Joy Williams – Venus

      1 Comment on Joy Williams – Venus

joywilliamsvenusNa een aantal jaren te hebben samengewerkt met John Paul White als The Civil Wars (in 2012 een sabbatical en in augustus 2014 de break-up), is Joy Williams weer solo verder. Genoemd naar de Romeinse liefdesgodin, is Venus opnieuw een sprekend visitekaartje van producer Charlie Peacock. Een lofzang op de vrouw, zowel visueel als karakteristiek. Gever van leven, liefde, licht in duisternis, lustopwekkend, beschermend, etc. Sweet Love of Mine, Woman (Oh Mama) en What a Good Woman Does staan er bol van. In de aanloop naar de release was ik bang, dat Williams bij de americana / folk songs van The Civil Wars zou blijven. De voorheen blondharige, exclusief in de christelijke muziekwereld actieve zangeres (wat lijken Joy Williams (2001), By Surprise (2002) en Genesis (2005) tot de ommezwaai met kerstalbum en eerste EP’s om het over een andere boeg te gooien alweer lang geleden), is artistiek echter doorgegroeid. En wie Peacock kent, weet dat een degelijk, eigenzinnig popalbum het resultaat is. Geen kopietjes van de laatste top-40 liedjes, maar intelligente arrangementen, melodielijnen en mixen.

Een elegante mix van piano ballad meets trip-hop als One Day I Will, gedoseerde electronica onder de net niet exploderende pop songs Before I Sleep, Not Good Enough, Until the Levee (zouden ook Brooke Fraser passen). Gevoelig achter de piano in What a Good Woman Does (“don’t feel sorry for yourself. I got everything that you want.”) en You Loved Me. (“I had all the answers. That was easier than face the dark.”). In The Dying Kind zwiert de melodielijn zoals ook de Israëlische Achinoam Nini (Noa) zou doen. (“Every rose has its thorn. Every thorn has its crown.”).

Till Forever is me wat te onderkoeld. Hier mist de magie. De bedoeling is duidelijk: wederkerige en wederzijdse liefde tot in de eeuwigheid. Hetzelfde euvel treft Welcome Home, opnieuw een piano ballad. Goed om elkaar weer te zien. Muzikaal even andere koek dan de andere 9. Als geheel een elftal om trots op te zijn. Spelen maar weer!