Reacties op Waarlijk vrij?

Lezen en toetsen moet verder gaan dan in je berichtgeving of blog alleen de persberichten van de uitgever of de promotietekst op de achterflap kopiëren, zoals op Boinnk. De commentaren op bijvoorbeeld het CIP.nl bericht bij verschijnen van het vorige week besproken Waarlijk vrij? Bevrijdingspastoraat in het licht van Els Nannen getuigen van zonder het boek gelezen te hebben lekker kort door de bocht te reageren, geheel in de stijl van een willekeurig forum: vooral negatief, buiten de context, met een grabbel uit losse bijbelverzen en vooral op de persoon in plaats van het onderwerp. Je leest in de commentaren ook de – vaak niet onderbouwde – stellingnamen ten aanzien van gebondenheid en bezetenheid van gelovigen (terwijl dezelfde gelovigen volgens de commentaren toestemming moeten geven voor duivelsuitdrijving), de geïntroduceerde ambten, functionarissen, rituelen en processen in een sessie.

Appels met appels vergelijken

Het is heel verleidelijk je eigen ervaring tegenover stellingnamen te zetten, maar stellingen zijn er nu eenmaal om gefundeerd te weerleggen of te beamen. Leerstellingen als demonologie bestrijd je niet met gevoel, ervaring, indrukken, maar met ‘er staat geschreven’ of ‘argumentatie klopt niet, want..’

Een voorbeeld. Op pagina 137 behandelt Els Nannen willekeurige tekstverbindingen: “Wilkin van de Kamp bedenkt nog eigenaardiger verbindingen. Zo koppelt hij Leviticus 6:14,19 aan het lijden en sterven van de Here Jezus: ‘Zoals de hogepriester op de grote Verzoendag de opdracht kreeg om zeven maal het bloed van het offerdier op de aarde te sprenkelen, zo doordrenkte het bloed van Jezus zeven maal de aarde. Als u gelooft dat Jezus dit offer voor u gebracht heeft, zal het wonder van het kruis ook in uw leven plaats vinden. Want wij mensen zijn evenzo uit de aarde’. (Zeven stappen op weg naar vrijheid, 2006, 6).”

In Leviticus 6 wordt vanaf vers 14 helemaal niet over een offerdier, maar over het spijs- of graanoffer gesproken. Bij Marc Verhoeven staat op de site een Word document met ruw materiaal van Els Nannen, waarin de passage ook genoemd is, maar dan met de juiste tekstverwijzing: Leviticus 16, tien hoofdstukken verderop. Dat is toetsen aan de hand van de schrift.

Een ander voorbeeld. Op pagina 143 behandelt Nannen wat M.J. Paul in Deuteronomium 18 leest. “….Er is echter duidelijk sprake van een profeet, een persoon, en wel in het enkelvoud…..Om dat te onderbouwen verwijst hij naar Numeri 23:23, maar dan in een afwijkende vertaling:..” Hier is Nannen zelf niet duidelijk. Afhankelijk van de Bijbelvertaling die je leest, wordt profeet in enkelvoud (NBG1951, NB, SV) of meervoud (NBV) gebruikt in vers 15 en is de afwijkende vertaling van bijvoorbeeld NBV in Numeri 23:23 ten opzichte van de niet genoemde, maar veronderstelde NBG1951. Voor de juiste exegese vind ik het dan interessant om te onderzoeken, waarom gekozen is voor de verschillende vertalingen. Wat stelt de Hebreeuwse grondtekst? Wat is er bedoeld. En op dit punt pleit ik voor de vertalers in de NBV: “Voortekens lezen is Jakob vreemd, van waarzeggerij houdt Israël zich ver; God zelf spreekt tot Jakob, op zijn eigen tijd, God zelf zegt tegen Israël wat hij bewerken zal.” Juist die tegenstelling maakt dit vers krachtiger en helderder dan de NBG1951: “want er bestaat geen bezwering tegen Jakob, noch waarzeggerij tegen Israel. Thans worde gezegd van Jakob en van Israel wat God doet:” (want wie is er dan aan het woord? En bij wie zoek je je instructies?)

Een derde voorbeeld. Op p.221 over de geestesdoop als wapen stelt Nannen: “De Schrift vermeldt in 1Korinthiërs 12:13 – de énige schriftplaats over de betekenis van gedoopt worden in de Geest – bij dit objectieve heilsfeit geen subjectieve ervaring en evenmin tongentaal als bewijs. Omgekeerd zegt de Bijbelse leer over tongentaal niets over het gedoopt zijn in de Geest tot Christus’ Lichaam. Het spreken in niet geleerde vreemde talen was immers een doelgebonden taalteken voor Israël (1Kor. 14:21-22).”

Hoewel in een context die verder gefundeerd de pneumatologie van geestesdoop als ervaring, gescheiden en volgend op de wedergeboorte, afwijst, zit er in bovengenoemd stuk in de laatste zin met ‘immers’ een foutieve aansluiting en suggestie over doel(groep). In 1 Korinthiërs 14 verzen 21-25 staat namelijk: “Er staat in de wet: ‘Ik zal tot dit volk spreken door mensen die vreemde talen spreken, door de mond van vreemdelingen, en zelfs dan zullen ze niet naar mij luisteren-zegt de Heer.’ Klanktaal is dus een teken dat niet bestemd is voor gelovigen maar voor ongelovigen, en profeteren is niet voor ongelovigen maar voor gelovigen. Wanneer namelijk de hele gemeente samenkomt en iedereen zich in klanktaal uit, zullen ongelovige buitenstaanders die de samenkomst bezoeken dan niet zeggen dat u krankzinnig bent? Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’”

Ja, we zijn onvolkomen en mogen leren

1 Korinthiërs 13 verzen 8-12: “Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.”

Als we al prat zouden gaan op profetieën, of ze als waarheid boven de Schrift stellen, meer dan alleen in klanktaal spreken, vol van kennis zijn, past ons bescheidenheid. Aan de andere kan mogen we het kinderlijke achter ons laten en als volwassenen denken en spreken. Op leerstellingen van sprekers, boeken van schrijvers, conferenties, trainingen en dergelijke, mogen we als volwassen gelovigen reageren.

Eveneens mag je fouten belijden en ze achterlaten bij het kruis, leren uit ervaringen met God die door Zijn Woord spreekt en via Zijn Geest jouw geest verlicht. Veronderstellingen en overtuigingen, beperkt in aard en opzet, mogen bijgesteld worden. Voor mij persoonlijk is Waarlijk vrij? aanleiding om een aantal boeken te herlezen en mijn positie tegenover dwaalleringen van specifieke ‘bevrijdingsdienaars’ die hier in Nederland en in of georganiseerd door eigen gemeente(s) werken of gewerkt hebben, hoewel ik al jaren geen conferentieganger meer ben, nog verder aan te scherpen. Zoals beloofd in de boekrecensie een kritische blik in m’n eigen boekenkast en dus vanwege het onderwerp op de agenda:

  • Guy P. Duffield, Nathaniel M. Van Cleave – Woord en Geest Hoofdlijnen van de theologie van de pinksterbeweging (1996)
  • W.J. Ouweneel – Geneest de zieken! Over de bijbelse leer van ziekte, genezing en bevrijding (2003)
  • Rianne van der Smitte & Jan van der Hoeven – Als het licht duisternis is (1989)
  • Elly Sterk – Uit de school geklapt (2006)

Daarnaast wil ik (online) checks doen van de wortels / achtergronden van een aantal bekende in Nederland opererende werkers op dit vlak. Houd je nog wat leesvoer van me tegoed!