Recensie Arno Lamm & Emile-André Vanbeckevoort – Wake Up! Gods profetische kalender in tijdslijnen en feesten

wakeupboekMet Wake Up! confronteren Arno Lamm & Emile-André Vanbeckevoort hun lezers met een herijking van het christelijk geloof. Vaste tijdlijnen die God in de Bijbel heeft aangegeven, feesten die gegeven zijn om te vieren, verbonden en gebruiken die ons stap voor stap zouden moeten voorbereiden op de wederkomst van Jezus Christus en de Bruiloft van het Lam. De verhouding tussen christenen en joden, de leer over het eind van de tijden (eschatologie) en de verschillende posities daarin onder gelovigen, leerstellingen over behouden zijn of aan je behoud (moeten blijven) werken, wet versus genade, Oude versus Nieuwe Testament en wellicht te vroeg Jezus je vriend noemen, terwijl je nog slaaf bent, lastige onderwerpen die de revue passeren.

Afhankelijk van je kerkelijke achtergrond (denominatie) heb je een bijziendheid of een mogelijk vertroebeld beeld op de werkelijkheid die Christus is en vertegenwoordigt. De schrijvers leggen de nadruk op het lernen van de schaduwen van deze werkelijkheid, zoals die in de Bijbel te vinden zijn. Feesten om niet alleen te gedenken, maar ook toe te passen, van Pesach tot Loofhuttenfeest en parallel eraan de voorbereiding als Bruid op de Bruiloft met het Lam. Het kan zijn dat je kerk of gemeente niet (s)preekt over de Bijbelse feesten, de eindtijd of de bijbelse huwelijksnorm. Het gebruik van ongezuurd brood in plaats van gegist brood bij de christelijke maaltijd van de Heer, de timing van Goede Vrijdag en Kerst, de wortels van het christelijke Pinksteren en Hemelvaart worden goed uitgelegd. Kerst eind december verhuist (letterlijk en figuurlijk) naar het Loofhuttenfeest in de nazomer. Eeuwen van stellingname tegen de joden hebben christenen vervreemd van hun plek op de edele olijfboom, zoals de Bijbel dat uitdrukt. De Vervangingstheologie heeft diepe sporen getrokken. Het is belangrijk Gods kalender te herontdekken. Wake Up! helpt zeker de Bijbel beter te begrijpen, grote lijnen te zien en je uit te dagen ernst te maken met het volgen van de Weg als discipel van Jezus Christus.

De tweede helft van het boek over de feesten zelf zit sterker in elkaar dan de eerste over de eindtijd en de constructie rond schaduw en werkelijkheid. De schrijvers herhalen veel en verwijzen regelmatig naar externe bronnen of doen stellingen, zonder concreet te worden. Het omwille van de lengte van het boek (nu 500 pagina’s) in aanvullende e-books uit de doeken doen van kalenders, eindtijdverwachtingen en bijbelcodes hadden, komen verdacht over. Alsof er nog geheimen zijn, timing van specifieke gebeurtenissen aangepast kan worden, zonder het hoofdwerk te hoeven herschrijven en er multisciplinaire samenwerking met de marketingafdeling van de uitgever heeft plaatsgevonden. Een index en achtergrond van de auteurs ontbreken.

Kritiekop toonzetting en argumentatie

Het gebeurt niet vaak, dat ik een boek bij eerste lezing zo vol schrijf met kanttekeningen. Teveel woorden met Kapitalen irriteren: Kerk, Laatste Dagen, Bruidegom, Wederkomst, Bruiloftsritueel, Opname en Gemeente op p.16-17 staan indrukwekkend en overdreven, als een definitie ontbreekt en de volgende paragraaf weer nieuwe begrippen zo betitelt. Valse bescheidenheid op p.18: “In dit boek wordt niet een bepaalde theologie opgelegd, maar worden opmerkelijke zelfverklarende patronen getoond waar de Gemeente van Christus niet omheen kan. Hoe dan ook, u wordt vooral opgeroepen om zelf te zoeken.” Natuurlijk is het gepresenteerde wel een specifieke theologie, en verbaast de uitlating dat we er als Gemeente van Christus niet omheen kunnen, terwijl één van de kernboodschappen van het boek het bijna 2 millennia omzeilen van deze waarheden door het instituut Kerk is.

