Open brief aan de kerk: Efeziërs – alles wijst op Christus Jezus

Als ik kijk naar de bijbelgedeelten die gebruikt worden in de preken in onze gemeente, dan is de brief aan de Efeziërs populair. Alle aandacht gaat uit naar de kerk als de belichaming van Christus op aarde, gevormd door alle christenen ongeacht hun herkomst. Vaak worden snippers, een paragraaf of een thema, niet de brief in z’n geheel gebruikt. En dus behandelen we als groeigroep bijbelstudie op verzoek van deelnemers de brief eens van inleiding tot slot. Eerder bekeken we de context in de Handelingen van de apostelen, vandaag de brief zelf, althans een aantal thema’s om het niet te lang te maken. Binnenkort een vervolg.

Wel of niet exclusief aan de Efeziërs?

“Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus.” (Efeziërs 1:1). Dat lijkt makkelijk, maar…

Het ‘in Efeze’ komt niet in alle oude handschriften van de brief voor en ook diverse kerkvaders erkennen deze invoeging niet in hun brieven in de eerste eeuw. Paulus heeft 2,5 jaar lang in de stad gewerkt en geëvangeliseerd, onder Joden en Grieken, zoals we in Handelingen 18-20 hebben gelezen. Het emotionele en inspirerende afscheid in Milete met de oudsten van de gemeente in Efeze in Handelingen 20 geeft aan, wat voor vertrouwensband er was opgebouwd. “Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in Jezus, de Heer.” (Efeziërs 1:15) en “Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid. U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u is geschonken is. Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus.” (Efeziërs 3:1-4) kan dan onmogelijk slaan op specifiek de gemeente in Efeze.

De brief kan bedoeld zijn als rondzendbrief zonder specifiek één gemeente op het oog te hebben. Doelgroep lijkt in deze brief de gelovigen uit de heidenen (Grieken) te zijn, niet Joden. Of ‘in Efeze’ dan is gekomen door de vindplaats, het toeëigenen van de brief, of wat anders, blijft gissen.

Wel of niet van Paulus?

Het auteurschap van Paulus staat niet vast. De stijl en het vocabulaire wijkt sterk af van de onbetwiste Paulus brieven. Wat we Paulinische volzinnen noemen, klopt mogelijk niet. Paulus zelf gebruikt korte, krachtige statements. Een afwijking is opvallend en kan duiden op een pseudoepigraaf of vervalsing, afhankelijk van de veronderstelling ‘te goeder trouw door een leerling geschreven’ of ‘vervalst’, zoals Jacob Slavenburg (Valsheid in geschrifte) en Bart Ehrman (Misquoting Jesus) betogen. Efefziërs bevat in de 6 hoofdstukken 100 zinnen, waarvan er 9 meer dan 50 woorden bevatten (SEO score is erg slecht op leesbaarheid, zouden we anno 2017 zeggen). In de Efeziërs brief komen 116 woorden voor die nergens voorkomen in onbetwiste Paulusbrieven. Een belangrijke plek daarin speelt ἐκκλησία (ekklesia), ooit bedoeld voor de volksvergadering in de Griekse stadstaten, in de Septuaginta, de Griekse vertaling van de Joodse Tenach, de aanduiding voor de vergaderde Joden, in de Nieuwtestamentische brieven de aanduiding van het collectief aan christelijke gelovigen, de universele kerk naast die van een lokale kerk(gemeenschap).

Anders dan in bijvoorbeeld in de 1 Tessalonicenzen brief, waar de terugkeer van Jezus Christus de generatie van de aangeschreven gelovigen werd verwacht, is dit in de Efeziërs brief geheel afwezig. De verlossing heeft al plaatsgevonden met de dood en opstanding van Christus Jezus. Geen woord over een Wederkomst. Ook opvallend is het onpersoonlijk spreken over profeten en apostelen. Alleen in Efeziërs 6:21 wordt de komst van de uit Asia afkomstige hulp Tychikus (Handelingen 20:4) aangekondigd. Voor de rest geen helpers of aanduiding van het waar en wanneer.

