Arno Lamm & Emile-André Vanbeckevoort – Opname of wederkomst

opnamewederkomstIn de afgelopen kerstvakantie las ik Wake Up! van Arno Lamm & Emile-André Vanbeckevoort. De uitgebreide analyse van dit 500 pagina’s tellende boek leverde veel stof tot nadenken op. Als appendix gaven de schrijvers het e-book Opname of wederkomst online. “Het gaat dieper in op de Wederkomst van de Messias, maar ook op de Opname van Zijn Gemeente en waarom die twee gebeurtenissen niet hetzelfde zijn.” (p.3). De impliciete vraag in ‘Opname of wederkomst’ is voor de schrijvers beantwoord met ‘en’. “Het lezen van het hoofdboek zou de lezer al tot de juiste conclusies kunnen leiden, maar in deze aanvulling gaan we nog verder in op de tijd van het einde.” Eschatologie volgens Lamm & Vanbeckevoort, die de mannen enkele regels verderop “als de juiste Bijbelse invulling zien.” (p.3). “Gelet op haar toenemende invloed worden in dit boek ook kort de posities van de islam en enkele afwijkende theologieën belicht, voor zover ze een impact kunnen hebben op het denken van christelijke kerken van de 21e eeuw.” Pretenties te over, net als in het hoofdboek. Theologie uitgekleed tot eschatologie. Meer dan de islam en enkele afwijkende theologieën hebben geen impact op het denken van hedendaagse christelijke kerken. De onpersoonlijke benadering van kerken, ook een euvel van het hoofdwerk, gaat door. Kerken kunnen niet denken, mensen wel.

De schrijvers strooien weer met kapitalen (Satan, Wederkomst, Vrederijk, Farao, Bruidegom) en nemen het met de grammatica niet al te nauw. Het komt de leesbaarheid niet ten goede. Ik heb al veel preken over de eindtijd gehoord, in groeigroepen / celgroepen / kringen zijn er elk seizoen die graag Openbaringen willen doorspitten en willen weten hoe het allemaal zal gaan. Als er maar één overduidelijk juiste eindtijdleer zou zijn, zou eschatologie geen onderdeel zijn van theologie en jaarlijks voor meters aan boeken besparen.

