Hoe zijn interventies in projecten gerelateerd aan de organisatiecultuur?

Projecten zijn vaak complex en zelfs met de beste planning en toepassing van ‘good management principles’ is het nog steeds nodig om de voortgang goed te monitoren en op zijn tijd te interveniëren om het project op schema te houden en de kansen op succes te vergroten. Marcel van Marrewijk beschrijft in de Cubrix: zicht op organisatieontwikkeling en performanceverbetering een op Spiral Dynamics gebaseerd ontwikkelmodel. Per fase of type organisatie zijn cultuurelementen en een (vermoed) geëigende aanpak voor procesingrepen te destilleren.

Onderzoek op organisatiecultuur gebonden interventies in projecten was er nog niet veel. Laura de Faber (Van Aetsveld) was de opdrachtgever van een dergelijk onderzoek en heeft in samenwerking met Annelouc Best en Jakobus Smit van de Hogeschool Utrecht de studie verricht en een paper geschreven voor  26ste International Project Management Association (IPMA) World Congress te Griekenland op 29-31 oktober 2012. De paper is begin mei 2013 gepubliceerd in volume 74 van de Procedia – sociale & Behavioural Sciences Journal.

De onderzoeksvraag in dit specifieke project was: Hoe zijn interventies gerelateerd aan organisatiecultuur en projectmanagement? Meer specifiek waren de subvragen in de studie:

  • Wat is de aard van interventies in projectmanagement die bijdragen aan projectmanagementeffectiviteit?
  • Hoe zijn deze interventies gerelateerd aan de cultuur van een organisatie?
  • Hoe zijn deze interventies gerelateerd aan de fase van een project?

Als raamwerk is het concurrerende waardenmodel van Cameron en Quinn gebruikt. Naast literatuuronderzoek zijn interviews onder projectmanagers afgenomen. Onderscheid werd gemaakt tussen:

  • controlling interventies als structureren, stakeholder management, scope management, expectations management en minimimaliseren van discussies
  • connecting interventies als relaties onderhouden, mensen verbinden en werken aan een gedeelde visie
  • actuating interventies als aanmoedigen van eigenaarschap, leren, innovatief denken, action learning en problemen snel op tafel brengen.

Langs de as van organisatietypen kent het onderzoek Adhocracy, Family, Hierarchy en Market. Een derde dimensie is die van de projectfasering (initiatie, uitvoering, afsluiting). Voorlopige conclusie van het eerste onderzoek luidt, dat er inderdaad een verband is tussen de aard van de organisatie en de per projectfase als effectief ervaren interventie.

Ik zou graag een kwantitatieve onderbouwing zien op basis van vergelijkend onderzoek. Organisaties die projecten dubbelblind uitvoeren (denk aan placebo-effect, het al dan niet toedienen van medicijnen bij ziekte) als ‘proefkonijn’ zijn vermoedelijk lastig te vinden. En je kunt ratten wel projecten laten uitvoeren of besturen, maar dat heeft sinds het labelen van dergelijk gedrag door Joep Schrijvers, toch een eigen betekenis, los van onderzoekslaboratoria.