Vlees vergaan tot straatvuil voorspelt Sefanja

266px-ZephaniahDe oordelen die de oudtestamentische profeet Sefanja in de 2e helft van de 7e eeuw voor Christus als woorden van de HEER doorgeeft, liegen er niet om. “Alles zal ik van de aardbodem wegvagen – spreekt de HEER. Mens en dier zal ik wegvagen. Ik zal de vogels aan de hemel wegvagen en de vissen in de zee, alles wat de zondaars ten val heeft gebracht. (..) Ik zal wegvagen wie op het dak knielt voor het sterrenleger aan de hemel, wie knielt voor de HEER en trouw aan hem zweert, maar tegelijk ook aan Milkom. Ik zal vernietigen wie de HEER de rug toekeert, hem niet zoekt en hem niet raadpleegt.” (Sefanja 1:2,3,5,6).

Het moment dat God Zijn oordeel zal vellen, wordt de “(grote) dag van de HEER” genoemd. Die dag kenmerkt zich door razernij, angst en benauwdheid, rampspoed en onheil, duisternis en donkerheid, dreigende, donkere wolken, hoorngeschal en krijgsgeschreeuw tegen de vestingsteden en hun hoge torens (Sefanja 1:15-16). De woordparen zijn zorgvuldig uitgekozen om het beeld van vernietiging te versterken.

“Ik zal de mensen angst aanjagen, ze zullen rondlopen als blinden, want ze hebben tegen de HEER gezondigd. Hun bloed wordt vergoten als was het maar stof. Hun vlees zal tot straatvuil vergaan. Goud noch zilver kan hen redden als de toorn van de HEER hen treft, als het vuur van zijn woede de aarde verteert en hij al haar bewoners een gruwelijk einde bereidt.” (Sefanja 1:17-18).

Wat ging er mis?

Afgoderij, naast de HEER ook sterren en beelden zoals Milkom (de macht van een koning toebedeeld) aanbidden (Sefanja 1:5), geweld en bedrog (Sefanja 1:9), jezelf bedotten (Sefanja 1:12) en hoogmoedig bespotten van Gods volk (Sefanja 2:8,10). Dit gedrag wordt gestrafd, zo voorspelt Sefanja in de lijn van profetieën die Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Joël, Amos en Micha deelden.

Oproep tot tijdige inkeer

“Kom tot jezelf en kom samen, schaamteloos volk, voordat mijn besluit gestalte krijgt. (…) Zoek de HEER, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de HEER.” (Sefanja 2:1-3).

Hoop voor het overblijfsel van Juda

Terwijl de profeet oordelen uitspreekt over de Filistijnen en Kretenzers aan de westkust van Israël (Sefanja 2:4-6), Moabieten en Ammonieten in het huidige Jordanië ten oosten van de Jordaan (Sefanja 2:8), Nubiërs in het zuidwesten (Sefanja 2:12) en Assyrië in het noorden (Sefanja 2:13). God zal omzien naar zijn natie, het overblijfsel van mensen dat Hem wel trouw is gebleven: “Het gebied zal toevallen aan wie er van Juda overblijven. Zij zullen daar weiden en ‘s avonds rusten in de huizen van Askelon, want de HEER, hun God, zal naar hen omzien en hun lot ten goede keren. (…Moab…Ammon) zullen worden geplunderd door wat er nog over is van mijn volk, hun bezit valt toe aan wat er van mijn natie nog rest.” (Sefanja 2:7,9).

God is niet weg(geweest). Je kunt niets doen, zonder dat het Hem ontgaat. “Maar de HEER is in haar midden, hij is rechtvaardig, hij doet geen onrecht. Iedere ochtend wanneer het licht wordt spreekt hij recht, en nooit ontbreekt hij.” (Sefanja 3:5a).

De schaamte voorbij

“Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte.” (Sefanja 3:5a). Het vernietigende oordeel van de HEER is bedoeld om te zuiveren en recht te zetten wat krom en ontzet was. “Dan zal ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij. Van over de rivieren van Nubië zullen zij die ik verstrooid heb mij komen vereren en mij hun offergaven brengen. Op die dag hoef je je niet meer te schamen voor alle daden waarmee je tegen mij in opstand bent kwam.” (Sefanja 3:9-11).

En over Israël: “De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De HEER, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen. (…) De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen. (…) In die tijd breng ik jullie terug. Ik zal jullie verzamelen, je zult met eer en roem overladen worden door alle volken op aarde. Met eigen ogen zullen jullie zien hoe ik je lot ten goede keer – zegt de HEER.” (Sefanja 3:15,17,20).