  • “Dat dit Vrederijk 1000 jaar zal duren, daar is geen twijfel over mogelijk.” (p.8) Ik twijfel wel, vanwege de gebruikte argumentatie. Waar “één dag is als duizend jaar” als rekeneenheid wordt gebruikt om vanuit een scheppingsweek in tijdvakken van duizend jaar te komen en de laatste 1000 voor het Vrederijk te reserveren, wordt met de letterlijk als “duizend jaar” genoemde periode in Openbaringen 20 verzen 3, 5, 6 en 7 géén berekening gedaan. Uitleg waarom elders wel dagen en weken naar jaren en jaarweken worden omgerekend, en hier niet, ontbreekt. Wel is er een duidelijke doelredenering: “Deze periode van 1000 jaar past immers precies na het tijdsblok van 6000 jaar dat dan achter ons ligt sinds de schepping in Genesis.”
  • Als God zijn vrederijk 1000 wil laten duren en Hij heerser over alles is, de rustdag / sabbat een perfect overeenkomende schaduw is voor de werkelijkheid in het Nieuwe Verbond (zie het hoofdboek), begrijp ik niet waarom God nog voordat zijn rustdag voorbij is, kiest voor het scenario: “Wanneer de duizend jaar voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. Dan gaat hij eropuit om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden. Hij brengt hen voor de strijd bijeen, een menigte zo talrijk als zandkorrels aan de zee. Ze trekken op, over de hele breedte van de aarde, en omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Maar vuur daalt neer uit de hemel en verteert hen.” (Openbaringen 20 verzen 7-9).
  • Met vrederijk, of sterker: Vrederijk wordt de indruk van een liefdevolle rustperiode gewekt, terwijl dat niet in de Bijbel staat. Wat er wel staat: “Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de onderaardse diepte en zware ketenen in zijn hand. Hij greep de draak, de slang van weleer, die ook duivel of Satan wordt genoemd, en ketende hem voor duizend jaren. Hij gooide hem in de diepte, sloot de put boven hem en verzegelde die, opdat de volken niet meer door hem misleid zouden worden tot de duizend jaar voorbij waren; daarna moet hij korte tijd worden losgelaten. Ook zag ik tronen, en aan hen die erop zaten werd recht gedaan. Het zijn de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en ook zijn merkteken niet op hun voorhoofd of hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met de messias. De andere doden kwamen niet tot leven voordat de duizend jaar voorbij waren. Dit is de eerste opstanding. Gelukkig en heilig zijn zij die deelhebben aan de eerste opstanding. De tweede dood heeft heen macht over hen. Zij zullen priester van God en van de messias zijn en duizend jaar lang samen met hem heersen.” (Openbaringen 20 verzen 1-6)
  • “Als die tijd aanbreekt daalt het Nieuwe Jeruzalem op aarde. Deze hemelse stad is de verblijfplaats van de Bruid – de plaats waar alle trouwe volgelingen van Jezus Christus van alle generaties verblijven vanaf de Opname. Vanuit dit Nieuwe Jeruzalem regeren zij met Jezus Christus op aarde.” In deze paar zinnen op p.9 is al zoveel ingelegd, dat je de bijbelteksten zelf zou vergeten. Dit staat er echt: “Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opowacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Hij Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, want wat er eerst was is voorbij. (…) Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig; over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht. De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof. De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn. De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen. Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het lam.” (Openbaringen 21 verzen 1-4; 22-27).
  • “De Bijbel spreekt er zelfs van dat een grote meteoriet en sterren zullen neervallen op aarde.” (p.10). Het aangehaalde Openbaringen 8 vers 8: “Iets dat eruitzag als een grote berg, waar de vlammen uitsloegen, werd in zee gegooid.” Bij Hal Lindsey‘s De planeet die Aarde heette was dat nog onmiskenbaar een atoombom. Nu mag je er van de auteurs schaamteloos meteoriet in lezen. Sterren wordt dan weer wel letterlijk genomen. Welk formaat sterren kennen de auteurs die klein genoeg zijn om op aarde te vallen?
  • “…demonische beesten over de aarde komen om de mensen 5 maanden lang te pijnigen.” (p.10). Er wordt naar Openbaringen 9 verwezen. Daarin lees ik in verzen 3-4 “Uit de rook kwamen sprinkhanen neer op de aarde. Ze kregen de beschikking over dezelfde vermogens als schorpioenen op aarde. Maar, werd erbij gezegd, ze moesten de planten, struiken en bomen ongemoeid laten. Alleen de mensen die niet het zegel van God op hun voorhoofd hadden, mochten ze kwaad doen.” Er zijn dus op dat moment ook mensen met het zegel van God op hun voorhoofd. De periode van 5 maanden wordt hier ook weer letterlijk geïnterpreteerd door de auteurs.
  • “Als de nood het hoogst is zal – aan het eind van de 7 jaar – Jezus Christus terug komen op aarde. Op dat moment zal het overblijfsel van Israël Hem als Messias (h)erkennen, zegt de Bijbel.” (p.10). Waar de Bijbel dit vertelt, blijft onbenoemd.
  • “Er is een gedachte dat, als Jezus Christus terugkomt op aarde, er direct vrede zal zijn en dat iedereen zich direct voor Jezus Christus als Koning zal buigen.” Een heel begrijpelijke gedachte, als je nog met je hoofd in de onheilsprofetieën in Openbaringen zit, leest over de 144.000 met Gods zegel op het voorhoofd (Openbaringen 7 verzen 1-8) en daarna “een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal..” (Openbaringen 7 vers 9) aan wie beloofd wordt “Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.” (Openbaringen 7 verzen 10-16).
  • “Soms horen we de opmerking….Het antwoord op de ‘wanneer’-vraag ligt dus wel degelijk in de Bijbel opgesloten, zelfs heel diep verankerd.” (p.11) Toch zoeken christenen al 20 eeuwen lang. Een tekst waar schrijvend mijn oog net op viel is Openbaringen 10 vers 7: “Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, zijn profeten heeft beloofd.
Theorie 1 – de gemeente gaat door de Grote Verdrukking (p.12-15)