Wat bij mij niet goed uitpakte is p.19: “Onze kritische houding ten opzichte van de historische kerk van het christendom staat in geen verhouding tot onze liefde voor de kerk van Christus en wij hopen dat u die liefde bij het lezen van dit boek kunt proeven.” De schrijvers vallen de Kerk veelvuldig aan zonder enig begrip voor het uit gebrekkige mensen bestaan ervan. De Kerk als instituut is m.i. niets. Het waren mensen die het evangelie verspreiden over de wereld, lokale gemeenten stichtten en ervoor zorgden, dat zowel de schrijvers als ik in 2014 bij een lokale kerk of gemeente aangesloten kunnen zijn.

Het Grieks Denken heeft het denken van de Kerk sterk geïndoctrineerd (p.22). Mensen indoctrineren, denkbeelden als zodanig niet. Op dezelfde pagina stellen de auteurs op geen enkele wijze te willen tornen aan de absolute waarheid van de Bijbel. Los van de onbeantwoorde vraag wat ‘absolute waarheid’ is, roepen wel meer theologen, auteurs en predikers dat met totaal verschillende uitkomsten. De auteurs vermoeden bij de postmoderne christenen een grote interesse naar de mystiek van de middeleeuwen en kritiekloze oecumenische samenwerking met de Rooms-Katholieke Kerk (p.23). “…terwijl orthodoxe protestanten zich veelal zonder discussie scharen achter de theologie van de groep. Te veel discussie is immers een teken van ongeloof voor de orthodoxe, maar het is juist een teken van subjectiviteit voor de postmodernist.” (p.195). “Daarentegen heeft de kerk vele schaduwen op Gods kalender over het hoofd gezien. Hier gaat het niet over enige kerken, maar over nagenoeg alle kerken, want vieren en doen de bijbelse feesten nog?” (p.257). Voorbeelden van de laatste categorie blijven uit. “Dat Jezus Christus de norm van de Wet aangescherpt heeft, valt sommige christenen misschien wel wat tegen.” (p.270). “Telkens als het woord ‘wet’ gebruikt wordt, lijkt er bij gelovigen een soort allergische reactie op te treden.” (p.274) en “Hoe is het mogelijk dat een oprecht gelovige Jood zich bevrijd voelt uit de slavernij en graag Gods Instructie voor het leven accepteert als een instrument om vrij te blijven, terwijl de (post)moderne gelovige juist denkt ‘dat hij bevrijd is van de Wet’ en vreest dat hij weer in slavernij raakt als hij zich aan de Goddelijke Instructie gaat houden?” (p.275).

Helaas zijn dit soort kort-door-de-bocht opmerkingen geen uitzondering in Wake Up! en leidden ze me behoorlijk af van de boodschap.

Het Sola Scriptura van de Protestantse kerken wordt bekritiseerd (p.34), waarna – om het patroon van feesten en uitleggingen erbij te kunnen maken – de Talmoed, het pseudoepigraaf Jubileeën en andere geschriften uit de gemeenschap van Qumran (Dode Zeerollen) en de geschiedschrijving van Flavius Josephus worden gebruikt. Interpretaties, uitkomsten van discussies en een veelheid van opvattingen. Ja, de Talmoed blijft ondergeschikt aan de hogere norm die God Zelf stelde (p.36), maar wordt aanvullend, bij gebrek aan of bij onjuistheid van achtergrondinformatie in de kerken gebruikt. Hoe goed bedoeld ook, is de argumentatie “De cultuur van de Bijbel moet opnieuw onze cultuur worden, zonder dat wij het contact met onze eigen omgeving hoeven te verliezen. Pas als we die bijbelse cultuur goed begrijpen, kunnen we deze gaan vertalen naar onze eigen wereld en niet andersom.” (p.46) zwak. Het keert op diverse plekken in het boek terug. Cultuur zijn de gewoonten, rituelen, symbolen van een groep. Over feesten lezen is één, ze begrijpen een tweede en toepassen een derde. De schrijvers wisselen wat tussen de verplichting om te begrijpen en vieren enerzijds en het begrijpen en geestelijk toepassen ervan. Kolossenzen 2 vers 16-17 is hierbij cruciaal. De auteurs kennen aan ‘schaduw’ veel meer precisie en kracht toe (p.47, 50, 184-201) dan menigeen met de zon in de rug ziet op een wintermorgen.  “Schaduw, werkelijkheid en interpretatie van de werkelijkheid mogen nooit van elkaar afwijken.” (p.285).

