Charlie Peacock – No Man’s Land

Na 12 jaar (!) is er eindelijk een nieuw vocaal album van Charlie Peacock. Voor de hele generatie die hem zo gemist heeft: de in 1956 als Charles William Ashworth geboren Amerikaanse singer-songwriter, pianist, producer, sessiemuzikant, schrijver en actievoerder voor sociale gerechtigheid (DATA en de ONE campagne) zit al meer dan 37 jaar in het vak. In 1982 kwam hij vanuit een verslaving tot persoonlijk geloof in Jezus Christus. In mijn geheugen gegrift staan zijn 1988 en 1997 optredens op het Flevofestival, zijn West Coast Diaries, maar ook zijn puntige columns in CCM Magazine. Hij was ook baas van een platenmaatschappij, student, jazz pianist en sr. A&R consultant voor Sony/ATV.

Veel tijd steekt hij in de Ten Out Of Tenn (Erin McCarley, Andy Davis, Katie Herzig, Griffin House, Matthew Perryman Jones, Trent Dabbs, K.S. Rhoads, Tyler James, Butterfly Boucher en Jeremy Lister). Hij is de producer van The Civil Wars, ontdekte ooit Switchfoot, werkte met Jackson Browne, moderne gezangenschrijvers Keith en Kristyn Getty, Alison Krauss, Gwyneth Paltrow, Ricky Skaggs en Holly Williams.

Op het thuis opgenomen No Man’s Land, bedoeld om al in februari 2012 uit te komen, probeert Peacock de sfeer van de tijd van zijn grootouders vast te leggen: “Cajun two-steps, ruckus, and dust, lots of dust.” Dromerige folk en vooral rust. Drummer Steve Brewster, bassist Mark Hill, gitarist Jerry McPherson, zoon Sam Ashworth op akoestisch gitaar, banjo en achtergrondzang, Bruce Bouton op pedal and lap steels, Jeff Taylor op accordion en Andy Leftwich viool en  mandoline. Peacock zelf hoor je op piano’s, saxofonist Jeff Coffin (Dave Matthews Band) schreef de blazersarrangementen die ingespeeld werden door Coffin, Roy Agee (trombone) en Mike Haynes en Phillip Lassiter (trompet). Via Noisetrade werd in september een sampler vrijgegeven van het album en wat in dezelfde stijl opgenomen extra’s, zoals een prachtversies van In The Light en Big Man’s Hat.

Lekker los spel in Death Trap, Mystic , Beauty Left the Room en Ghost of the Kitty Cat. De laatste had ook zo op een Newworldson album gepast. Waardeer je bijvoorbeeld The Lost Dogs of de nostalgische solo-albums van MercyMe zanger Bart Millard, vind je het dozijn liedjes op No Man’s Land ook heel prima. Americana in Voice of the Lord en Kite In the Tree. “The aching feeds the fantasy/And the stage is set for God only knows/The ear is hearing whistles made of wood and reed /Telephones are ringing/A girl in blue is singing/And all I can hear is the sound of failure/This is not the promise of the glory of kings/It’s all brushstroke, no heart, no give and take delight /There’s that pain in my chest/That always comes on, right before a big fight/If belief is only a construct, my own little thumb suck / Then I’m a kite in a tree, a kite in a tree”

Ruimte voor samenspel tussen gitaar en viool in Deep Inside a Word. Let The Dog Back in the House is een duet. en Till My Body Comes Undone zo ingetogen, dat je naar de speakers getrokken wordt om te luisteren. Ook Only You Can en afsluiter Satellites houden de kracht van het spel tot het laatst vast. Luistermuziek met diepgang.