Vooringenomenheid bij toepassing van de Vervangingstheologie geeft een specifieke lezing van Openbaringen. Onvermeld blijft eenzelfde vooringenomenheid van de auteurs, dat in woordgebruik als ‘fysieke’, ‘exact welke volken’, ‘letterlijke benoeming’, ‘het land Israël als epi(sch)-centrum’ zijn niet uitgelegde keuzes en veronderstellingen opgenomen. Ik had hier graag een neutrale uitleg van de theorie gezien. Met de aankondiging “slechts één van deze bovenstaande aannames kan Bijbels juist zijn”  na het benoemen van de 4 theorieën vermoed ik als lezer welke kant ik op gestuurd wordt. “Tegelijkertijd vinden we in de Bijbel nergens instructies hoe christenen zich zouden moeten voorbereiden op deze aangekondigde periode…die hen niet ongemoeid zou laten…nauwelijks geluiden…sprake van gelatenheid….nauwelijks een oproep tot waakzaamheid” (p.12). Aan het slot van Openbaringen 22 lees ik “Wie goeddoet zal nog meer goeddoen, en wie heilig is zal nog heiliger worden’. Ik kom spoedig, en heb het loon bij me om iedereen te belonen naar zijn daden…Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen: zij kunnen over de levensboom beschikken en zullen de stad door de poorten binnengaan. Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.” (Openbaringen 22 verzen 11-15). En in Openbaringen 1-3 (merk op hoe ‘rond’ de boodschap van Openbaringen gecomponeerd is) staan de zeven brieven aan de zeven gemeenten in Klein-Azië om hen te instrueren hoe ze zich rein kunnen houden voor het moment dat “Hij komt te midden van de volken en iedereen hem zal zien, ook degenen die hem doorstoken hebben.” (Openbaringen 1 vers 7). Ook de context van de ‘Opname’ tekst in 1 Thessalonicenzen 4 verzen 16-17 is in hoofdstuk 4 en 5 uitgebreid en specifiek over de manier van voorbereiding op de komst van onze Heer Jezus Christus.

De auteurs gebruiken het buitenbijbelse huwelijksritueel (zie hoofdboek) om als “voldoende Bijbelse grond om de theorie naast ons neer te leggen dat de Gemeente, die zich daadwerkelijk op de Opname voorbereidt, door de Grote Verdrukking heen zou moeten gaan.” (p.15). Let op, dat Grote Verdrukking, Opname e.d. begrippen zijn die je niet met de concordantie in de Bijbel terugvindt.

Theorie 2 – de Gemeente wordt opgenomen in het midden van de Grote Verdrukking (p.15-16)

De auteurs betogen, dat Openbaringen 11 vers 8 deze theorie onderuit zou halen, omdat Gods Koninkrijk niet tegen zichzelf verdeelt kan zijn. Zonder toelichting (helaas vaker met aanhalen van losse verzen het geval), wordt de scene met de twee profeten die in Jeruzalem gedood worden door het beest (Openbaringen 11) geplukt. Vers 8 leest: “Dan liggen hun lijken op het plein van de grote stad die in figuurlijke zin Sodom of Egypte heet, de stad waar ook hun Heer gekruisigd is.” Ik vermoed dat de auteurs vers 10 wilden aanhalen: “De mensen die op aarde leven juichen om de dood van de twee profeten, en opgetogen sturen ze elkaar geschenken, want die profeten waren een grote kwelling voor hen geweest.” Sleutel voor de auteurs is dus ‘de mensen die op aarde leven’ ten opzichte van hemelburgers. Impliciet sluiten de auteurs daarmee gelovigen uit überhaupt te bestaan op dit moment in de eindtijd.

Enkele verzen verderop lees ik: “Zevenduizend mensen werden door de aardbeving gedood, de rest werd door vrees bevangen en begon de God van de hemel eer te bewijzen.” (Openbaringen 11 vers 13). En in Openbaringen 12, dat qua timing en gebruik van tijdvakken zeker niet voor één uitleg vatbaar is, lees ik in vers 17: “De draak was woendend op de vrouw en ging weg om strijd aan te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.” En in Openbaringen 13 verzen 6-10: “Het beest kon zijn bek gebruiken voor grootspraak en godslasteringen, en dat tweeënveertig maanden lang. Het opende zijn bek en lasterde God, zijn naam en zijn woning en hen die in de hemel wonen. Het mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen. Ook kreeg het macht over alle landen en volken, over mensen van elke stam en taal. Alle mensen die op aarde leven zullen het beest aanbidden, iedereen van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, het boek van het lam dat geslacht is. Wie oren heeft, moet horen. Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan. En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard. Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.

In dat beeld past dan Openbaringen 12 vers 11 goed: “Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard.”