De zonder bronvermelding vermoede vooringenomenheid van NBG-vertalers (p.184) laat ook een grondige woordstudie van het Griekse skia (schaduw) achterwege. Dit uit de mytologie geleende woord heeft in de Strong’s concordantie een eigen plek ten opzichte van eikoon, dat in Hebreeën 10 vers 1 (overigens ook hier in Nederlandse vertalingen onterecht ‘slechts’ ingevoegd). In plaats van aan de schaduw teveel gewicht toe te kennen, had ik een vergelijkend woorden-onderzoek naar schaduw, beeld, evenbeeld en werkelijkheid verwacht. Dat scheelt schoppen tegen bijvoorbeeld Emerging Churches en (post)moderne gelovigen (p.189) en pagina’s redeneren rond “Wij zien de werkelijkheid in Christus vaak door onze eigen bril” (p.192).

Het voorbeeld van Abrahams offer van zijn zoon Izaäk (p.196-197) zou een goede oefening rond schaduw en werkelijkheid zijn. Waarin zien we in Jezus Christus een precieze vervulling en waarin zijn verschillen van het verhaal in Genesis te vinden?

Kadering

Treffend schrijven de auteurs op p.194: “Een denkkader heeft als bijwerking dat het andere denkwegen afsluit. Alle volgende Bijbelteksten gaat men uitleggen op basis van het denkbeeld dat is gecreëerd. Als er op een gegeven moment langs deze weg een hele set aan denkbeelden ontstaat dan is er sprake van een bepaalde theologie, die steeds weer (en meer) de waarneming bepaalt van wat men leest. Het overgenomen denkkader wordt dan steeds verder bevestigd, hoewel het niet de waarheid hoeft te zijn. Begrijpt u dat de theologie van de vertalers ook stevig kan bijdragen aan onze perceptie van de werkelijkheid?” Enige zelfreflectie op de 500 pagina’s denkkader en ingenomen posities, hoe waar dan ook, had hier gepast.

Tekenend is het niet met naam en toenaam noemen van van ‘foute’ bijbelvertalingen en kerkgenootschappen. Je krijgt gaandeweg in het boek wel een vermoeden waar de auteurs zelf in het kerkelijk veld opereren. Noch protestantse kerken, bevindelijk gelovigen, orthodox gereformeerden, rooms-katholieken, lutheranen en calvinisten, evangelischen als pinkstergelovigen, televisiedominees uit Amerika of Azië worden liefdevol bejegend. De Puriteinen en Messiasbelijdende gemeenten in Israël zijn uitzonderingen. Over Kopten, Russisch-Orthodoxen, Armeniërs geen woord.

Overdrijvingen en onderschattingen zijn er vele. Stellingen als “Alle informatie of theologie die wij in het Nieuwe Testament tegenkomen is eveneens al in bedekte vorm aanwezig in het Oude Testament” (p.49) zijn absoluut en te vatbaar voor tegenwerpingen. Overigens komen de auteurs aan het eind van het boek met de constatering, dat Oude en Nieuwe Testament zelf Romeinsrechtelijke termen zijn, waar tweezijdige verbonden veel krachtiger spreken.

