Peter Storm, Guido Fröhlichs, Ton Overmans – Leiding geven aan projectmanagers en een projectenorganisatie

In Leiding geven aan projectmanagers en een projectenorganisatie willen drie gevestigde (project)managementconsultants en -auteurs enerzijds op instapniveau het veld verkennen die los van een methode voor project- of programmamanagement braak ligt voor degenen die leiding moeten geven aan een stelsel van tijdelijke opgaven. Anderzijds wordt een aantal thema’s uit het projectmanagement werkveld belicht die meer tot hun recht komen in een volwaardig studieboek. De duidelijk losse bijdragen kennen verschillende schrijfstijlen, herhalen inleidingen over bijvoorbeeld het ontstaan van PRINCE2, maar laten ook jargon niet verder toegelicht, waardoor een leek in het betreffende vakgebied, bijvoorbeeld de bouw, overheid of financiën verdwaalt. Uitgebreid wordt ingegaan op een project management office (PMO), risk management (inclusief de suggestie alsof methoden als PRINCE2 of kennisbundels als PMBOK er geen of te weinig aandacht aan geven). Moeite had ik met de stelling, dat zowel project- als programmamanagement zich bezighouden met ‘doing the work right’ en pas portfoliomanagement zich met ‘doing the right work’ bezighouden. MSP leert echt wat anders. En ook de uitgebreide aandacht voor de project business case en de oproep per fase plannen te maken om tijdig te kunnen stoppen, suggereren wat anders. De consultants brachten bekende en eigen cases in die soms kort en bondig, andere keren uitgebreid pagina’s lang worden uitgelepeld. Telkens blijft de vraag onbeantwoord hoe het geleerde / de theorie uit dit boek of andere projectmanagementliteratuur nu in de praktijk gebracht is. Waar de Theory of Constraints goed wordt samengevat, komt informatiemanagement er bekaaid van af. De smiley rapporten kende ik zonder dit boek ook al jaren, maar wat er nog meer nodig is om informatiemanagement duidelijker aan portfoliomanagement te koppelen, komt m.i. onvoldoende uit de verf.

De vele onderzoeken naar succes- en faalfactoren rond projecten bieden of open deuren of zijn sterk overlappend. Een scherpe analyse en koppeling aan verbeterpunten kunnen veel sterker neergezet worden. De stelling van de auteurs is, dat het stapelen van ‘meer van hetzelfde doen’, namelijk projecten in hetzelfde werkveld leiden, niet bijdraagt aan een sterkere professionaliteit. En dat veel projectmanagers niet meer bagage hebben dan tientallen uren opleiding en enkele geleide projecten, omdat daarna een functie als lijnmanager of een meer inhoudelijke post meer trekt. Als uit ander onderzoek naar professionalisering of het leren beheersen van een vak of ambacht al snel 10.000 uren opleiding, training, herhaling, herhaling en herhaling nodig is, red je het m.i. niet met competentiemodellen, certificeringsniveaus vaststellen en uitgebreide vragenlijsten van een eigen PMLAB. Je schiet dan of in de richting van het aanbieden van nog een cursus, iets waar de auteurs geen heil in zien, of het afserveren van betrokken projectmanagers van wie het werk en resultaat door henzelf of anderen is beoordeeld als (nog) onvolwassen.

Stel je moet leiding (gaan) geven aan projectmanagers of een projectenorganisatie. Ook dan geldt de wetmatigheid die in het boek wordt aangegeven, dat de KPI’s bepalen wat je doet. En dat zal niet het stapelen van opleidingen, het introduceren van heel veel verandering of het sluiten van je afdeling zijn. Op de winkel passen, utilisatie van je medewerkers maximaliseren, de HR-cyclus volgen, liggen dan eerder voor de hand. Een wake-up call to action mis ik in dit boek.

Over de auteurs
Dr. Peter M. Storm studeerde Bedrijfseconomie aan de Rijksuniversiteit Groningen en Organisatie Psychologie aan Northwestern University. Van 1983 tot 2010 was hij als hoogleraar Bedrijfskunde verbonden aan de Open universiteit. Hij is medeoprichter van AMI Management Consultants en van Kennis&Co waar hij nog steeds actief is als adviseur, onderzoeker en trainer. Zijn interesse gaat vooral uit naar de strategie van projecten, leiderschap in projecten en het leervermogen van projectteams. Het onderzoek dat hij op dat gebied uitvoert, samen met Chantal Savelsbergh, wordt gesponsord door PMI-USA. Eveneens samen met Chantal Savelsbergh en met Martijn Jong ontwikkelde hij recentelijk een nieuwe projectmanagementaanpak (zie www.projectsucces com).

Ir. Guido H.J.M. Fröhlichs RC heeft Technische Bedrijfskunde (ir.) gestudeerd aan de Technische Universiteit Eindhoven met als afstudeerrichting Informatie & Technologie. Hij heeft zich gespecialiseerd in de vakgebieden Finance & Control en project- en portfoliomanagement. De belangstelling voor projecten is ontstaan tijdens zijn functie als projectleider bij de Hogeschool Zuyd. Daarna raakte hij, in de periode als projectcontroller bij DSM, ook geboeid door het vakgebied Finance & Control. Om zich hierin verder te bekwamen, heeft hij de postdoctorale opleiding tot registercontroller (RC) gevolgd aan de Universiteit Maastricht, waarna hij Group Controller was bij Maecon. Vervolgens heeft hij zijn kennis en ervaring op de vakgebieden Finance & Control en project- en portfoliomanagement verbreed bij Fagro, waar hij, als principal consultant, onder andere actief is geweest voor DHL, Janshen-Hahnraths, gemeente Sittard-Geleen, Sabic, Ankerpoort, Universiteit Maastricht, ABN, Open Universiteit, Rijkswaterstaat Maaswerken en Vodafone. In aansluiting daarop was Guido als manager Sales Control werkzaam bij Rockwool Benelux. Hij is (co-)auteur van diverse boeken en artikelen over projectmanagement, project- en portfoliocontrol en sales control.

Drs. Ton A.A. Overmans MBA studeerde bedrijfskunde en bedrijfseconomie aan de Technische Universiteit Twente (TUT) en de Open Universiteit (OU) met als afstudeerrichting projectmanagement en strategie & organisatie. Hij heeft zich gespecialiseerd in risicomanagement en aansturing van complexe projecten. Hij publiceerde enkele artikelen en is medeauteur van een boek over projectmanagement.

Enhanced by Zemanta