De lezers zoeken naar ‘mensen die op de aarde wonen’ teksten en knopen die aan elkaar tot argument voor het verwerpen van theorie 2. Dat heet doelredenering en negeert bijbelteksten zoals hierboven. Om dan Filia uit Filadelfia in voetnoot 27 voor Latijn uit te maken en Adelphoi voor Grieks, duidt op een niet-klassieke opleiding! Als je klassieke talen niet beheerst, wees dan voorzichtig met  toepassing. Vraag raad.

Theorie 3 – de Grote Verdrukking is niet letterlijk bedoeld (p.16-25)

“Een vrij grote groep uit de gevestigde kerken – zeker binnen de Rooms Katholieke Kerk – heeft de vaste overtuiging dat er helemaal geen Grote Verdrukking komt.” (p.16) heeft geen voetnoot, verwijzing of onderbouwing. Ik vindt de stellingname zowel vaag als cru. Wat zijn ‘de gevestigde kerken’? En wat zegt de eschatologie van de Rooms-Katholieke Kerk en bijvoorbeeld de Protestantse Kerk Nederland dan? De schrijvers gaan vervolgens pagina’s uitwijden over het vergeestelijken van bijbelse boodschappen en suggereren, dat in ‘sommige kerken’, ‘denominaties’ en ‘bijvoorbeeld de Jehova’s Getuigen’ dit gemeengoed is.

Als ik de Wikipedia lemmata over Eindtijd, Duizendjarig vrederijk en Wederkomst van Jezus nalees, zie ik verschillende opvattingen, ook binnen de Rooms-Katholieke en Protestantse hoofdstromen van het christendom. Kernbegrippen als chiliasme / millenialisme met de smaken a, pre en post ontbreekt bij Opname of wederkomst. Ook duidelijkheid hoe de auteurs zelf staan ten opzichte van de bedelingenleer die Het Zoeklicht jarenlang heeft gepropageerd, is er niet. Een vijfde mogelijkheid, postmillennialisme, blijft ook onbesproken.

De auteurs plaatsen de ‘Kingdom Now theologie’, het ‘Emerging Church denken’ (zonder deze termen uit te leggen), N.T. Wright, Hugo de Groot en Rick Warren in de hoek van preterisme, terwijl Wikipedia de eerste 2 bij het niet besproken postmillennialisme. Voor het afschrijven van Rick Warren moet een in een voetnoot genoemd werk A Wonderful Deception van voormalig New Age aanhanger Warren B. Smith (2009) dienen. Rick Warren, Leonard Sweet, Robert Schuller en William P. Young zet Smith als wolven in schaapskleren en New Age predikers / valse christussen neer.

Preterisme stelt dat veel profetieën in het verleden al vervuld zijn. In die hoek zitten de Puriteinen volgens Wikipedia ook, terwijl de Puriteinen in het hoofdboek nog één van de weinige door de auteurs geprezen groeperingen is. Het maakt voor mij het plaatje niet duidelijker. Theologie en eschatologie lopen bij de auteurs regelmatig door elkaar. Het moment van de wederkomst (nog los van of er één of twee wederkomsten zijn), uitspraken over de verblijftplaats van ‘De Gemeente’ tijdens de Grote Verdrukking en gedachten over het Duizendjarig Vrederijk worden zo ten onrechte door de auteurs met elkaar in verband gebracht en opgehangen aan zogenaamde theorieën die natuurlijk maar één ‘gelukkige winnaar’ kent.

Theorie 4 – de Gemeente gaat niet door de Grote Verdrukking (p.26-)

Conform voorspelling (sorry voor deze woordspeling) is dit de “Bijbelse opvatting” volgens de auteurs. Verstopt in de verwijzing naar Filadelfia en Laodicea is de keuze voor een allegorische uitleg van de brieven aan deze gemeenten. En hoe slim geformuleerd rond postmodernisme: “Dat denken verdraait bovendien op veel manieren – eerst subtiel maar dan steeds meer openlijk – de Bijbelse Waarheid, waardoor gelovigen bijna geruisloos naar een ander denkkader worden getrokken, zonder dat ze het zelf goed onder woorden kunnen brengen. Dat laatste zien we in veel kerken gebeuren.” (p.27) Wat mij betreft een treffende beschrijving van de aanpak van Wake Up! met aanhangsel.