Datering van de brief

Als Paulus de brief aan de Efeziërs heeft geschreven, dan is het waarschijnlijk tijdens Paulus’ eerste gevangenschap (Efeziërs 3:1; 4:1; 6:20) in Rome in het jaar 62, 4 jaar nadat hij afscheid van de oudsten in Efeze had genomen. Als een ander de brief heeft geschreven, en de Kolossenzen brief als uitgangspunt is gebruikt, ligt datering tussen de jaren 70 en 100 voor de hand.

Hemelsferen

Zevenmaal wordt in deze brief over hemelsferen gesproken. In de oudheid dacht men dat de onzichtbare wereld in lagen verdeeld werd. Denk aan Paulus’ eigen verwijzing: “Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden (of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het) dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon (of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het) dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken.” (2 Corinthiërs 12:2-4).

Het Grieks ἐπουράνιος (epoeranios) Strong’s concordantie ID 2032) kan zowel hemel, hemels, hemelwezen, hemelsfeer (hemels gewest), plaatsvindend in de hemel als een hemelse tempel betekenen. Let op dat hier niet over een fysieke plaats gesproken wordt. De context van de verzen is er één buiten plaats en tijd. Ik kom er later bij ‘in Christus’ op terug.

  1. “Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.” (Efeziërs 1:3)
  2. “Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en krachten, en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomstige.” (Efeziërs 1:20-21).
  3. “U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. (…) Hij (God) heeft ons samen met hem (Jezus Christus) uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus.” (Efeziërs 2:1, 6)
  4. “Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, in wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem.” (Efeziërs 3:10-12).
  5. “Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde.” (Efeziërs 3:15)
  6. “Hij die afgedaald is is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen.” (Efeziërs 4:10)
  7. “Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.” (Efeziërs 6:12)

Christocentrisch: alles wijst op Hem

De brief is doorspekt met ‘in Christus’, ‘in hem’, ‘met Christus’, ‘onder Christus’. Met andere woorden: Christus Jezus staat centraal in het mysterie dat bekend gemaakt is, het plan van God.

  1. “Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.” (Efeziërs 1:3)
  2. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.” (Efeziërs 1:4-6)
  3. In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven.” (Efeziërs 1:7)
  4. “zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus. (Efeziërs 1:10)
  5. In hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.” (Efeziërs 1:11)
  6. In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is…” (Efeziërs 1:12-13)
  7. “…de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.” (Efeziërs 1:22-23).
  8. “Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus.” (Efeziërs 2:6).
  9. “laten zien…hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus.” (Efeziërs 2:7).
  10. “Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.” (Efeziërs 2:10).
  11. “Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed.” (Efeziërs 2:13).
  12. Dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.” (Efeziërs 2:18).
  13. Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.” (Efeziërs 2:21-22).
  14. “de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis,maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.” (Efeziërs 3:6).
  15. “naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem.” (Efeziërs 3:11-12).

Een mysterie wordt waarneembare werkelijkheid

Bovenstaande passages zijn door gnostici aangegrepen om dwarsverbanden met de Joodse Kabbalah en andere religieuze geschriften uit de Oudheid te leggen en een waas van geheimzinnigheid op te trekken. Initiatieriten, in je gedachten opstijgen naar hogere sferen en het losweken van ons bestaan hier op aarde in een lichaam en relaties met andere mensen, en onze plek in de hemelsferen kunnen je leven vullen met een zoektocht naar verlichting. Maar is dat waar de brief Efeziërs op doelt? Uniek is opnieuw het Christocentrische van het mysterie.

  • “Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd te brengen, onder Christus.” (Efeziërs 1:9-10).
  • “Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.” (Efeziërs 1:17-19)
  • “Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.” (Efeziërs 1:22)
  • “Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus. Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.” (Efeziërs 3:3-6)
  • “Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt.” (Efeziërs 3:8-9)
  • “Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.” (Efeziërs 3:16-19)
  • “Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen, Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn’. Dit mysterie is groot – en ik betrek het op Christus en de kerk.” (Efeziërs 5:25-32)
  • “Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis.” (Efeziërs 6:19)