Ongerechtigheid met wortel en al uitroeien

vraag-en-antwoordEen preek van drie kwartier, waarin je wilt afrekenen met erfzonde, bloed- of eerwraak, homosexualiteit en andere sexuele omgangsvormen buiten het huwelijk, is een niet haalbaar doel. En dus zit je als vader ‘s middags aan de lunch of leider van de groeigroep de woensdag erna met een set gespreksvragen op je bord. Met dank aan de spreker van 11 september in de samenkomst (MP3) heb ik er een welbestede middag aan gehad met correcties, context en conclusies.

De context van Psalm 51

Zoals onze positieve bijdragen de wereld een stukje beter maken, zo hebben ook onze fouten en overtredingen gevolgen die verder gaan dan ons eigen persoon.

David begreep dat toen hij zijn boetepsalm 51 schreef. Hij was zelf naast koning ook de belichaming van de hoogste rechter in het land. Zelf had hij bloedschuld op zich geladen door Bathseba zwanger te maken, haar man Uria voor de biologische vader door te laten gaan, en toen dat niet lukte, hem te laten vermoorden. De Hethiet Uria was één van de 30 helden die met David optrok in veldtochten in de tijd dat hij achterna werd gezeten door koning Saul (2 Samuel 23:8-391 Kronieken 11:10-46). Vermoedelijk was Bathseba in die tijd nog niet in beeld – opvallend ook dat Uria in de opssoming in 2 Samuel als allerlaatste zonder voorbeelden van heldendaden wordt genoemd, ook in de opsomming van 1 Kronieken ontbreken heldendaden -, anders zou het laten uitzoeken wie de mooie vrouw die aan het baden is, een onnodige actie zijn. Lees de geschiedenis maar na in 2 Samuel 11-12. Zijn opperbevelhebber Joab krijgt na de tragische dood van Uria van David te horen: “U moet er maar niet te slecht over oordelen; de oorlog eist nu eenmaal zijn tol.” (2 Samuel 11:25). “De vrouw van Uria kreeg bericht dat haar man was gesneuveld, en ze treurde om haar echtgenoot. Toen de rouwtijd voorbij was, nam David haare bij zich aan het hof. Zij werd zijn vrouw en baarde hem een zoon. Naar het oordeel van de HEER was het wel degelijk slecht wat David had gedaan.” (2 Samuel 11:26-27).

Voor de goede orde, Bathseba was de 7e vrouw van David, bijvrouwen niet meegerekend. Hoewel er uitleggers zijn die beweren dat het overspel zo ongeveer de enige zonde van de ‘man naar Gods hart’ was – debijbelzegt.nl heeft een overzicht gemaakt van het tegendeel – staat de teller in 2 Samuel 20 op 10 (!). Van een oprecht afkeren van polygamie direct in 2 Samuel 12 is feitelijk géén sprake. En voor de praktijk van het opsluiten en als weduwen behandelen van zijn 10 vrouwen in 2 Samuel 20 is géén bijbels gebod of goddelijke goedkeuring te vinden.

God oordeelt: “Welnu, voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om zich heen grijpen, omdat je mij hebt getrotseerd en de vrouw van Uria tot vrouw hebt genomen. Dit zegt de HEER: Je eigen familie zal een bron van ellende voor je worden. Je zult moeten aanzien dat ik je vrouwen aan een ander geef, aan iemand van je eigen famlie. Die zal met je vrouwen slapen op klaarlichte dag. Jij hebt in het diepste geheim gehandeld, maar ik zal dit laten gebeuren ten overstaan van heel Israël en in het volle daglicht.” David antwoordde Natan: ‘Ik heb gezondigt tegen de HEER.’ Toen zei Natan: ‘De HEER vergeeft u die zonde, u zult niet sterven. Maar omdat u de vijanden van de HEER aanleiding hebt gegeven tot laster, moet wel uw pasgeboren zoon sterven.'” (2 Samuel 12:10-14).

Achter en in deze Psalm 51 zit veel meer dan de Keith Green versie Create in Me a Clean Heart (1984) die in Opwekkingsliederen is beland en al enkele decennia (on)bewust wordt meegezongen in kerken en gemeenten.

Hoewel God vergeeft, zijn de gevolgen van Gods oordeel er ook: het kind sterft (2 Samuel 12:15) en de nakomelingen van David moorden, verkrachten en verscheuren het koninkrijk (2 Samuel 13-19, 1 Koningen 11-12 en het vervolg in 1 en 2 Koningen en 1 en 2 Kronieken). Ja, Salomo, het volgende kind van David en Bathseba wordt bemind door de HEER en krijgt een 2e naam Jedidja (‘lieveling van de HEER’). (2 Samuel 12:24-25). Kleine zijstap: opvallend is de populariteit als meisjesnaam in vergelijking met jongens. Maar dezelfde Salomo valt voor polygamie en afgodendienst. “Koning Salomo beminde vele buitenlandse vrouwen: behalve de dochter van de farao beminde hij ook vrouwen uit Moab, Ammon, Edom en Sidon, en Hethitische vrouwen. Ze waren afkomstig uit de volken waarover de HEER tegen de Israëlieten had gezegd: ‘Jullie mogen je niet met hen inlaten en zij mogen zich niet met jullie inlaten, anders zullen zij jullie ertoe verleiden hun goeden te gaan dienen’. Juist tot die vrouwen voelde Salomo zich aangetrokken. Hij had zevenhonderd hoofdvrouwen en driehonderd bijvrouwen, en deze vrouwen maakten hem ontrouw: op zijn oude dag verleidden zij hem ertoe andere goden te gaan dienen en was hij de HEER, zijn God, niet meer met hart en ziel toegedaan zoals zijn vader David was geweest.” (1 Koningen 11:14). De HEER: “Ik zal het koningschap van je losscheuren en het aan een van je ondergeschikten geven.” (1 Koningen 11:11).