De auteurs werken vervolgens uit, dat het neerdalen van de Heer uit de hemel om zowel dan levende gelovigen als de doden die Christus toebehoren op te nemen en voor altijd bij zich te houden in 1 Thessalonicenzen 4 verzen 16-17 (ik had hier de Bijbel zelf laten spreken in plaats van buitenbijbelse termen als Opname, Bruid, Bruidegom te gebruiken) gaat gebeuren. Dan op p.30 weer een aantal niet uitgelegde veronderstellingen: op aarde blijft alleen het Joodse volk en de Bruid van het Lam is degene die de komst van de antichrist weerhoudt.

Hier had 2 Tessalonicenzen 2 moeten volgen. “Broeders en zusters, over de komst van onze Heer Jezus Christus en het tijdstip waarop we met hem worden verenigd, zeggen we u: verlies niet meteen uw verstand en raak niet in paniek wanneer een profetie, een uitspraak of een brief die door ons zou zijn geschreven, het voorstelt alsof de dag van de Heer op het punt staat aan te breken. Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier. De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan. Hij zal alles wat goddelijk en heilig is bestrijden en zich erboven verheffen, om in Gods tempel plaats te nemen op de troon en zich voor te doen als God zelf. Herinnert u zich niet dat ik u dit herhaalde malen heb gezegd toen ik bij u was? Dan weet u ook wat hem nog tegenhoudt en dat hij pas zal verschijnen op de voor hem vastgestelde tijd. Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen…”

‘hij / het die weerhoudt’ heeft menigeen beziggehouden. David H. Stern stelt in Jewish New Testament Commentary: “Sha’ul wrote to the Thessalonians, ‘And now you know what [in v.7 ‘who’] is restraining. They knew, we don’t. According to Ernest Best (The First and Second Epistles to the Thessalonians, pp.295-302), interpreters have suggested various candidates for the ‘restrainer’: God, The Messiah, the Holy Spirit, the Roman Empire, the preaching of the Gospel, and some force hostile to God.” (p.629).

Eindtijdinfo heeft een treffende paralleltekst gevonden. Paulus haalt hier het visioen over de toekomst van Daniëls volk uit Daniël 10 aan, waar de hemelse vorst Michaël degene is die weerhoudt (standhoudt) en dus niet de Heilige Geest (zoals eind vorige eeuw geleerd werd), of de Gemeente zelf (zoals de auteurs doen en daarmee in elk geval een opmerkelijke geslachtsverandering doorvoeren). De auteurs stellen op p.35: “Er bestaat in de bijbelse literatuur niet helemaal overeenstemming of nu de Gemeente of de Heilige Geest deze tegenhouder is. We voelen er sterk voor om de Bruid – het zout der aarde dat bederf tegen gaat – als de tegenhouder aan te merken.” Als je wat de Bijbel ‘komst van de Heer’ noemt, per se wilt koppelen aan ‘Opname’, geldt een sterk gevoel van de auteurs als maatstaf. Opvallend, dat in de appendix nergens het Sola Scriptura meer klinkt!

Lezen vanuit de context of losse verzen: hoe een patroon bevestigd wordt

Op dit punt vinden Lamm & Vanbeckevoort “het belangrijk onze zoektocht nog even van een kader te voorzien….Op het niveau van losse bijbelteksten ontstaat overigens vaak de meeste discussie omdat hier dan weer andere losse Bijbelteksten tegenover geplaatst kunnen worden. Toch willen we vanaf dit niveau vertrekken, zodat we op het volgende niveau tot een dieper inzicht en onderbouwing kunnen komen.” (p.31). Een opvallende keuze die echter nadrukkelijk bij inlegkunde hoort: losse puzzelstukken gebruiken om een patroon te duiden en dan samenhang zoeken rond dat patroon.

Het verschil van bijbellezen wordt in het eerstvolgende aangehaalde vers, Openbaringen 3 vers 10 direct duidelijk. De auteurs menen hierin een belofte van God te zien, dat Hij mensen niet door de Grote Verdrukking laat gaan. Zelf zie ik geschreven staan: “Omdat u trouw bent gebleven aan mijn woord om stand te houden, zal ik ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld. Ik kom spoedig. Houd vast aan wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans kunnen afnemen. Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan…”

De oproep zuiver te leven, te breken met het huidige leven en de belofte van een krans, een beloning als je overwint, kenmerkt niet alleen de brief aan Filadalfia (Openbaringen 3 verzen 7-13), maar ook de andere 6 gemeenten die in Openbaringen 2 en 3 zijn aangeschreven. Het moment van beloning na de strijd en overwinning is volgens mij wel treffend:

