P.F. Thomése – De weldoener

Was het toeval dat ik P.F. Thomése bij de start van het jaarlijkse Boekenbal op televisie zag, dat ik aan zijn nieuwe roman De weldoener was begonnen? Ik kende de schrijver noch zijn vorige romans, nu in elk geval een beeld bij de man achter deze liefdesroman. Hoofdpersoon Sierk Wolffensberger, componist en koordirigent in Haarlem (door Thomése overdreven afgekort als H***). Dat de voormalige Theo Kies zich heeft hernoemd, is om indruk te maken. En zo start de roman dan ook met een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden en verheven taalgebruik. “Alleen hij, stuurse schepper van stilte, is ontheven van plaats en tijd, vrij man onder de eindeloze hemel, dood weliswaar maar vrij, gehoorzamend slechts aan Gods ondoorgrondelijke wil” is slechts een voorbeeldzin. Kies/Wolffensberger acht zich echter los van God, ziet zichzelf als grootmeester, getrouwd met een Luxemburgse Ghislaine die alleen maar Frans tegen hem praat, vader van de eniggeboren zoon Théophile. Zijn compositie Duisternissen nadert het debuut op Goede Vrijdag. Maar de lijdensweek, in de roman opbouwend naar het sterven en de opstanding als leitmotif, rekent af met geloofswaarheden en structuren als gezin, vertrouwensband en reputatie. Als hij op een morgen via de achteringang van een kerk een meisje ontdekt dat zelfmoord gepleegd lijkt te hebben, ontfermt hij zich over haar. Het is de start van een doldwaze week, waarin Kiers het meisje naar het ziekenhuis brengt, afschermt voor haar Haarlemse familie in een schuilplaats, toch zijn Duisternissen gaat laten uitvoeren, maar zelf ineenzakt. Als tegenbeweging blijkt de jongedame Beertje, dochter van collega Lou Wehry en één van de veroveringen van zoonlief, wordt een afscheidsbrief gevonden en vermoedt de omgeving wie er in het complot van de verdwijning van Beertje welke rol speelt. Dan volgt een onbezonnen vlucht naar Zwitserland om in het vakantiehuisje van de schoonfamilie onder te duiken. Dan zijn andermaal de rollen omgedraaid. In het paasweekend drogeert Beertje zowel Kiers als zichzelf, sigaretten zetten het bed in de fik, maar alleen Beertje weet op tijd op te staan en het huisje te ontvluchten. “Ze beseft het nog niet helemaal, maar ze heeft nog een heel leven voor zich.” Ja, een liefdesroman, maar ook een zeer opzichtig plot rond een vaker betreden pad van zo hard van God los willen zijn, maar toch zo vast zitten, zeggen goed te willen doen, maar pervers in hart en nieren zijn.