Paulien Cornelisse – En dan nog iets

In 2009 schreef Paulien Cornelisse (1976) Taal is zeg maar echt mijn ding, ging het jaar erop het theater in met Hallo aarde, niet met woordgrapjes of lauter irritaties, maar verwonderd, nuchter en scherp. In die sfeer bracht ze in 2012 het boekje En dan nog iets uit. 200 pagina’s vol taalontwikkeling. Ten opzichte van een belerend vingertje, alleen maar vallen over vaagtaal of irritaal, is dat een verademing. Want sommige uitdrukkingen komen en gaan, versprekingen zijn vermakelijk en neologismen of leenwoorden deels functioneel, deels volledig de context of bedoeling kwijt.

De stukjes zijn eerder in andere vorm verschenen in nrc.next, Klare Taal en NRC Handelsblad. En daarin schuilt ook gevaar. Bundelen zonder extra’s – afgezien van de tekeningen – levert een reeks wat vlakke observaties met een knipoog op, maar biedt geen voorschriften hoe wel te spreken of te schrijven. Een lijn of thematische groepering van de stukken ontbreekt.

Cornelisse doet zich regelmatig net een cohort ouder voor dan ze is. Nu wijs praten over je jarenzeventigouders, of andere jaren ’70 taalgebruiken, terwijl je in de tweede helft van dat decennium geboren bent, komt niet geloofwaardig over. Elders in het boekje is ze weer jaren ’80 kind (in Vervloekt op p.143). En dan nog iets is een ontspannen te lezen verzameling kijkjes in onze conversaties: van auto-reply boodschappen, verdubbelingen van adjectieven tot geleerde nieuwe uitdrukkingen als “alles kits achter de rits”, schelden voor mannen en vrouwen en verzachtende of ontkennende toevoegingen als “dat wil je niet”, “het plan is”, “de grap is”, “begrijp me niet verkeerd”, “met alle respect”.

Er zijn veel herkenningsmomenten (ook “momenten” is een Cornelisse observatie). En dus is mijn plan, met alle respect voor de vorm, om begin 2013 te gaan chillen bij Paulien (niet Pauline of Pauliene) Cornelisse in haar nieuwe cabaret (je mag kiezen of je de t wel of niet uitspreekt) programma. Schrijf ik daarna mijn analyse op deze blog.