  • Efeze: “Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.” (Openbaringen 2 vers 7)
  • Smyrna: “Wie overwint zal van de tweede dood geen schade ondervinden.” (Openbaringen 2 vers 11)
  • Pergamum: “Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.” (Openbaringen 2 vers 17)
  • Tyatira: “Wie overwint en mij navolgt tot het einde, zal ik macht geven over alle volken.” (Openbaringen 2 vers 26)
  • Sardes: “Wie overwint, zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hen getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen.” (Openbaringen 3 verzen 5-6)
  • Filadelfia: “Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam.” (Openbaringen 3 vers 12)
  • Laodicea: “Wie overwint zal samen met mij op de troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit.” (Openbaringen 3 vers 21)

Vaak en ook in deze appendix gehoord argument is, dat de Gemeente niet genoemd wordt als de toorn van God over de aarde gaat. God bewaart ons voor de toorn. De kwaden worden gestraft, wij kijken gevrijwaard naar het Lam in de hemel en brengen Hem eer.

Ik lees in Openbaringen 6 – de vier ruiters zijn hier bezig straffen over de aarde te brengen – verzen 9-11: “Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis. Ze riepen luid: ‘O helige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op de aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?’Ieder van hen kreeg witte kleren. Verder werd hun gezegd nog een korte tijd geduld te hebben totdat ook de andere dienaren, hun broeders en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben.” 

In Openbaringen 7 – hier hebben vier engelen de opdracht schade toe te brengen aan land en zee – staat in vers 3:”Laat het land en de zee en ook de bomen nog ongemoeid! Eerst moeten wij het zegel van onze God op het voorhoofd van zijn dienaren aanbrengen.” Dan worden de 144.000 met het zegel getoond en de onafzienbare menigte, die niet te tellen was (Openbaringen 7 verzen 4-12), waarna vers 13 vervolgt: “Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan? Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam. Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn tempel om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet meer bevangen. Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen van uit hun ogen wissen.”

Dan in Openbaringen 8, waar de eerste van de zeven bazuinen uit Openbaringen 8- klinken, wordt straf in vers 5 ingeleid met verzen 3 en 4: “Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen.” 

In Openbaringen 10 vers 7: “Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.”

Dat moment komt in Openbaringen 11 vanaf vers 15:“Toen blies de zevende engel op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias. Hij zal heersen tot in eeuwigheid……want in uw grote macht neemt u nu het koningschap op u. De volken raasden in woede, maar nu laat u uw woede razen. De tijd is gekomen om een oordeel te vellen over de doden; en om uw dienaren, de profeten, te belonen, evenals de heiligen en degenen die, jong en oud, ontzag hebben voor uw naam; en ook om hen die de aarde vernietigen nu zelf te vernietigen. Toen ging Gods tempel in de hemel open en verscheen daar de ark van het verbond. Er volgden bliksemschichten, groot geraas, donderslagen, een aardbeving en zware hagel.”

Hetzelfde patroon is in Openbaringen 12 en 13 te lezen, waar de draak en het beest strijden tegen Joodse volk en “met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.” Opvallend in dit hoofdstuk, dat Michaël en zijn engelen de strijd aanbinden met de draak nadat er 1.260 dagen lang door God in de woestijn voor de vrouw (het Joodse volk) gezorgd is. (Openbaringen 12 verzen 5-7). In Openbaringen 13 verzen 9-10: “Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan. En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard. Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.” en in vers 15 “het beeld van het beest ervoor kon zorgen dat iedereen die het beeld niet aanbad, gedood zou worden.”

In hoofdstuk 14, waar een engel nota bene opnieuw een eeuwig evangelie brengt en straf voorspelt (verzen 6-11) komen verzen 12-13: “Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en aan de trouw van Jezus. Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven.”‘ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.”

In hoofdstuk 15, waar Johannes opnieuw een teken getoond wordt, staat vóórdat 7 plagen over de aarde komen in vers 2: “Toen zag ik iets als een zee van glas, vermengd met vuur. Op de glazen zee stonden zij die het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam hadden overwonnen. Ze hadden lieren om daarop te spelen voor God.” 