Multidisciplinaire samenwerking van wetenschappers gebeurt rond archeologie en maken van een nieuw bijbelvertaling. De auteurs pleiten voor bereidheid onder theologen “om het domein van de Bijbel te delen met Godvrezende en Godzoekende wiskundigen, natuurkundigen, biologen en zelfs juristen en futuristen. Inzicht  door Goddelijke openbaring en het zoeken naar waarheid door een verstandelijke en multidisciplinaire benadering kunnen immers goed samengaan…..In een theologische discussie hoeft zo’n benadering zeker niet verkeerd uit te pakken zolang enerzijds het uitgangspunt blijft dat de Bijbel waar is en anderzijds dat theologische denkkaders niet altijd vrij zijn van vooringenomenheid en dat ze dus uitgedaagd mogen en moeten worden.” (p.202) In de apologetiek of dogmatiek durft men echt met open vizier het eigen geloof te verdedigen, ook ten opzichte van uitdagers die de waarheid van de Bijbel in twijfel trekken. Het is die rol van kerkvaders en eigentijdse theologen die in Wake Up! onbesproken blijft. Het gevaar van ‘de krant lezen door een bril van (een specifieke) eindtijdleer’, waarmee al decennia lang, zeker in de hoek van uitgever Het Zoeklicht ervaring is opgedaan, is groot.

Aleph en Tav <> Aleph Tav, numerologie en kabbalisme

De gepresenteerde zienswijze op p.51-56 over de Hebreeuwse lettercombinatie aleph-tav wordt door Avram Yehoshua tegengesproken. Hij kenmerkt de lezing van Lamm & Vanbeckevoort van de enkele verzen in Genesis 1 en Johannes 1 als kabbalistisch. De pagina’s komen over als interessant uitstapje zonder de rode lijn van het boek te steunen. Het met Equidistant Letter Sequence programma’s in ‘de’ Hebreeuwse tekst zoeken naar opvallende woorden, eveneens. We beschikken niet over één enkele Hebreeuws origineel van de Tenach. De auteurs zijn onder de indruk (p.60 “geestelijk DNA door God in Bijbelteksten aangebracht”) , bieden online vervolgstudies aan, maar vinden het niet noodzakelijk dat elke christen deze zoektocht naar Bijbels DNA onderneemt. De aangehaalde onderzoeker Nathan Jacobi bleef na zijn onderzoek agnost. Een fictieschrijver kan er zo een complottheorie mee uitwerken. En hoewel een voetnoot op p.61 waarschuwt voor de situaties dat Kabbala en Bijbelcode de bijbeltekst tegenspreken, is dit géén doeltreffende opzet.

Welke rabbijnen in de Talmoed al rekenden met 1 dag = 1.000 jaar en voor het volvoeren van Gods plan een week nodig achten, blijft onbenoemd op p.70. Anders dan de gepropageerde vier betekenislagen (p.30-32) interpreteert de op p.71 aangehaalde vroeg 2e eeuwse Brief van Barnabas de oudtestamentische geschriften alleen allegorisch.

Kalenders, verstreken datums en beeldtaal

In plaats van in één keer de verschillende burgerlijke en religieuze kalenders, inclusief alle bijstellingen die er in de Joodse en Christelijke versies zijn gedaan, uit te leggen, staat informatie nu (onvolledig) verspreid door het boek, te beginnen bij p.74. Uitleg over verstreken datums die werden aangezien als dag van geboorte of wederkomst van Christus mist. Het toepassen van het 1 dag = 1.000 jaar heeft ook consequenties voor het kijken naar de Scheppingsweek, maar ook daarover ontbreekt een uitleg. Het nemen van tienmaal 49 jaren + 1 jubeljaar verschilt van 10*49 en daarna een groep van 50 jubeljaren (p.79). De interpretatie van Genesis 6 vers 3 zonder context over het 120 jaar zijn van de dagen van de mens, is eng. Het puzzelen met jubeljaren en veelvouden van 7, 40, 120 en 1.000 gaat ver (p.80-82). Aangekomen op het punt een concrete datum te noemen, houden de auteurs in op p.82 (“In dit boek zijn we niet op zoek naar een exacte datum, en daarom tonen we deze tijdslijnen ook vooral globaal, maar het is belangrijk te beseffen dat een aantal patronen wijst op het tijdvak dat we nu leven.“). Wil je meer weten, is er een e-book. En vervolgens gaan de schrijvers vanaf p.83 door met zoeken naar datums, aansluitend bij de intocht of kruisiging van Christus, stichting van de staat Israël in 1948 of het “verkrijgen” van Jeruzalem als ongedeelde hoofdstad in 1967. Neem je context van p.83-91 serieus, zou er vanaf 1967 vrede zijn geweest en heeft het joodse volk massaal God teruggevonden. De geschiedenis van Israël leert anders.

