Francesco Pacifico – Geschiedenis van mijn puurheid

Er zijn van die boeken die op de achterflap en in de bibliografische informatie heel anders gekwalificeerd worden dan je zelf concludeert na lezing. Dat gebeurde me bij Geschiedenis van mijn puurheid van de Italiaan Francesco Pacifico (1977) ook. De beloften zijn: “Een zowel humoristisch als warm portret vna het hedendaagse Italië en de menselijke geest, in zijn meest tegenstrijdige facetten.”, “In Pacifico’s proza schuilt een werkelijk onstuitbare sarcastische kracht. Hij is beslist een van de meest begenadigde schrijvers van zijn generatie, een van de weinigen voor wie schrijven een serieuze zaak is. Dit is wat je noemt stijl.” en “In zijn verlangen naar puurheid raakt een tot een conservatief katholicisme bekeerde jongeman steeds meer in psychische nood.”

Het boek neemt je in een maalstroom van woorden mee naar het gezin Rosini, dat in Rome woont. Piero heeft een oudere zus en twee oudere broers. Met zijn vader botert het niet echt, maar Piero heeft geld nodig om zijn uitgever Nos Possumus te kunnen verlaten om een eigen uitgeverij te starten. Als 24-jarige zou Piero tot het katholieke geloof bekeerd moeten zijn ‘uit angst voor de apocalyps, in combinatie met een enorme behoefte aan liefde’. Na zijn bekering probeert hij een zo puur mogelijk leven te leiden, zonder literatuur, muziek, films, zonder zijn vroegere vrienden. En zonder zondige gedachten aan vrouwen, lastig met zijn rondborstige, maagdelijke schoonzus Ada in de buurt. En zo krijg je een oppervlakkige drang naar puurheid en een onstuitbare drang naar alles wat God verboden heeft voorgeschoteld, maar dan wel als volstrekte antiheld. Zo ontvlucht Piero de uitgave van een boek over de joodse wortels Paus Johannes Paulus II door naar Parijs te verhuizen. De verwachte controverse over de antisemitische thematiek blijft echter uit, zo lees je aan het slot van het boek. Sterker: Piero’s naam wordt nergens genoemd, zelfs niet als mede-redacteur. In Parijs ontmoet hij een aantal meiden en trekt bij één van hen in. Joints en xtc gooien de remmen los, Francesco Pacifico tovert een alter ego Rosenzweil op het toneel. Beide personages willen enerzijds steeds dichter bij overspel en de geslachtsgemeenschap met Clelia, één van de meiden komen, anderzijds moet de huwelijksband met Alice aangehouden worden. Die vindt het verblijf van Piero blijkbaar maandenlang ok, maar komt rond de uitgave van het boek dan toch naar Parijs, later gevolgd door Ada. Dat de antiheld ergens in zijn zelfgecreëerd moeras van dromen, fantasieën en door drugs opgewekte roes zal ondergaan, verbaast je niet als lezer. De overdosis schunnigheden en platitudes om naar vrouwen te kijken en intussen zogenaamd je puurheid te bewaren, is één grote contradictie. Het verhaal heeft menigmaal de vraag opgeroepen waarover deze geschiedenis nu gaat, en of hier überhaupt van een roman gesproken mag worden.  Wil je een beetje in het verhaal komen, heeft voorkennis van de Bijbel, het rooms-katholicisme en jodendom zeker zin. Mocht de schrijver denken dat hij met zijn geschiedenis echt een exponent van het nieuwe Italië is, of zinvol tegen heilige huisjes aanschopt: nee. En geloof me, er zijn vele betere pyschologische of ontwikkelingsromans in de boekwinkel of bibliotheek te vinden.