Lessen van Habakuk: boeten zal hij die van zijn kracht zijn god maakt

The prophet Habakuk brings bread to Daniel in the lion's pit,as God bade him.Habakuk did not know his way to the city of Babylon where Daniel was imprisoned. Therefore an angel took him by his hair and carried him there. (Daniel 14:33) Limestone relief Inv.2175 T

De profeet Habakuk is verbaasd: hoe lang moet het onrecht nog duren? Hoe lang heerst wetteloosheid? Waar is God in dit alles?
“Hoe lang nog, HEER, moet ik om hulp roepen en luistert u niet, moet ik ‘Geweld!’ schreeuwen en brengt u geen redding? Waarom toont u mij dit onheil en ziet u zelf de ellende aan?” (Habakuk 1:2-3)
De profeet krijgt een blik in de toekomst en staat versteld. Om het vonnis over het volk Israël te voltrekken heeft God de Chaldeëen opgeroepen. De straf wordt zo snel en gewelddadig uitgevoerd, dat hij God erover verwijten maakt: “Waarom dan verdraagt u deze trouwelozen, zwijgt u, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?” (Habakuk 1:13).

Wie is Habakuk?

Het laatste vers van ‘zijn’ boek, Habakuk 3:19b, “Voor de koorleider. Bij snarenspel” leidt, als je ervan uitgaat, dat alleen levieten muziekinstrumenten bij de aanbidding in de tempeldienst gebruikten, tot de aanname dat Habakuk een leviet moet zijn geweest. Dit typisch joodse ‘beroep’ voor afstammelingen van Levi, gestart met Aäron, Mozes’ broer, lijkt wat vreemd voor een man wiens naam niet van Hebreeuwse oorsprong is. Verschillende auteurs vermoeden dat de naam uit het Assyrisch komt (“habaquqa”) en de naam van een slingerplant was. Het World’s Bible Handbook (1991) geeft aan, dat de naam Habakuk ’embrace’ betekent. Het handboek stelt, dat Habakuk de Job onder de profeten is, het probleem niet zozeer persoonlijk is als bij Job, maar nationaal. Hij wordt de profeet van het ‘geloof’ genoemd, de verre voorvader van de hervormer Maarten Luther. Niet verbazingwekkend, dat in dat licht veel uitleggers juist  Habakuk 2:4, “De rechtvaardige zal door het geloof leven” als kerntekst zien.

Ik zie dat zelf anders. Ook een atheïst, aanhanger van een andere godsdienst of iemand die voor een godenbeeld van hout of steen knielt en er kracht aan ontleent, leeft vanuit geloof. Ook hij of zij wil de voorspoed, genezing of geluk die nog niet werkelijkheid is. Habakuk scheidt niet gelovigen van ongelovigen, maar recht en onrecht.

“Uw ogen zijn te zuiver om het kwaad te kunnen aanzien, de ellende te kunnen verdragen. Waarom verdraagt u dan deze trouwelozen, zwijgt u, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?” (Habakuk 1:13).

De Jewish Encyclopedia geeft meer informatie. F. E. Peiser, “Der Prophet Habakuk,” in “Mitteilungen der Vorderasiatischen Gesellschaft,” 1903, i. 12) betoogt dat Habakuk het pseudoniem is van een Judese prins die werd gegijzeld in Ninive en die ooggetuige was van de aanval van de Meden, in samenwerking met de Chaldeeën en Babyloniërs, in 625 v.Chr. Maar zijn boek noemt een tweede aanval. Deze prins zou de zoon of kleinzoon van koning Manasse van Juda kunnen zijn geweest. Peiser toont aan dat Habakuk opmerkelijk bekend was met Assyrische literatuur; de overeenkomsten wijzen zelfs op varianten op of zelfs citaten uit Assyrische mythologische geschriften. Anderen beschouwen Habakuk als een tijdgenoot van Jeremia en inwoner van Jeruzalem, ná de “ontdekking” van Deuteronomium (621 v.Chr.), maar vóór de dood van Josia (609 v.Chr.). Veel Joodse commentatoren plaatsen hem tijdens de regering van Manasse. Habakuk is echter duidelijk onder invloed van Jesaja en de zienswijze van Walter K. Betteridge (1903) dat hij de jongere discipel was van de grotere profeet lijkt het meest recht te doen aan de inhoud van zijn boek.

God trekt aan het langste eind

God antwoordt met een visioen (Habakuk 2:2 e.v.). Ook al zijn de Chaldeeën door God op het strijdtoneel gebracht, zullen zij hun doel niet bereiken. De dood wacht ook hen op op. Als je in eigen kracht optrekt, loop je vast. “Boeten zal hij die van zijn kracht zijn god maakt.” (Habakuk 1:11). Als je je rijk bouwt op moord en doodslag, leugen en bedrog, onrecht en woekerwinsten, loopt het slecht met je af.

Even een glimp van een nog verder verwijderde toekomst in Habakuk 2:14: “Maar zoals de zee vol water is, zo zal de aarde vol kennis van de grootheid van de HEER zijn.” en in vers 20: “De HEER troont in zijn heilig paleis. Aarde, wees stil voor hem!” De afgoderij is overal te vinden, en dus bespot de profeet de mensen die kracht en leven van hout en steen verwachten: “Wat heb je aan een godenbeeld, gebeeldhouwd door zijn maker? Aan een gegoten beeld dat leugens verkondigt? Wie vertrouwt zich nu toe aan wat hij zelf heeft gemaakt? Wat hij maakt zijn stomme afgoden! ‘Wee hem die tegen een stuk hout zegt: “Word wakker!” en tegen een stomme steen: “Sta op!”’ Zal dat beeld iets verkondigen? Het is wel gevat in goud en zilver, maar er zit geen leven in.” (Habakuk 2:18-19).