Waar de uitspraak van premier Nethanyahu uit 2010, dat de profetie uit Ezechiël 37 over het dal met doodsbeenderen vervuld is in Israël eerst wordt onderschreven, blijft het op pagina 256 open, of deze profetie nu (al) wel of niet is vervuld. Zoals vaker in de aangehaalde losse verzen, blijft de context onbesproken.

Waar in de jaren ’70 en ’80 van de 20e eeuw vooral Europa als doorstart van het Romeinse Rijk werd gezien (de EU was heel fout bij bijvoorbeeld Hal Lindsey), meldt een voetnoot op p.77 de suggestie van het opkomend Turkije en een aantal Noord-Afrikaanse landen en andere islamitische landen. Het was verstandig geweest hier meer tijd aan te spenderen. Is godsdienst bepalend, land / volk (met vermeldingen in oudtestamentische profetieën)?

En wat moet ik met suggesties als “De Bijbel geeft geen volledige duidelijkheid over het aantal jaren dat ‘een generatie’ omvat, maar 70 jaar wordt algemeeen als een generatie beschouwd.” (p.96). Een halve eeuw geleden was 40 jaar de norm om de Opname van de Gemeente in 1988 te kunnen laten plaatsvinden. Denk aan de 88 Reasons Why the Rapture will be in 1988 van Edgar Whisenant. Heb je 1948 als ijkpunt, moet je met het verstrijken van de jaren, de generaties langer laten leven…..tot misschien wel 120 jaar.

In een volgende druk (ik las de 6e druk uit november 2014) mogen de schrijvers uitleggen wat de Delitische Hebreeuwse vertaling van het Nieuwe Testament (p.95), observerende kalender (p.97), ‘de laatste zandloper’ (p.97), ‘summier geloof’ (p.97)  en de leerstellingen van Mark Biltz (p.100) zijn. Wat ik over Delitisch en Mark Blitz en zijn Blood Moon Tetrade voorspellingen online zie, doen het overbrengen van de hoofdboodschap van Wake Up! rond de bijbelse feesten geen goed. De inbreng van de NASA (op de kaft aangekondigd als gezaghebbende bron) is alleen hun online lijst van volledige zons- en maansverduisteringen. Feitelijk beschouwd is de timing niet helemaal in lijn met gebeurtenissen in het Midden-Ooosten (p.99-100) en van door Biltz geleende toekomstige tetraden kloppen qua aantal niet. De schrijvers gaan me er te makkelijk mee om.

Geen (wild) vlees meer eten, diakenen om conflicten op te lossen en boeken

Alleen al een aantal wildgerechten (welke wil ik dan met oog op de kerstboodschappen weten) zijn not done voor de auteurs, evenals “veel hedendaagse manieren van geslachten of van vleesconsumptie” met oog op Handelingen 15 vers 19 op p.107. Een meer gebalanceerd alternatief voor het impliciet verplichte vegetarisme vind ik bij Yeshuahatorah.com.

In plaats van diaconie bedrijven zien de auteurs in de aanstelling van de eerste diakenen in Handelingen 6-7 het oplossen van “dit conflict” tussen Grieks en Aramees sprekende Joden. (p.108-109). De auteurs zijn zeker, dat men in de eerste eeuw “de vele boeken die in het Oude Testament worden genoemd” nog bezaten (p.112) zonder toelichting overigens.

