassen, dat ‘even aandoen’ op doorreis voldoende is?

Voordat Paulus op zijn 3e zendingsreis terugkomt, heeft Apollos van zich laten horen: “Intussen arriveerde er in Efeze een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren. Toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen ze hem terzijde en legden hem uit wat de Weg van God precies inhield.” (Handelingen 18:24-26). Apollos wordt vervolgens uitgezonden en is een grote steun voor de gelovigen en overtuigt de Joden in Korinte van hun ongelijk (Handelingen 18:27-28).

“Terwijl Apollos in Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan. Hij ontmoette daar enkele leerlingen, aan wie hij vroeg: ‘Hebben jullie de heilige Geest ontvangen toen jullie het geloof aanvaardden?’ Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een heilige Geest.’ Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’ ‘Met de doop van Johannes,’ antwoordden ze.” (Handelingen 19:1-3). Paulus legt e.e.a. uit, de groep van 12 laat zich dopen in de naam van de Heer Jezus, worden vervuld met de heilige Geest, gaan in klanktaal spreken en profeteren. (Handelingen 19:4-7).

“De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen. Maar toen sommigen zijn boodschap halsstarrig bleven afwijzen en de Weg bij iedereen belachelijk maakten, vertrok hij en nam de leerlingen met zich mee. Voortaan sprak hij dagelijks in de school van Tyrannus, iets dat hij twee jaar bleef doen, zodat alle inwoners van Asia kennismaakten met de boodschap vna de Heer, Joden zowel als Grieken. Door Gods toedoen verrichte Paulus buitengewoon grote wonderen: zelfs de doeken en de werkkleren die hij gedragen had werden naar de zieken gebracht, zodat ze genazen en de boze geesten hen verlieten.” (Handelingen 19:8-12).

Dat kunnen wij ook!

Zeven zonen van Skevas, een Joodse hogepriester, “rondtrekkende Joodse geestenbezweerders probeerden boze geesten uit te drijven door het uitspreken van de naam van de Heer Jezus.” Die imitatie loopt niet goed af, maar laat wel zien wat de naam van de Heer Jezus waard is. “Veel nieuwe gelovigen kwamen in het openbaar hun praktijken opbiechten. Onder hen waren ook velen die magie hadden bedreven, maar die nu hun boekrollen verzamelden en publiekelijk verbrandden. Toen de waarde ervan werd berekend, kwam men uit op een bedrag van vijftigduizend zilverstukken. Zo zegevierde het woord van de Heer en vond het steeds meer gehoor.” (Handelingen 19:13-20).

Ons beroep in diskrediet!

Artemis van Efeze

“Omstreeks die tijd ontstond er grote opschudding naar aanleiding van de Weg. Dat kwam door een zekere Demetrius, een zilversmid die Artemistempeltjes vervaardigde en zo zijn ambachtslieden een ruim inkomen verschafte. Hij riep hen en de arbeiders die bij de werkzaamheden betrokken waren bijeen en zei tegen hen: ‘Mannen, jullie weten dat onze welvaart afhankelijk is van dit werk. Maar jullie hebben uiteraard ook gemerkt dat Paulus niet alleen in Efeze, maar in bijna heel Asia een grote groep mensen heeft weten te overtuigen van zijn opvatting dat goden die door mensenhanden zijn gemaakt geen goden zijn. Daardoor dreigt niet alleen ons beroep in diskrediet te raken, maar bestaat ook het gevaar dat de tempel van de grote godin Artemis in aanzien zal dalen en dat zijzelf, die in heel Asia en in de hele wereld wordt vereerd, van haar luister zal worden beroofd’.” Een volksopstand is het resultaat. De meeste mensen weten niet eens waarom ze bijeengekomen waren. Twee reisgenoten van Paulus worden meegesleept, Paulus zelf wordt tegengehouden zich ermee te bemoeien. De aanwezige Joden duwen Alexander naar voren om een verdedigingsrede te houden, maar als Jood wordt hij overstemd. Het is de stadssecretaris die het hoofd koel houdt, wijst op de reguliere rechtsgang, waarna het tumult direct over is. (Handelingen 19:21-40).

Een opmerkelijk afscheid

Paulus reist verder door Macedonië en Griekenland naar Troas. Daarna doet hij diverse eilanden, zoals Chios en Samos aan, om daarna in Milete aan te komen. Hij is onderweg naar Jeruzalem, maar wil afscheid nemen van de oudsten van de gemeente in Efeze. (Handelingen 20:1-17). “Toen ze waren gearriveerd, sprak hij hen als volgt toe: ‘U weet hoe ik te midden van u geleefd heb, vanaf de eerste dag dat ik in Asia was: ik heb de Heer in alle nederigheid gediend en heb al het verdriet en de beproevingen als gevolg van de samenzweringen van de Joden doorstaan. U weet ook dat ik alles bekend heb gemaakt wat uw welzijn ten goede komt en dat ik u daarover in het openbaar en thuis heb onderricht. Zowel de Joden als Grieken heb ik opgeroepen zich te bekeren tot God en te geloven in Jezus, onze Heer. (…) Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven. (…) Geld of kleding heb ik van niemand verlangd; u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzIen in al mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen. In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus, die immers gezegd heeft: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen. “” (Handelingen 20:18-35).

Hoe raak je van het pad of de Weg kwijt?

  1. Op welke punten in deze hoofdstukken in Handelingen vermoed je overdrijvingen of een net iets mooiere voorstelling van de feiten?
  2. Welke overeenkomst zich in je in Paulus’ verdediging in hoofdstuk 20 met die in de Galaten brief?
  3. Hoe vol is ‘jouw’ evangelie? Misschien mis je thema’s als:
    1. doop in Jezus’ naam op grond van geloof in Hem;
    2. handoplegging om de heilige Geest te ontvangen;
    3. in klanktaal spreken;
    4. profeteren;
    5. wonderen als genezen van zieken en uitdrijven van boze geesten;
    6. opbiechten van duistere praktijken;
    7. het evangelie aan zowel Joden als Grieken, kortom zonder onderscheid, brengen;
    8. het oordeel aan God laten, in plaats van via rechtsgeschillen je gelijk proberen te krijgen;
    9. zwakken steunen door zelf hard te werken;
    10. geven is belangrijker dan ontvangen;
    11. eigenhandig voorzien in je levensonderhoud en dat van je gezellen als evangelist / apostel.
  4. Als je naar de belevenissen, hints, zorgen en verdediging van Paulus in Handelingen 18-20 kijkt, op welke punten zou een tegenstander hem of de gemeente in Efeze dan kunnen aanvallen?