In hoofdstuk 3 trekt God zelf ten strijde om zijn eigen volk te redden en de fundamenten van wetteloosheid bloot te leggen. Habakuk staat te bibberen, als hij dit voor zijn geestesoog ziet ontvouwen. (Habakuk 3:16).

Al zal….toch zal ik juichen voor de HEER!

En daar direct achteraan de 3 bekende verzen die gelovigen vaak in midden in de ellende aanhalen om hun vertrouwen op Gods redding uit te spreken:

“Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining-

toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.

God, de HEER, is mijn kracht,
hij maakt mijn voeten snel als hinden,
hij laat mij over mijn bergen gaan.”

Habakuk heeft zijn aanklacht en vragen bij God achtergelaten. Hij gelooft, dat Gods recht zal zegevieren, dat licht het duisternis zal overwinnen. Dat hij persoonlijk kracht ontvangt van God, maar ook dat er wereldwijd God gekend gaat worden: “Maar zoals de zee vol water is, zo zal de aarde vol kennis van de grootheid van de HEER zijn.” (Habakuk 2:14).

Habakuk in Daniel C – Bel en de draak aangehaald
leeuwenkuil met profeten

leeuwenkuil met profeten

In de apocriefe toevoeging op de Griekse Septuaginta vertaling van het boek Daniël, de van vurige oven, leeuwenkuil en schrijvende hand bekende profeet, Βὴλ καὶ Δράκωυ (Bel en de draak), in de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) uitgave met deuterocanonieke boeken te vinden als Daniël C tref je een confrontatie van Daniël met de Perzische koning Cyrus II de Grote (Kores) over de aanbidding van het afgod Bel. Daniël ontmaskert de 70 priesters met hun gezinnen die via een geheime deur in de Bel-tempel het geofferde voedsel wegnamen voor eigen consumptie. Als hij vervolgens met Gods hulp een draak vernietigt, eisen de Babyloniërs Cyrus om Daniëls uitlevering.

Daniël belandt opnieuw in een leeuwenkuil. In vers 33-42: “In Judea leefde in die tijd de profeet Habakuk. Hij had soep gekookt en brood in een kom verkruimeld en wilde net naar het veld gaan om het eten naar de maaiers te brengen, toen een engel van de Heer tegen hem zei: ‘Breng het middagmaal dat je daar hebt naar Babylon, naar Daniël in de leeuwenkuil.’ ‘Heer, ik ben nog nooit in Bablyon geweest,’ zei Habakuk, ‘en waar die kuil is weet ik niet’. De engel van de Heer pakte hem bij zijn kruin en droeg hem in een zucht naar Babylon, waar hij hem aan de rand van de kuil neerzette. ‘Daniël, Daniël’, riep Habakuk, ‘hier is het middagmaal dat God je heeft gezonden.’ En Daniël zei: ‘U hebt dus aan mij gedacht, God. U laat wie u liefhebben nooit in de steek.’ Daniël stond en begon te eten. Habakuk werd door de engel van God onmiddellijk weer teruggebracht naar zijn woonplaats. Op de zevende dag kwam de koning om over Daniël te rouwen. Hij liep naar de kuil, keek erin en zag Daniël zitten. Hij juichte: ‘Groot bent u, Heer, God van Daniël! Er is geen andere God dan u.’ Hij trok Daniël uit de kuil en liet degenen die Daniëls ondergang hadden willen bewerkstelligen in de kuil gooien, en zij werden onmiddellijk, pal voor zijn ogen, verslonden.”

Net wat te wonderlijk? Wat vind je dan van het eerste verhaal van Daniël in de leeuwenkuil (Daniël 6), de run van Elia van de Karmel naar Jizreël (1 Koningen 19), het door muren en deuren heen kunnen van Jezus Christus (Johannes 20), of Filippus die met Gods hulp zich ook zeer snel kan verplaatsen (Handelingen 8) ?

Habakuk commentaar in Dode Zeerollen

In de vanaf 1947 gevonden Dode Zeerollen is ook een commentaar op Habakuk te vinden. Ik heb Theodor H. Gaster’s Engelse vertaling The Dead Sea Scriptures (1976) op p.318-325 nagelezen. De commentator interpreteert de Chaldeeërs als de Kittieten (Chittim of Cyprioten). Hun overrompeling van de landen in het Midden-Oosten heeft blijkbaar indruk gemaakt. Hun ‘guilt-ridden Council House’ brengt eindtijd-denkers als op www.world-destiny.com zelfs tot een eigentijdse invulling met de Verenigde Staten. Voor de Essenen in de 1e eeuw is het boek Habakuk met een aanklacht tegen onrecht en een eigen invulling verwijzend naar de rechtvaardige een makkelijker parallel. Kennis, een uitverkoren geslacht met wie God Zijn glorie herstelt, en een straf voor de onrechtvaardigen is de grote lijn in het commentaar op een selectie van het profetenboek.

Habakuk in het Nieuwe Testament aangehaald

Paulus gebruikt de uitdrukking in Habakuk 2:4, “De rechtvaardige zal door het geloof leven” in Romeinen 1:17 en Galaten 3:11.

Paulus gebruikt Habakuk 1:5, “Ziet onder de heidenen, en aanschouwt, en verwondert u, verwondert u, want Ik werk een werk in ulieder dagen, hetwelk gij niet geloven zult, als het verteld zal worden” in zijn preek in Antiochië  die Lucas in Handelingen 13:41 heeft opgenomen: “Ziet, gij verachters, en verwondert u, en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, hetwelk gij niet zult geloven, zo het u iemand verhaalt”.

Als contrast met “Boeten zal hij die van zijn kracht zijn god maakt” kun je samenvatten: “Gezegend is hij die God tot zijn kracht maakt”.