Jacob Slavenburg – Valsheid in geschrifte

Jacob Slavenburg ValsheidOorspronkelijk uitgegeven in 1995, al uitgebracht als De Gespleten Pen Van Bijbelschrijvers werd in 2005 een heruitgave gedaan van Valsheid in geschrifte: de verborgen agenda van bijbelschrijvers van historicus Jacob Slavenburg. Het boek was me ontgaan, tot het me bij het bezoek in mei 2013 aan het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden opviel. Schrijvers als Dan Brown maken maar wat graag gebruik van geloofwaardig aandoende complottheorieën, bewuste en doelgerichte falsificaties van de bijbel in boeken als De Da Vinci Code.  De werkelijkheid ligt gecompliceerder, en dat is schokkend voor zowel niet-gelovigen die denken dat Dan Brown non-fictie schrijft, maar evengoed voor gelovigen die al dan niet hun kerkelijke instituties volgen door de bijbel als onfeilbaar, authentiek, geïnspireerd en geïntegreerd woord van God aannemen.

Door in de Inleiding direct Brown’s fouten te ontmaskeren, de conclusies te delen voor wat betreft de tienduizenden fouten (klein en groot) tussen kopieën van teksten die al dan niet in de canon van het Nieuwe Testament zijn opgenomen en te stellen, dat er een kloof tussen de bijbelwetenschap en de geïnteresseerde leek of gelovige in absolute termen (volslagen, alle, geen enkele) ben ik als lezer wel direct benieuwd naar de eigen positie of (verborgen) agenda van Slavenburg en vermoed een sleutel in de gnostiek. De achtergrondkennis van de aard van de Nag Hammadi geschriften helpt me daarin, een minder ingewijde lezer wordt m.i. onvoldoende hierin meegenomen.

Schrijvers als Bart Ehrman (De aprocriefen van het Nieuwe Testament; De evolutie van de bijbel: wie veranderde de tekst van de bijbel en waarom?) hebben de ontmaskering van de kopiisten, kerkvaders en theologen tot een persoonlijke missie gemaakt. Slavenburg biedt de lezer en gelovige ruimte voor eigen keuzes, maar hamert wel op de historische feiten. De Nag Hammadi geschriften zijn, hoe mooi en verhelderend voor een begrip van een pluriform vroeg christendom ook, zelf ook niet vrij van verschillen tussen de perkamenten en kopieën. In het eerste deel belicht Slavenburg de evangeliën die wel in onze bijbel terechtkwamen. Welke evangelist gebruikte wie als bron, voorzover dat (nog / al) is na te gaan? Wat te denken van een volkstelling in Bethlehem, terwijl je in Nazareth woont en werkt en een hoogzwangere vrouw hebt? Hoe komen we aan de maagdelijke geboorte? En heeft Paulus wel alle Paulinische brieven geschreven? In het tweede deel is er aandacht voor de opmerkelijke Nag Hammadi vondsten, gnostische en andere apocriefe evangeliën, onbekendere Handelingen en Openbaringen. In het derde deel komt de vorming van de nieuwtestamentische canon van de eerste kaders van Tertullianus en Marcion rond 200 en Ireneüs van Lyon rond 180, de Canon Muratori en de vrijheden die de kerkvaders tot de 4e eeuw en de vaststelling van de canon door Athanasius van Alexandrië en concilies van bisschoppen.

Tenslotte wijst de auteur op een aantal discutabele interpretaties die feitelijk niet zijn terug te voeren op de leer van Jezus, zoals het stichten van een nieuwe godsdienst, zonde-begrip (inclusief leerstellingen als erfzonde) en de degradatie van de vrouw en seksualiteit. “Er blijken geschriften te zijn die ouder en vaak authentiekere overleveringen van de woorden van Jezus weergeven dan de tot de canon van het Nieuwe Testament toegelaten evangeliën. Niet alleen blijkt steeds meer dat Jezus bepaalde uitspraken in de mond werden gelegd, maar ook dat hem, getuige sommige fragmenten uit oude bronnen, achteraf de mond zijn gesnoerd.” (p.163) De vrijheid en mogelijkheid die moderne lezers hebben, is zelf de beschikbare bronnen en geschriften te lezen en er geloof aan hechten.

Over de auteur

Jacob Slavenburg (1943) is cultuurhistoricus, die bekendheid heeft verworven door zijn boeken over vroeg-christelijke stromingen, geschreven vanuit een hedendaagse esoterische levensbeschouwing. Slavenburg studeerde godsdienstgeschiedenis en specialiseerde zich in de gnostiek. Hij is in Nederland bekend geworden vanwege een groot aantal boeken over het christendom, esoterische stromingen, mystiek, spiritualiteit en de gnosis. Slavenburg geeft veel lezingen door het land heen. Hij geeft cursussen “westerse esoterie en spiritualiteit” en verzorgt seminars voor onder meer het Jungiaans Instituut in Nijmegen, waar hij ook als docent aan verbonden is. Tevens is hij als docent verbonden aan de Psychosociale opleidingen in Utrecht en de Hogeschool voor Geesteswetenschappen, eveneens in Utrecht.