Na de beschrijving van de offerschalen met plagen in Openbaringen 15 en 16 volgt in hoofdstuk 17 het oordeel over Babylon, met opnieuw een plek voor de heiligen: “Ze binden de strijd aan met het lam, maar het lam zal hen overwinnen. Want het lam is de hoogste heer en koning, en wie hem toebehoren, wie geroepen zijn en uitgekozen, zijn trouw.” (vers 14), in hoofdstuk 18 vers 4 wordt de heiligen opgeroepen: “Ga weg uit die stad, mijn volk, zodat je geen deel hebt aan haar zonden en ontkomt aan de plagen die haar zullen treffen.” In vers 20: “Juich  om haar, hemel, juich heilgen, apostelen en profeten! Het vonnis dat zij jullie had toebedacht, heeft God aan haar voltrokken.” en in vers 24: “Maar ook vloeide in deze stad het bloed van profeten en heiligen, van al degenen die op aarde werden geslacht.” 

Na het oordeel over Babylon klinkt het in Openbaringen 19 verzen 6-9:Toen hoorde ik iets als een stem van een grote menigte, van geweldige watermassa’s en van krachtige donderslagen zeggen: ‘Halleluja! De Heer, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap op zich genomen. Laten we blij zijn en jubelen, laten we hem de eer geven! Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar. Zij mag zich kleden in zuiver, stralend linnen.’ Want dit linnen staat voor al het goede dat gedaan is door de heiligen. Toen zei hij tegen mij: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die voor het bruiloftsmaal van het lam zijn uitgenodigd.”’ En hij vervolgde: ‘Wat God hier zegt, is betrouwbaar.’”

En dan in Openbaringen 20 de eerste opstanding, tweede dood.en het duizendjarig vrederijk.

Lezen vanuit het kader Joods huwelijksritueel

Bij een ander vertrekpunt, niet eerst de Bijbel laten spreken, maar het Joodse huwelijksritueel als kader nemen en daarbij puzzelstukken zoeken om het plaatje compleet te maken, krijg je ook wat anders. Dat is wat Lamm & Vanbeckevoort vanaf p.28 doen. Los van de context van de bijbelteksten, zonder keuzes uit te leggen, trekken zij conclusies over ‘kleine groep gelovigen’, ‘de 144.000 met een speciale functie’, ‘overblijfsel’, ‘sommige aanvallen van satan’, ‘veel inwoners van Israël’, ‘(eindtijd)gemeente van Filadelfia’, ‘afspiegeling van deelgroepen van gelovigen’, ‘grote groepen mensen’, ‘hoewel de Bruid dan al van de aarde is weggenomen..’, ‘vaak is begrepen’, ‘overblijfsel van Israël’, ‘de Bruid achterna’. Het zit in ingelegde nuances, verkleinwoorden, de haakjes, de actoren en de verbindingswoorden!

De koppeling tussen evangelieverkondiging en eindtijd in Mattheüs 24 vers 14 (“Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.”) wordt genegeerd. Ook Marcus 13, waar Jezus Christus onderwijs geeft aan zijn leerlingen over de eindtijd en de plek van gelovigen erin, blijft onbenoemd. Jezus Christus stelt in lijn met Openbaringen “Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.” (vers 13) midden in zijn verhaal over straffen, het zelf kunnen zien van de gruwel der verwoesting, etc. Nergens in dit hoofdstuk legt Jezus Christus uit, dat Hij zijn gemeente zal weggrissen, dat de eindtijd aan hen voorbij zal geen. Nee, Jezus roept op: Bid dat het niet in de winter gebeurt, want zulke verschrikkingen als er in die tijd zullen plaatsvinden, zijn er sinds het begin van Gods schepping nooit geweest en zullen er ook nooit meer komen. En als de Heer die tijd niet had verkort, zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen, die hij tot de zijnen heeft gemaakt, heeft hij die tijd verkort.”  (verzen 18-20).

Kerkgeschiedenis Wake Up style

“Na die bewuste Pinksterdag – waarop de Heilige Geest over de discipelen werd uitgestort – tot aan de Reformatie kwam zowel voor de Gemeente als voor Israël een lange droge zomer, waarin God nauwelijks sprak en er nauwelijks sprake was van voortschrijdend Bijbels inzicht. Integendeel, over de Bijbel kwam een bedekking, door toedoen van mensen.” (p.35) Alles na Handelingen 2 dus.

Heeft een christelijke schrijver, christelijke uitgever, vijfsterren-recensent na het zien van zo’n zin nog droge ogen?

