Walter Isaacson – Steve Jobs de biografie

Walter Isaacson, CEO van het Aspen Institute schreef eerder biografieën over Einstein, Benjamin Franklin en Kissinger. In 2009-2011 deed hij meer dan 40 interviews met Steve Jobs, zijn vrienden, vijanden, collega’s en branchegenoten om een biografie op te zetten. Jobs’ 3e kankeraanval zette de productie van het boek in een stroomversnelling, en daags na Jobs overlijden (5 oktober 2011) kwam Steve Jobs de biografie uit bij Simon & Schuster. Zelf las ik de Engelse e-book versie. Een Nederlandse vertaling kun je bij bijvoorbeeld Managementboek.nl krijgen. Met 42 hoofdstukken géén niemendalletje, de keur aan geïnterviewden geven een het leven en werk van de Apple voorman inhoud.

“The people who are crazy enough to think they can change the world are the ones who do” uit Apple’s Think Different commercial uit 1997 na de terugkeer van Steve Jobs bij Apple en hervonden focus op producten markeert het begin van het boek. In het laatste hoofdstuk blikt Jobs terug op de kern van zijn passie: “to build an enduring company where people were motivated to make great products. Everything else was secondary. Sure, it was great to make a profit, because that was what allowed you to make great products. But the products, not the profits were the motivation.” Terugblikkend heeft Jobs voor een aantal revoluties gezorgd, denk aan de Apple II, de Macintosh, Toy Story en andere succesnummers bij diens filmmaatschappij Pixar, de Apple Stores, de iPod, iTunes Store, iPhone, AppStore, iPad en de iCloud. Vergeet ook niet het bedrijf Apple zelf, dat momenteel de meest waardevolle onderneming ter wereld is.

Om gezondheidsredenen moest Steve Jobs Apple deze zomer wel overdragen aan Tim Cook. De Zen leer die hij in zijn jeugd omarmde had diepe sporen achtergelaten in omgang met voeding (Jobs was decennia veganist, vastte regelmatig, had diverse eetstoornissen), bewondering voor schoonheid en ontwerp (de kracht van eenvoud), maar ook een ontkenning van de eigen en andermans waarde. Een aantal thema’s vormen de rode draad in de levensbeschrijving: de strikte dichotomie van mensen (je behoort tot de inner circle, bent verlicht, of je bent een klootzak zonder greintje excuus of humor. Je werk is of ‘het beste’ of ‘totally shitty’), Jobs’ eigen reality distortion field (die in het positieve mensen dwong het onmogelijke mogelijk te maken, maar ook velen heeft gebruskeerd, allerhande deadlines en afspraken heeft geschonden en relaties heeft verstierd).

De biografie hemelt Jobs niet op. Integendeel: mislukkingen als MobileMe en het drama met de antenne in de iPhone 4 worden even breed uitgemeten als de successen van Pixar of iPod/iPhone/iPad. De keuze om een integrale end-to-end dienst te leveren, waarbij “zelfs het wisselen van de batterij in de i-producten aan professionals wordt overgelaten” is een vendor lock-in van jewelste, heeft weinig met de hackers / hobby cultuur waarin Apple zelf met Steve Wozniak in de garage van Jobs ouders begon. Jobs ageerde fel tegen branchegenoten die opener business deden (Microsoft, Oracle, Google), schuwde rechtzaken tegen Microsoft en HTC inzake patenten niet, terwijl de Xerox technologie voor een GUI evenmin netjes de weg naar Apple vond. Aan recht-voor-de-raap uitspraken als “Google, you fucking ripped of the iPhone, wholesale ripped us off. I’m going to destroy Android, because it’s a stolen product. I’m willing to go to nuclear war on this…Outside of Search, Google’s products – Android, Google Docs – are shit.” geen gebrek. Aan de vooravond van de iPhone werkte Steve Jobs kort samen met Motorola (de RAZR werd tot ROKR verbouwd), maar even later wordt Ed Zander‘s bedrijf afgeschreven: “I’m sick of dealing with these stupid companies like Motorola.”

Muziek is ook een thema in Isaacson’s boek: jeugdliefde Bob Dylan, de commerciële deals met U2 en de jarenlange strijd om de muziek van The Beatles en het gebruik van de naam Apple. De drang naar macht en het laatste woord over zo ongeveer alles (control freak ++) tekent zich door de hoofdstukken. Van kleur- en materiaalkeuze, de samenstelling van de raad van bestuur, het conflict met Jim Sculley, dat tot het vertrek van Jobs in 1985 leidt, de onzalige keuzes bij NeXT, de relatie met Disney vanuit Pixar en de dubbelhartige bezoldiging na de overname van NeXT door Apple en Jobs terugkeer als iCEO (hoe interim ben je als je ten diepste de #1 van een enduring company wilt zijn?). Met God of christelijk geloof had Jobs niets, sinds de zondagschoolleider in 1968 aangaf dat God ook wist van stervende kinderen. Later merkt hij over spiritualiteit op: “I think different religions are different doors to the same house. Sometimes I think the house exists, and sometimes I don’t. It’s the great mystery.” Zoiets is niet echt inspirerend of geruststellend. Barmhartigheid of met gulle hand goede doelen steunen, zoals Bill & Melinda Gates met hun Foundation wel doen, is Jobs totaal vreemd. De drang naar eenvoud in kleding, meubilair, etc. gaat hand in hand met de aankoop van miljoenenjacht van het Nederlandse Feadship, peperdure Apple Stores en hoe ziek ook de droom van een toonaangevend hoofdkwartier op het terrein van de door HP verlaten Cupertino Campus in 2010 willen realiseren.

De biografie is verder verlevendigd met episodes uit het familieleven, de biologische en adoptieouders van Steve Jobs, zijn rondgang langs seks, drugs & rock-n-roll in de tienerjaren, liefdesleven en kinderen, omgang met zijn alvleesklierkanker en herhaalde kankeraanvallen die hem uiteindelijk in 2011 fataal werden. Isaacson heeft zijn best gedaan. Het ‘geautoriseerd’ zijn van de biografie is kenmerkend voor Steve Jobs. Hij heeft géén review willen doen, besefte dat er best dingen in zouden staan waarover hij boos zou zijn, maar dat het grosso modo wel zou kloppen.

Bij leven en dood lopen fans natuurlijk weg met hem (als je wint, heb je vrienden). Ik zie in Steve Jobs géén voorbeeld van goed leiderschap. Wat mij betreft blijft de periode 1985-1995 van het bedrijf Apple wat onderbelicht. Want het bedrijf had vanwege de cultuur, de niet meer zo hippe computers een financiële positie aan de rand van de afgrond. Het had dus net zo goed faliekant mis kunnen gaan, en dan was Steve Jobs niet meer dan een anekdote in de geschiedenis van informatica geweest. De honderden pagina’s lezen als een trein. De verafgode Steve Jobs wordt er zo menselijk, dat je als lezer vaak zou willen ingrijpen, adviseren of een bord eten aanreiken. Het mocht en mag niet baten. En dus kun je er voor je eigen leven, producten, diensten en leiderschap alleen maar van leren.