Doop: mis de boot niet!

      1 Comment on Doop: mis de boot niet!

slide Contrast“Hij (Jezus Christus) is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus, die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn.” (1 Petrus 3 verzen 19-21)

Kernvers 1 Petrus 3:21 “…en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered.” (NBG)

Tegenbeeld, voorafbeelding, contrast: beelden en associaties met feitelijke gebeurtenissen die tot de verbeelding spreken. Die je / of hier Petrus toepast, in herinnering roept .

slide noahs floodPetrus haalt hier bij zijn schrijvers de geschiedenis van de zondvloed en de ark van Noach uit Genesis 6 aan. De zondvloed laat niet alleen Gods straf, maar ook in dit gedeelte Zijn genade zien, niet alleen bij de zondvloed zelf, maar ook op wat wij Stille Zaterdag noemen. Jezus “is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered,” (1 Petrus 3 verzen 19-20). Feitelijke gebeurtenissen, zowel in Genesis 6 (een boek als Philip Ernest Williams – The Archeological Evidence of Noah’s Flood kan helpen dat weer eens te beseffen) als in 1 Petrus 3.

Je mist de boot als:

  • je de zondvloed afdoet als fabel, want waarom zou Jezus er dan letterlijk werk van maken om verloren zielen het evangelie te vertellen? En ook het figuurlijk ‘nederdalen ter helle’ om de tijdens de zondvloed omgekomen zielen te bereiken zou wel een enorm staaltje vindingrijkheid zijn, zeker in deze context.
  • je meent dat zondaren ook zonder keuze automatisch in genade worden aangenomen, want waarom zou Jezus…?
  • je alleen in het leven vóór de dood gelooft.
  • je denkt dat God slechts de enkeling op het oog heeft (denk aan Johannes 3 vers16)
Het venijn van een enkel woord

muizenvalWat een verschil kan één woord maken. Merk verschil tussen de verschillende bijbelvertalingen van 1 Petrus 3 vers 21:

  • NBG 1951: Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus,
  • Herziene Statenvertaling: Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons. Maar niet als een verwijderen van het vuil van het lichaam, maar als vraag aan God van een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus,
  • Statenvertaling: Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;
  • Naardense Bijbel: als tegenbeeld daarvan redt nu een onderdompeling ook u; die is niet een aflegging van vuil dat op vlees zit, maar een bede tot God om een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus,
  • Nieuwe Bijbelvertaling: en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus,
  • Het Boek: Als contrast daarmee wordt u dan ook gered door de doop. De doop betekent niet dat het vuil van uw lichaam wordt afgewassen, maar het is een gebed tot God om een goed geweten door de opstanding van Jezus Christus.

slide Ik hou van HollandEven terug naar een lesje naamvallen. Sun’eidesis (het Griekse woord voor geweten, ziel dat onderscheid maakt tussen moreel goed en kwaad) is vrouwelijk. Normaliter wordt een genitief (2e naamval) met ‘van’ vertaald, dus ‘van een geweten’, maar op elke taalkundige regel zijn uitzonderingen. Hier de genetivus objectivus (netjes uitgedrukt: als het substantief of adjectief de idee bevat van een handeling, waarvan de genitief die erbij aansluit het lijdend voorwerp uitdrukt, spreken we van een voorwerpsgenitief). Denk aan: verlangen naar…, bidden om…., smeken om, etc. Een sprekend voorbeeld in onze taal: vaderlandsliefde. Niet het vaderland heeft lief, maar een persoon heeft het vaderland lief.

En hoeveel pretendeer je als je een gebed tot God van een goed geweten bidt in relatie tot de doop?

slide We hebben de boot gemistDus als dit beeld-spraak is, redt de doop dan letterlijk, of is ook dat beeld-spraak? Let op hoe Petrus het inleidt: als tegenbeeld….niet het afwassen van vuil, maar…

Ik heb eerder niet geluisterd en de boot gemist! Als je denkt aan Petrus toespraak op de Pinksterdag in Handelingen 2: ondanks het naderend onheil (Joël 2; Handelingen 2:19-21) heb ik Jezus Christus eerder afgewezen, als het ware gedood. Maar Hij is de weg naar het leven. Handelingen 2:28 / Psalm 16:11 “U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.”

