Jona: van je 1-2-3

      1 Comment on Jona: van je 1-2-3

Pinokkio in de walvis Certosa di Calci“Toen Jonas in de walvis zat, van je 1-2-3” als samenvatting van het bijbelboek Jona voordat je door vrienden of familie vastgehouden aan handen en voeten losgelaten wordt in bed of het zwembad in gezeild wordt. In m’n kinderjaren was dit de favoriete manier om naar bed gebracht te worden met – achteraf gezien – een tot 2 regels ingekorte versie van dit kinderliedje.

Het bivakkeren in de walvis is er bij generaties ingebrand. Toen ik deze zomer in het Certosa di Calci het geraamte van een walvis zag met een Pinnokkio erin, dacht ik “beter goed gejat, dan slecht bedacht.”

En voor mijn generatie die opgegroeid is met zondagschoolklassen is Jona van Elly & Rikkert populair.


In de 4 hoofdstukken van Jona is veel meer te leren dan Wikipedia feitjes of kinderliedjes. Het boek draait niet om de discussie of mensen kunnen overleven in een vis, en welk soort ‘grote vis’ het nu precies was. En dat ten westen van het oude Nineve het huidige Mosoel in Irak ligt, is ook niet cruciaal.

Wat weten we over het boek en de persoon Jona?

Jona is het 4e boek in de reeks zogenaamde Kleine Profeten aan het eind van de Hebreeuwse Tenach, het Christelijke Oude of Eerste Testament. In 2 Koningen 14 vers 25 wordt ook een profeet Jona genoemd, waar te lezen valt dat hij de zoon was van Amittai en geboren in Gat-Hachefer (enkele kilometers ten noorden van Nazareth). Ook staat daar dat Jona voorspeld had dat Jerobeam verloren terrein zou heroveren. Op grond daarvan neemt men aan dat hij actief was tijdens de regering van Jerobeam II (ca. 786 – 746 v.Chr.). Het boek zelf wordt vaak jonger ingeschat, tussen de 5e en 3e eeuw voor Christus. De qua stijl en inhoud afwijkende Psalm in Jona 2:3-10, wordt als ouder en een redactionele toevoeging gekwalificeerd.

Het verhaal van Jona is – hoewel met significante wijzigingen – opgenomen in de Koran, in Soera De Profeten 87 en Soera In de Rangen Behorenden 140-142.

Verhaallijnen en thema’s
  • met goden moet je niet spotten. Jona dacht slim te zijn door de opdracht van God niet op te volgen en de boot naar Tarsis te pakken (Jona 1:3). Uit alle goden moet er toch wel één zijn die zich bekommert om je (Jona 1:5-6). Als de schippers horen, dat hij de HEER was ontvlucht, “zeiden ze tegen hem: ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ En ze vroegen hem: ‘Wat moeten we met je doen, dat de zee ons met rust laat?’ Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.” (Jona 1:10-11). In tweede aanleg gaat Jona wel naar Nineve, trekt 1/3 van de stad in en “riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!'” (Jona 3:4) Jona wordt direct als profeet van God (h)erkend: “De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed…..Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.” (Jona 3:5-9).
  • De HEER is genadig voor allen die Hem aanroepen. De zeelieden “riepen tot de HEER: ‘Ach HEER, laat ons toch niet vergaan als wij het leven van deze man opofferen. Reken het ons niet aan als hier een onschuldige sterft. U bent de HEER, al wat u wilt dat doet u!'” (Jona 1:14). “De woede van de zee bedaarde. De mannen werden vervuld met bang ontzag voor de HEER. Ze brachten hem een offer en deden hem geloften.” Deze mannen, geen Hebreeërs en voorheen géén aanbidders van de HEER, worden gered. Jona wordt ook gered. “De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden.” (Jona 2:1-2). Hierna volgt de al genoemde Psalm vol geloofszekerheid. “Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land.” (Jona 2:11)En bij de inwoners van Nineve: “Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en deed het niet.” (Jona 3:10)
    Jona erkent: “Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.” (Jona 4:2)
Jona betekent duif….maar gedraagt zich anders

Jona weet dat “God genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.” (Jona 4:2b), Hij geeft dat achteraf als reden om de opdracht van God: “Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend.'” (Jona 1:2) niet uit te voeren: “Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was. Daarom wilde ik naar Tarsus vluchten.” (Jona 4:2a). Hij zegt enerzijds “Ik ben een Hebreeër en ik vereer de HEER, de God van de hemel, de God die de zee en het land gemaakt heeft.” (Jona 1:9), maar bidt niet voor de redding van hemzelf of de zeelieden. Op de vraag “Wat moeten we met je doen ,dat de zee ons met rust laat?” (Jona 1:11) volgt: “Gooi me in zee, dan zal de zee jullie met rust laten. Want ik weet dat het mijn schuld is dat deze storm zo tegen jullie tekeergaat.'” (Jona 1:12).