Schriftgebruik Wake Up style

De auteurs kunnen hun punt niet afdoende maken door de Bijbel te laten spreken. Mij onduidelijk welke vraag nu beantwoord moet worden, halen de schrijvers Henoch uit Genesis 4 erbij. En hoewel Sirach 44 beschikbaar is en Henoch noemt in een rij rechtvaardigen, is er bij de auteurs behoefte aan pseudoepigraaf Boek van Henoch (“Hoewel we niet met zekerheid kunnen nagaan of het hele boek door de Heilige Geest is geïnspireerd…”) en het Boek van de Oprechten (vertaald uit Sefer-Hayasher) te gebruiken. Een interessant boekje, in de Dode Zeerollen is het ook teruggevonden, dat over wat kryptische teksten in de eerste Genesis hoofdstukken een uitleg geeft. Eindtijd-schrijvers zoals op eindtijdinbeeld.nl en edeleolijf.punt.nl zijn parallellen in woordgebruik in visioenen opgevallen. Overigens bevatten de Dode Zeerollen en andere niet in de canon opgenomen geschriften ook visioenen over de eindtijd. Die blijven onbesproken in de Wake Up! appendix.

Waar het de auteurs om gaat is het verhaal van Henoch en Noach gebruiken als typologie (schaduw zou men in het hoofdboek zeggen), voor de eindtijd. Ze vermengen dit met uitspraken over inspiratie, schriftgezag, aanvullende informatie, westerse canonn, verwijzingen vanuit Jozua en Samuël, etc. Boeiende materie, ik heb intussen ook heel wat deuterocanonieke, apocryfen en andere geschriften gelezen, maar weglaten van deze bronnen zou voor het veelvuldig verankerd zijn op een bijbels fundament niet uit hoeven maken. En maak anders bij Wake Up! plus appendix heel duidelijk welke keuzes je maakt, hoe je tegen schriftgezag aankijkt en welke bronnen je wel en niet hebt gebruikt. Zie daarvoor ook mijn analyse van het hoofdwerk.

In plaats van de Bijbel te laten spreken, volgt vanaf p.43 een beschouwing over de moderne technologische middelen, waarmee het beest controlemechanismern kan perfectioneren en vele geheime sekten, een Luciferiaans New Age tijdperk, één wereldregering, één wereldgodsdienst.  Totaal onnodig in deze context.

Dan terloops een opvallende invoeging van de vervangingstheologie op p.45, waar christenen (“Die overigen hebben voor Jezus Christus gekozen na de Opname, te laat beseffend dat alles wat in de Bijbel over de laatste dagen schrijft volkomen waar is”) gelijkgesteld worden aan “de rest van haar nageslacht” in Openbaringen 12 vers 17a in plaats van “, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.” (Openbaringen 12 vers 17b).

De schrijvers zien alleen een test voor “de ongelovige bewoners van de wereld én de in gebreke blijvende gelovigen.” (p.45), zien twee gescheiden wegen voor de Bruid en het overblijfsel van Israël (p.48), een punt waarmee messiaanse gemeenten (christenen dus) begrijpelijk moeite hebben. De Bijbel leert ook anders, zoals ik hierboven heb laten zien.

“Voor alle gelovige generaties geldt evenwel dezelfde behandeling: zij zullen de Grote Verdrukking niet meemaken.” vatten de auteurs samen op p.48. Vager zijn de auteurs over de 144.000. Zij zullen “nog een deel van de Grote Verdrukking op aarde blijven” (p.49), zonder onderbouwing of verdere precisering.

De auteurs zetten een overgangsperiode sinds 1948 (“de eindtijdklok is gaan lopen”, p.54) tussen de laatste 2 tijdperken die dispensatie-theologen hanteren, om een tijdelijke vervangingstheologie te voorkomen (p.56 e.v.). Om “een vollediger totaalbeeld te vormen” (p.58) wordt de eschatologie van de Koran belicht in 10 pagina’s. Interfaith beweging wordt ermee gewaarschuwd. De auteurs zien in het gedrag en timing van het optreden van Isa de antichrist uit de Bijbel.

Tenslotte

Eindelijk instemming met de auteurs: “We spreken de hoop uit dat dit boek als een katalysator zal werken, zodat u zelf de zoektocht naar het heldere water van Gods woord kunt voortzetten en volhouden…. Vragen ondersteunen uw zoektocht, zolang u de antwoorden maar in de door God gegeven Bijbel wilt vinden! Onze God ontmoeten we in de Schift die Hij aan ons gegeven heeft en soms moeten we daarvoor dieper willen graven en de tekst van de Schrift terugplaatsen in haar context.” (p.74)