De auteurs zijn voorstander van de Textus Receptus (“de best gedrukte weergave“, p.199), negeren de 1.000 verschillen met de Byzantijnse tekstversie en verachten de uitgaven van het KoinèGriekse Nieuwe Testament, meestal voorzien van een tekstkritisch apparaat, dat vermeldt hoe de tekst gebaseerd is op de handschriften van het Nieuwe Testament, het Novum Testamentum Graece. Kritiek of commentaar slaat er op de overeenkomsten en verschillen tussen de beschikbare manuscripten van de betreffende tekstgedeelten. De auteurs negeren ermee de verschillen die al overschrijvend (on)bewust zijn geslopen in kopieën van de originele evangelieën en brieven, waar we (en ook de auteurs) niet (meer) beschikken over de originelen.

Geschiedenisles

Flavius Josephus, “de meest bekende geschiedschrijver van die tijd” (p.209) wordt kritiekloos voor waar gehouden. Aantallen lammeren op p.210 kloppen niet met die op p.219. En als er werkelijk 2.750.000 mensen in Jeruzalem waren voor het Pesachfeest (p.218), komen me de 2.000 bekeerlingen uit Handelingen 2 op het Wekenfeest als erg marginaal effect van de uitstorting van de Heilige Geest over. Nergens een voorbehoud of notie van overdrijving in Wake Up! Ook de op slechts 2 plekken bij Josephus aangehaalde Jezus in deels sterk betwiste passages, blijven onbenoemd.

“Een Joodse Midrasj geeft aan dat 80% van de Hebreeërs in Egypte achterbleef.” op p.229 is opmerkelijk. Bronvermelding ontbreekt, maar de constatering werpt een bijzonder licht op de uittocht van het volk Israël. Op p.288 klinkt het anders: “God koos ook niet bepaalde Hebreeërs uit, terwijl Hij de anderen achterliet in Egypte…Uiteindelijk kunnen we uit de Bijbel opmaken dat het niet eens een exclusieve selectie van afstammelingen van Jakob was, want de Bijbel leert ons dat er ook een menigte van vreemdelingen meetrok!” (p.288).

Kinder- of volwassenendoop

Verrassend mild zijn de auteurs over de kinderdoop, waarschijnlijk in eigen achterban een gevoelig punt. In plaats van zwart-wit klinkt het “maar de schaduw van het Oude Testament en de werkelijkheid in Christus komen niet helemaal overeen” (p.248) en “…liggen de kerkelijke doop van pasgeboren baby’s en de besnijdenis dus niet geheel in elkaars verlengde.” (p.248). 1 Petrus 3 vers 21 wordt m.i. foutief vertaald als ‘bede van een goed geweten’ in plaats van ‘bede om een goed geweten’. (p.249). In een preek Doop: mis de boot niet! heb ik eerder op deze fout gewezen. Ik had de omzichtige benadering van de doop liever als kraakheldere uiteenzetting van schaduw – werkelijkheid gezien.

Nieuwe Wereldorde

“In onze tijd is een ‘Nieuwe’ Wereldorde bezig om de volledige poltieke, economisch-financiële en religieuze controle te grijpen over de mensheid. Een controle die zal leident ot de slavernij die Egypte kenmerken.” (p.253), zonder enige uitleg is minstens suggestief zonder te helpen identificeren. Doelloos in een uiteenzetting over Gods bevrijding uit Egypte (in Exodus als schaduw of in Christus’ werkelijkheid).

2, 613 of heel andere geboden?

