Ildefonso Falcones – De hand van Fatima

de hand van fatimaNa het succesvolle debuut De Kathedraal van de Zee ligt sinds 2010 De hand van Fátima van de Spaanse Ildefonso Falcones (advocaat, vader van 4 kinderen en auteur, waar haalt hij de tijd vandaan?) in de boekwinkels. Dit voorjaar had ik dit 933 (!) pagina’s dikke boek al eens tot pagina 30 gelezen, en vervolgens tot de zomervakantie bewaard. Om zo’n vuistdikke roman af te ronden, heb ik meer nodig dan enkele uren per week in de trein. Uitgever Sijthoff belooft een roman ‘vol vaart en verve’, maar ik herken alleen de 2e kwalificatie. Hoofdpersoon Hernando Ruiz (of als moslim Ibn Hamid), door een Rooms-Katholieke priester bij een moslima verwerkt, zwenkt zijn leven lang tussen een christelijke en moslimidentiteit, of het nu als muilezeldrijver, paardentemmer, kopiist van Korans, aanklager van moslimbroeders, slaaf, leerlooier of aspirant-kalligraaf is. Eén van zijn raadsheren adviseert hem zich christelijker dan de christenen en islamitischer dan de moslims voor te doen.

De ruwe werkelijkheid in de honderden pagina’s is, dat de morisken (gedwongen tot het christendom bekeerde moslims) èn christenen, en de familie van Fernando (moeder Aisha, vader Brahim, vrouw Fatima, broers, zussen, kinderen) en vrienden alles doen wat God en Allah verboden hebben en behoorlijk op eigen winstbejag, lichamelijke bevrediging en het laten prevaleren van eigen goeddunken boven wat sociaal aanvaard, in de gegeven situatie wenselijk en gepast is. Er wordt gelogen, bedrogen, gestolen, gemoord, overspel gepleegd, gewerkt voor zowel de Rooms-Katholieke als gewelddadige moslimgemeenschappen, gevochten, geroofd, gekaapt, gegokt en wat dies meer zij. Natuurlijk vergoelijkt Falcones dit tot ‘inspannen om de cultuur te behouden en over te dragen aan volgende generaties’. De roman start met de opstand in de Spaanse Alpujarras waar in 1568 een opstand wordt uitgevochten en eindigt na 1610, waarin per edict de morisken uitgewezen worden uit Spanje. Hoofdstukken lang wordt per dag gedetailleerd verslag gedaan over de strijd en de persoonlijke beslommeringen. Daarna worden versnellingen in de tijd toegepast om het leven in Cordoba te schilderen. Afwisselend wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van Hernando en Fatima, meer gescheiden dan verenigd (zowel voor de christelijke kerk als voor de moslims getrouwd, maar nog vaker ingepikt door ‘vader’ Brahim. Moeder Aisha houdt keer op keer door haar zwijgen niet de familie-eer, maar zichzelf in leven, en bezorgt Hernando eigenlijk alleen maar verdriet. Het boek maakt boos en verdrietig om zoveel onrecht, zogenaamd in de naam van een godsdienst, maar ook zo overduidelijk gepleegd door zondige mensen.

Falcones lijkt meer op te hebben met de moslims dan de Rooms-Katholieken en verweeft ontelbare historische, culturele en sociale feiten in zijn relaas, dat je echt niet alles onthoudt. De achtergrond van de 16e en 17e eeuw, zowel de 80-jarige oorlog, de gewelddadige Spaanse Inquisitie, de kapers op de Middellandse Zee en de pogingen zowel Al-Andalus te heroveren op de christenen als het kerstenen van voormalig Islamitische plaatsen en bevolkingsgroepen en dat alles beschreven met alle denkbare bloederige en sensuele details. In die zin heeft het amulet De hand van Fatima géén kracht getoond om werkelijk het kwaad af te wenden. Het is een roman, en dus komen de hoofdpersonen elkaar in de decennia durende vertelling elkaar toch weer tegen, blijft de held leven, ontsnapt deze net wat vaker dan hij gevangen gezet wordt. Het zwijgen van zowel de aardse moslimmoeders (Aisha, Fatima) contrasteren met de durf van de christenvrouw Rafaela en vallen samen met het zwijgen van Allah en God, ondanks de pogingen via Abraham en Maria een brug te slaan.

De driehoeksverhouding tussen Hernando, Fatima en Rafaela wordt in Sevilla pijnlijk. Een regelrecht zwaktebod van Falcones is het inleggen van het Evangelie van Barnabas als zogenaamd 1e eeuws geschrift, ouder dan de reguliere 4 evangelisten. Naast de feitelijke onjuistheid, de suggestie inderdaad als Spanjaard stout partij te trekken voor de onderdrukte moslims, is zo ook de indruk gewekt, dat er voor dit fictieve werk wel meer historische details gebruikt zijn. De blijdschap van recensenten die denken met deze roman een feitelijk juiste historie voorgeschoteld te krijgen, is dan onterecht. De auteur wijdt in zijn nawoord wat pagina’s aan uitleg over de historische details en ingelegde verhalen over de vervalste vertalingen en relikwieën van morisken om via die weg een brug tussen Islam en Christendom te slaan. Lof voor de vertaalsters Marga Greuter en Joke Mayer. Stoer ook, als je dit boekwerk als e-book weet uit te lezen. Vermoeiend en toch boeiend, vanwege de benodigde tijd echter niet uitnodigend snel nog eens De hand van Fatima te gaan lezen.