Erkenning van schuld gaat hier niet gepaard met inzicht en inkeer, een gebed om genade. Jona doet géén voorbede voor zijn medemens of zichzelf. Hij zegt God als genadig en liefdevol te kennen, maar doet er geen beroep op. Als in Nineve één profetie tot inkeer, vasten en anders leven bij de gehele stadsbevolking, inclusief koning, leidt “wekte dit grote ergenis bij Jona en hij werd kwaad. () Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.” (Jona 4:1,3). Op Gods vraag “Is het terecht dat je zo kwaad bent?” (Jona 4:4) volgt geen uitgesproken antwoord. Hij heeft geen enkele band met de (bekeerde) Nineve’ers en ziet zijn eigen koppigheid ook niet in. “Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren.” (Jona 4:5)

Zelfs een goddelijke wonderboom verdrijft Jona’s ergenis niet. “Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergenis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever door dan dat ik zo verder moet leven’. Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’ Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’.” (Jona 4:6-9).

Dan volgt weer een mogelijkheid voor Jona. Opnieuw openbaart God zich en antwoordt Jona niet. “Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, doe grote stad, waar meer dan 120.000 mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?” (Jona 4:10-11).

Wat een eind van een boek, dat Jona’s naam draagt! Waar een boot en stad vol nieuwe bekeerlingen God erkennen en zijn redding hebben gezien, verdwijnt Jona rood aangelopen, bevangen door de hitte, geërgerd van het toneel.

Als hij nu had gedaan, wat de ingevoegde Psalm (Jona 2:3-10) aan hem toeschrijft? “Maar ik zal mijn stem in dank verheffen en u offers brengen; mijn geloften los ik in. Het is de HEER die redt!” (Jona 2:10). Weet dat een duif (Jona’s betekenis) in de Joodse godsdienst als offer wordt gebruikt (Leviticus 1:14, 5:8. 5:10, 12:6, 15:15, 15:30, Numeri 6:11).

Mij viel op, dat Jezus in Mattheüs 10 zijn volgelingen op pad stuurt om het Koninkrijk van God bekend te maken, Zijn genade, liefde, vrede en trouw te delen. Halverwege de opdracht waarschuwt Jezus: “Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.” (Mattheüs 10:16).

Het teken van Jona

Iets verder, in Mattheüs 12:38-42 is Jezus in gesprek met Schriftgeleerden en Farizeeën. Zij willen van Jezus een teken. Een wonder zonder gedragsverandering of bekering, alleen als truc, heeft geen relatie met het Koninkrijk van God. Jezus geeft hen aan, dat ze het moeten doen met het teken van Jona. Het verhaal van Jona kennen ze, begrijpen ze het ook?

  • Jezus zal 3 dagen en 3 nachten in het binnenste van de aarde blijven, zoals Jona 3 dagen en 3 nachten in de grote vis zat. Jona was profeet, Jezus is veel meer dan een profeet!
  • bij het laatste oordeel zullen de Ninevieten de Schriftgeleerden en Farizeeën oordelen. De Ninevieten hebben zich wel bekeerd op Jona’s oproep, de Schriftgeleerden en Farizeeën niet op Jezus’ prediking.

 

Wat kunnen we leren van Jona?
  • God geeft opdrachten, maar dwingt niet.
  • God is rechtvaardig èn genadig. (Exodus 34:5-7)
  • God strekt zijn genade, liefde, geduld, trouw en vergeving nadrukkelijk uit naar andere mensen, ook niet-Hebreeërs. (Johannes 3:16-21).
  • God ziet het hart van de bekeerling aan. Je hoeft geen heilig boontje te zijn om genade te vinden. Een eerste gebed of ‘anders beginnen te leven’ is in Jona genoeg om God van gedachten te laten veranderen en zijn rechtvaardige oordeel plus straf niet uit te voeren. (1 Samuël 16:7, Psalm 145:18, Romeinen 10:12-13)
  • Gehoorzaamheid is belangrijker dan offers. (1 Samuël 15:22)
  • God heeft hemel en aarde gemaakt. Als Hij wil, kan Hij de storm op zee direct laten bedaren. (Marcus 4:39)
  • Religiositeit of godsdienst kan heel liefdeloos zijn. Als je inzet op straf op onrecht, ergert genade op rechtvaardiging.
  • God geeft om mens èn dier.
  • Vluchten voor God is onmogelijk. (Psalm 139)
  • Heb je vijanden lief. Zegen hen, vervloek ze niet. (Mattheüs 5:43-47, 1 Johannes 3:10, 15, 18-20, 1 Johannes 4:8, 20-21)