Erfzonde?

vragenIn de directe context van het verbod op afgoderij in de 10 geboden (Exodus 20), zegt de HEER: “Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik hun gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.” (vers 5-6).

Ik kan hierin niet anders lezen, dat mijn eigen liefde voor of haat tegenover God bepaalt, of ik moet boeten voor de schuld van mijn ouders, grootouders of overgrootouders, of dat ik Zijn liefde mag ervaren en mijn nageslacht tot in het duizendste geslacht (spreekwoordelijk voor eeuwig) er de vruchten van mag plukken.

Lag Jeruzalem in puin onder David?

Psalm 51:20: “Wees Sion welgezind en schenk het voorspoed, bouw de muren van Jeruzalem weer op.” klinkt vreemd in de persoonlijke context van vergeving vragen door David. In de historische context ligt Sion (Jeruzalem) op dat moment niet in puin, is er juist voorspoed. Wie de achtergrond van dit vers weet, mag het zeggen.

Huidvraat, bloedschuld, verantwoordelijkheid en besef wie rechter is

Psalm 51:9: “Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein.”. Majoraan, of hysop zoals in oudere vertalingen staat, is één van de middelen die nodig zijn in het ritueel dat priesters in Leviticus 14 krijgen opgelegd om mensen die aan huidvraat (melaatsheid in oudere vertalingen) leden weer rein te verklaren.

De Israëlitische gemeenschap is de plek waarin recht wordt gedaan (Numeri 35:24 e.v., Deuteronomium 19, 21, en ook de opvallende geschiedenis van Abigaïl, haar man Nabal en David met we ze haar rol als verse weduwe aflegt om diens vrouw te worden in 1 Samuel 25). “Betrapt iemand de dief op heterdaad en slaat hij hem dood, dan laadt hij daarmee geen bloedschuld op zich.” (Exodus 22:2). Als Kaïn zijn broer Abel in het open veld vermoordt, vraagt God: “Wat heb je gedaan?’, zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.  Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt.'” (Genesis 4:10-11). Bloed is levenskracht. Daarom geeft God duidelijke regels over het vergieten van bloed voor offers, en de gevolgen van moord (Leviticus 17), gevolgd door verboden sexuele omgangsvormen, geboden over de oogst en het opstaan voor oude mensen, verboden rond stelen en bedriegen, partijdigheid en laster, waarzeggerij, wolkenschouwerij, mengen van gewassen op één akker of het dragen van kleren die geweven zijn uit twee soorten garen, etc. (Leviticus 1819). Pas dus op met het focussen op bijvoorbeeld homosexualiteit als zonde, terwijl de vele andere onderwerpen in deze hoofdstukken worden genegeerd.

Als koning draag je extra verantwoordelijkheid in de hiërarchie onder God. Saul heeft dit in 1 Samuel 15 meegemaakt, krijgt vanwege het niet uitvoeren van Gods opdracht, te horen dat hij het koningschap zal verliezen. Smeken en met Samuel naar de tent van de HEER gaan, maakt hierin geen verschil. “En u weet dat de Glorie van Israël nooit zijn woord breekt en nimmer van zijn besluiten terugkomt. Hij is immers geen mens, dat hij van zijn besluiten terug zou komen.” (vers 29).

Onze huidige rechtstaat ziet eerwraak (sinds 1978 pas een in gebruik zijnde term als pendant van) bloedwraak als inbreuk. Om voor eigen rechter te gaan spelen, is strafbaar. En organisaties als Amnesty International strijdt tegen de gewoonterechtelijke praktijk ervan in vaak islamitische landen.

Overigens al in de tijd van Amasja in 2 Koningen 14:6 is Gods gebod, dat in de wet van Mozes is opgenomen helder: “Ouders mogen niet ter dood worden gebracht om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood worden gebracht.”

It’s all in the family ?!

Ja, Juda was een hoerenloper, Rachab een hoer. David zelf was vóór Bathseba al polygamist. Zijn nakomelingen Tamar en Absalom vervolgen wat David deed. Zoals we gezien hebben, had Salomo ruim driemaal meer vrouwen dan dagen in het jaar om uit te kiezen. Dus ja, er kunnen zonden of bepaalde gedragingen in de familie zitten. En tegelijkertijd zijn dit markante personen in het geslachtsregister (Mattheüs 1) van Jezus Christus die net als jij een persoonlijke keuze maakte.

“Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.” (Hebreeën 4:14-16).

“Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God.” (Hebreeën 5:7). “Toen God de erfgenamen van de belofte ervan wilde doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde hij zich op dezelfde manier met een eed garant. Met deze twee onomkeerbare daden – die uitsluiten dat God liegt – heeft hij ons krachtig moed in willen spreken. Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was.” (Hebreeën 6:17-20).

1 Johannes 5:6-10: “Als we zeggen dat we met hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid. Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hij zelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, Zijn Zoon, ons van alle zonde. Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.”