Nicole Krauss – Het Grote Huis

Het grote huis was mijn eerste kennismaking met het werk van Nicole Krauss. Haar roman past in een rijke traditie van joodse verhalenvertellers die de kunst van een enkele metafoor of bijvoorbeeld een korte tijdspanne uitwerken tot honderden pagina’s compact geschreven intrigerende literatuur beheersen. Denk aan Amos Oz, Chaim Potok, Aharon Appelfeld of David Grossman. Krauss schreef het origineel in het Engels, Great House. De vertaling van Tjadine Stheeman en Rob van der Veer is knap. Net als in het Hebreeuws en Nederlands grossiert Krauss’ roman met lange, in elkaar verweven zinnen in de orde van “Gezeten op een gammele stoel, ingeklemd tussen de torenhoge boekenstapels in zijn werkkamer, deed ik nog een halfhartige poging mijn werk te verdedigen, maar eigenlijk had ik zelf mijn belangstelling voor het idee ook verloren en alles wat ik erover te melden had was al in de ongeveer honderd pagina’s van mijn scriptie vervat.” (p.151)

Vier verhaallijnen die pas aan het eind hun kruispunten prijsgeven. Vaak verteld in de ik-vorm en vanwege de vele flash-backs en perspectiefwisselingen is het goed opletten geblazen. Een Joodse vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Duitsland naar Groot-Brittannië vluchtte. Een Joodse Israëliër, vader van twee zonen die in het leger moeten vechten voor hun land. In Jeruzalem werkt een antiekhandelaar intussen aan de reconstructie van zijn vaders studeerkamer in Boedapest, die tijdens de Tweede Wereldoorlog na een razzia is leeggeroofd. Een Chileense dichter, liefde en lust, ouder worden, een jarenlang verzwegen kind dat 3 weken na de geboorte is afgestaan. Moederschap, vaderschap en een houten bureau, waaraan diverse mensen zeer gehecht zijn. Toch, na decennia nauwelijks sporen van de bezitters. Het grote huis is ook een reeks pogingen om herinneringen op te halen, geheimen te ontrafelen, klitten te verlossen en het schrijversvak. Als kerngedachte is de legende van Jochanan ben Zakkai die in de eerste eeuw leefde genomen. De verwoesting van Jeruzalem en ben Zakkai’s alternatieve leerschool in Javne die bekend werd als Het Grote Huis, naar de Talmoedische interpretatie van 2 Koningen 25 vers 9: “Hij stak het huis van God in brand, en ook het huis van de koning en alle andere huizen van Jeruzalem; zelfs ieder groot huis liet hij in vlammen opgaan.”

“Als elke Joodse herinnering opnieuw in elkaar werd gezet, elk laatste heilige fragment weer tot één geheel samengevoegd, dan zou het Huis weer worden opgebouwd, sprak Weisz, of liever gezegd in wezen het oorspronkelijke gebouw zou zijn. Misschien bedoelen ze dat wel als ze het over de Messias hebben: een volmaakte vereniging van de oneindige onderdelen van de Joodse herinnering. In de volgende wereld zullen we allemaal tezamen in de herinnering aan onze herinneringen wonen.” (p.333)

Het Jodendom is onverwoestbaar, noch door Titus of Hitler, noch door Arabieren of assimilatie. Het belangrijkste is niet een bureau of een huis. Hoewel uitverkoren volk, zijn de leden allerminst heilig of zonder zonde. Ondanks alles, “de teleurstelling, daarna de opluchting dat er eindelijk iets wegzakte” (p.343) leeft de Jood voort in New-York, Zuid-Amerika, Europa, joods-Siberië of Israël.