Het succes van de Museumkaart en de gevolgen voor houders

museumkaartVanaf 1981 bestaat de Museumkaart, vroeger Museumjaarkaart geheten. In mijn jeugd was ik zodoende een trouw bezoeker van het nu niet meer bestaande ruimtevaartmuseum (Achter de Muren) en het nog altijd bestaande Speelgoedmuseum in Deventer, nam ik de kaart mee op Tienertoer in de zomervakantie. In de studiejaren had ik er geen geld (meer) voor over, de jaren erna kwamen eerst de bezichtigingen van buitenlandse bekende musea (Londen, Parijs, Jeruzalem, Oslo, Stockholm, Bergen, Trondheim). Van alleenstaande tot gezinshoofd bracht ook de Museumkaart weer terug in de portemonnee.

In 2014 waren er 1,1 miljoen Museumkaarthouders. De kaart die onbeperkt toegang geeft tot 400 musea, werd vorig jaar maar liefst 7,5 miljoen keer gebruikt, een record na het jaar ervoor 6,4 miljoen bezoeken geregistreerd te hebben van 1 miljoen kaarthouders. Waar de gemiddelde toegangsprijs van een museum toch al snel €10-15 voor een volwassene is, heeft 7 musea per jaar bezoeken natuurlijk gevolgen voor de prijsstelling, als de uitgever Stichting Museumkaart een ongesubsidieerde instelling zonder winstoogmerk is. De Stichting Museumkaart is onderdeel van de Museumvereniging, de branchevereniging van musea in Nederland. De BankGiro Loterij ondersteunt de Stichting Museumkaart.

Voor de kaart mag sinds 1 juli 2014 weer €5 meer betaald worden dan de periode ervoor. Voor een jaarkaart (ingangsdatum is na aanvraag, of de datum waarop je een deelnemend museum bezoekt en daar de jaarkaart aanvraagt) betaal je nu €54,95 en €27,50 voor kinderen t/m 18 jaar.


€54,95 is wel een serieus bedrag. En als je eigenlijk niet zo’n frequente museumbezoeker bent, kan het dus niet uit. Toch als illustratie hoe snel het al loont een Museumkaart aan te schaffen, een staatje van de ticketprijzen van 10 bekende (deelnemende) musea, zonder andere musea daarmee tekort te willen doen. Het gaat me om het beeld: