Margriet de Moor – De schilder en het meisje

De Amsterdamse historica I.H. van Eeghen zette schrijfster Margriet de Moor op het spoor van het Deense meisje Elsje Christiaens. Jaren later kwam ze het meisje opnieuw tegen in een hoofdstuk van Een kleine geschiedenis van Amsterdam van auteur Geert Mak. En natuurlijk Rembrandt de schilder. Ankerpunt in de roman De schilder en het meisje is 3 mei 1664, de dag dat de 18-jarige nog maar net naar Amsterdam gereisde Deense Elsje Christiaens publiekelijk wordt gewurgd op de Dam in Amsterdam. De halve stad wil een doodstraf wel eens zien, de vorige is al 21 jaar geleden. Schilder Rembrandt heeft andere behoeften dan voyeur te spelen.

De Moor speelt als alwetende verteller met tijd en ruimte, heel nadrukkelijk en bij tijdens overdreven expliciet. Zo maak je sprongen in de tijd om de emigratie van Elsje tijdens een barre winter uit Sprouwen in Denemarken naar Amsterdam te volgen. Je wordt deelgenoot van de pestepidemie die Amsterdam in z’n greep houdt en die Rembrandt ook zijn vrouw Hendrickje Stoffels (die door de schilder Ricky wordt genoemd) ontneemt. Zoonlief die de wurging van Elsje wèl heeft bekeken, z’n vader tot in detail verslag kan doen, is zelf net wees geworden. Hij heeft voor zijn vader geposeerd om diens schilderij van het offer van Abraham die bijna zijn zoon Izaäk doodt tot leven te brengen. En opeens een passage uit 1985, wanneer een bezoeker in de Hermitage in Leningrad het schilderij van Titaan kapot snijdt.

De lijnen in het leven van de schilder en het meisje komen samen in de dood. De dood die Elsje’s slaapvrouw kreeg of verdiende? De terechtstelling die als onverwacht mak schaap dat geslacht wordt door het lokale bestuur. Het sinistere van de pest die willekeurig om zich heen grijpt. De predikant die er geen antwoord op weet. En dan toch vanuit de gedrevenheid als schilder aan de slag met het doek en pigmenten die Rembrandt ‘s ochtends heeft gekocht. Met de schuit naar de Volewijck om er het lijk van Elsje vanuit diverse invalshoeken te schilderen. Historische roman, niettemin fictie. De Moor heeft een bijzondere wijze van vertellen, maar het te expliciet springen in tijd is een zwaktebod.

Meer historische achtergrond.