Juni Daalmans – De breingids

      1 Comment on Juni Daalmans – De breingids

Juni Daalmans (1955) is psycholoog, coach en trainer met een passie voor het brein. Hij werkt vooral op het gebied van gedrag in organisaties en publiceerde al eerder. In De Breingids neemt Daalmans de lezer op een ontdekkingstocht door de verschillende gebieden en functies van het brein. Het is geschreven als een dialoog tussen gids en bezoeker, waarbij de bezoeker vragen stelt, zich verbaast over wat er te zien is, en de gids zo goed mogelijk antwoord probeert te geven op basis van de laatst bekende onderzoeken. Biologie en evolutieleer zijn onderliggende paradigma’s,  bewustzijn en spiritualiteit raakt Daalmans alleen in de laatste hoofdstukken eventjes aan. De stikker ‘Begrijpelijk voor iedereen’ op de flap dekt de lading behoorlijk. Waar andere boeken over het brein, psychologie of neurologie de organen en onderdelen van de hersenen bij hun medische (Latijnse en Griekse) namen blijven aanhalen, biedt Daalmans Nederlandstalige termen met tussen haakjes de medische termen om aansluiting bij (andere) literatuur te houden. Bescheidenheid is er zeker: onderzoek op neurologisch en psychologisch vlak gaat snel. Huidige inzichten kunnen morgen achterhaald blijken te zijn. Dat zie je terug in dit boek. Al te sterk onderscheid tussen linker- en rechter hersenhelft (lateralisatie), uitvergroten van de verschillen tussen vrouwelijk en mannelijk brein of de waarde die aan plasticiteit gehecht wordt, worden hier getemperd, terwijl de omgang met pijn, spiegelen en het doorkijkje naar de culturele en sociale gevolgen veel sterker zijn aangezet. Indrukwekkend is de uitleg over de weg die externe prikkels (licht, geluid, geuren, smaken, etc.) hun weg naar de hersenen vinden, stapsgewijs verwerkt, gecombineerd en geïnterpreteerd worden. De omgang met tegenstrijdige prikkels, kleurenblindheid, de noodzaak van vroegtijdig ontwikkelen van taalkennis en het bespelen van een muziekinstrument, zien, horen, evenwicht, ruiken, voelen en de invloed van alcohol, drugs en medicijnen worden bewonderenswaardig helder gemaakt. Ontbrekend in veel boeken over ‘hoofdzaken’ is uitleg over het ruggenmerg en de in- en uitgaande zenuwen daar. De vorm brengt wel een nadruk op functionaliteit met zich mee. De verschillende soorten geheugen worden maar kort aangestipt. En hoe het brein nu komt bij een specifiek woord, begrip, beeld en hoe een en ander zo razendsnel tot een totaalbeeld gecomponeerd kan worden, blijft een mysterie.

Her en der in het boek trof ik zelf weer nieuwe of gewijzigde inzichten die De Breingids niet tot het zoveelste hersenboek, maar een waardige aanvulling van m’n boekenkast maken. Ik lees dan graag door het grote geloof heen dat een bioloog heeft in de scheppingskracht van de biologische oersoep en het me nog altijd niet overtuigende verhaal van een platworm die een mens werd.