“Volgelingen van Christus zijn niet vrij van elk gebod, zij hebben zich verbonden met de hogere – niet lagere – Wet van Christus, zoals eerder uitgelegd. Uiteindelijk zal dat uitkomen op veel meer dan 613 geboden die deels niet te vergelijken zijn met de geboden van 100 of 1000 jaar geleden, maar die altijd voortkomen uit de geest van de Wet dat wij God moeten liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Die twee geboden mogen wij nu – al discussiërend – uitwerken in ons leven…… We moeten juist uitgaan van die twee geboden en daar in elke tijd eigentijdse en meer gedetailleerde richtlijnen op bouwen die aan de kern van die twee geboden uiting geven.” (p.277). De oproep daartoe kan ik in de Bijbel niet 1-2-3 vinden. Het koppelt de Wet volgens mij ook te los van de in dit boek herontdekte bijbelse feesten die in dezelfde Torah zijn opgedragen te vieren. Tenslotte komt het zelf wetten maken letterlijk neer op autonomie in plaats van slaaf van Christus willen zijn.

Woord en Geest

“Gerst wordt als eerste geoogst en wordt omhoog gegooid zodat de wind het kaf van het koren scheidt. De Heilige Geest wordt geassocieerd met wind en dat klopt ook in dit beeld.” (p.278) zonder verdere uitleg, terwijl het Griekse pneuma of Hebreeuwse ruach naast geest ook direct wind of adem betekenen, veel meer dan associatie dus.

Vieren door te overdenken…met gelijkgezinden

Na bijna 280 pagina’s aandacht vragen voor feesten klinkt “Laten we daarom de feesten leren begrijpen op een nieuwtestamentische manier en laten we gewoon beginnen ze ook op die manier te vieren door ze te overdenken.” (p.281) en “niemand hoeft zicht wat betreft de ‘rituelen’ verplicht te voelen. Kennis van de rituelen geeft mogelijk ook meer kansen voor evangelisatie onder de Joden.” (p.284) als een zwaktebod en verborgen agenda, hoe groot de stap ook in een specifieke kerkelijke achtergrond ook is. Probeer zo de verjaardag van je kinderen aan hen uit te leggen: “Marianne, we gaan je 12e verjaardag gewoon beginnen te vieren door deze te overdenken. Het zingen, de slingers, taart en cadeaus kun je vergeten. Ik ben ze je niet verplicht.”

“Het ontdekken van dit mechanisme zou zelfs evangelischen en orthodox gereformeerden bij elkaar moeten kunnen brengen, tot eer van het Lichaam van Christus en tot groei van de Gemeente. Dat zal in kleine groepen (bij voorkeur groepen waarin volwassenen christenen uit verschillende denominaties vrij zijn om zonder schroom zichzelf, de ander en de Schrift te bevragen vanuit deze schaduwen) beginnen en hopelijk kan dit boek ook hier weer een bijdrage aan leveren.” (p.293) gaat uit van een olievlekwerking met risico’s van overaccentuering: ‘kijk ons het eens zijn over bijbelse feesten. We vieren wat af met elkaar, aan andere aspecten van gemeentezijn komen we niet eens meer toe.’.

Andere recensies

De 12 tot nu toe korte exclusief vijfsterren-recensies op Bol.com gaven me te denken. Enerzijds om zelf het boek te lezen en er dan pas een oordeel over te vellen. De bespreking van Ruben Hadders heb ik ongelezen laten liggen tot na mijn eigen lezing. De anonieme aanval op Staatgeschreven op Ruben Hadders, Ruben Hadders schijt het Zoeklicht in de bek, was wel direct aanleiding me te distantiëren van updates of volgen van de daar dienstdoende bloggers. Hoewel al in 6e druk, heb ik verder weinig andere persoonlijke besprekingen online ontdekt, ook niet op http://www.yeshuahatorah.com/ of bijbelsefeesten.nl. Gevonden recensies zijn van JP van der Giessen op zijn bijbelaantekeningen.nl, 25 december 2014 aangevuld met een analyse van de claim van Lamm & Vanbeckevoort dat de kribbe of voerbak een bij het Loofhuttenfeest in september gebruikte broodbak is (p.385-386), en de Belgische blog indekerk.be. 16 januari 2015 plaatste het Nederlands Dagblad een uitgebreide bespreking door Rien van den Berg: “Wie moet hier nu ontwaken?”. Van der Giessen schreef in januari 2015 ook een nadere beschouwing van de ELS techniek.

Onderzoek alles, en behoud het goede!