Johannes 11:25: “Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft,”

Johannes 14:6: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.”

slide jezus redt petrus

De doop is een hulproep om redding. Ik dacht alleen over water te kunnen lopen, maar red het niet! (Petrus in Mattheüs 14:30 “Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’”

1 Petrus 3:21b “De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus,”

Het is dus niet de doop zelf als letterlijke handeling of het ondergaan in water dat je redt, maar de vraag / bede / schreeuw om een zuiver geweten!

Stel niet uit!

Voor Lucas (auteur van Handelingen) en de apostelen in hun brieven is evangelie vertellen – berouw / bekering – doop direct (in tijd en handelingen) met elkaar verbonden. In Handelingen 2:38 horen Joden en jodengenoten  het evangelie, vragen wat ze moeten doen. Petrus antwoordt: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,

Denk verder aan de kamerling uit Ethiopië in Handelingen 8, Saulus in Handelingen 9 en 22, Cornelius c.s. in Handelingen 10, de gevangenbewaarder in Filippi in Handelingen 16.

Op een of andere manier zijn we bij de uitvoering van de Grote Opdracht na stap 1 opgehouden. Mattheüs 28:19-20“Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.”

Dus niet:

  • Evangelie vertellen en mensen een zondaarsgebed laten prevelen, zonder het opgedragen vervolg van de Grote Opdracht.
  • Dopen uitstellen tot …?
  • Volwassendoop zien als vervanger van de protestantse gewoonte belijdenis van het geloof te doen na een jarenlange (catechesatie)vorming gekregen te hebben, al dan niet als (sociale) verplichting of de rooms-katholieke gewoonte van het heilig vormsel.
  • Blijven bij de besprenkeling, dat iets zegt over de intenties van je ouders en niet over jouw geloof en roep om redding.
  • Blijven bij geloof / bekering en menen dat je dan (al) behouden bent. Door het woord van Christus wordt iedereen bevolen zich te laten dopen ‘tot vergeving van zonden’ (Handelingen 2:38). Dat is ook het voorbeeld, dat Johannes’ doop (tot vergeving van zonden), Jezus’ doop (gehoorzaamheid) en dat van zijn discipelen (tot vergeving van zonden) oproept.

Terugblikkend op mijn eigen leven: in de zomer 1979 gaf ik “mijn hart aan Jezus” tijdens een In de Ruimte kinderkamp. De christelijke opvoeding door ouders en aanvankelijk Christelijke Gereformeerde kerk, daarna Volle Evangelie Gemeente was al jaren bezig en ging door; ik ontdekte zonder schokkende bekeringsverhalen het christelijke leven. Op 17 november 1985 heb ik laten dopen.

Het Nieuwtestamentische patroon is echter geen meerjarenplan. Marcus 16:16: “Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden.”

slide eigen doopIn context

1 Petrus 3:8 (“Tot slot vraag ik u”) loopt door tot in hoofdstuk 4 vers 6. De doop als markeringspunt heeft natuurlijk een context. In mijn eigen woorden samengevat: Laat zien dat je Christus volgt. Het is beter te lijden, omdat men goed doet dan omdat men kwaad doet. Christus heeft geleden. Naar de mens is hij gedood, maar naar de geest tot leven gewekt. Zelfs tijdens zijn lichamelijk ‘dood zijn’ verspreidde Hij het evangelie van God. Ook de mensen die tijdens de zondvloed omkwamen, kunnen nog geestelijk levend worden.

Voor ons die nog op aarde leven geldt: verspil je tijd niet met zaken waarin de ongelovigen plezier hebben. Reken af met de zonde, vraag God een zuiver geweten. Dat kan dankzij de opstanding van Christus. De doop is daarvan het uiterlijke teken. Laat je leiden door Gods wil. Anderen zullen er wat van vinden, maar moeten zich zelf verantwoorden.

En wordt je aangeklaagd? Kerkhervormer Maarten Luther hield zich tijdens zijn depressies telkens voor: baptismus sum (Latijn voor ik ben gedoopt). De doop als reddingsboei, waaraan je ook later mag terugdenken als daad van geloof en gehoorzaamheid.