Els Nannen – Waarlijk vrij? Bevrijdingspastoraat in het licht

Het artikel “Wie satan bindt, wordt zelf gebonden.” in het Reformatorisch Dagblad van 16 februari 2011 was voor mij de aanleiding het boek van Els Nannen Waarlijk vrij? Bevrijdingspastoraat in het licht te kopen, lezen en te verwerken. In brede christelijke kring is steeds meer belangstelling voor bevrijdingspastoraat. Vaak is gedachtegoed met Amerikaanse sprekers en schrijvers meegekomen naar Nederland en hier verspreid, versterkt en toegepast. Na eerder in 1985, 1995 en 2003 over het onderwerp geschreven te hebben, een tijd lang voor zendingswerk in het buitenland geweest te zijn, is Waarlijk vrij? een Nederlandstalige toets van demonie, gebondenheid en bevrijding(spastoraat) met de Bijbel als richtsnoer. Uitgangspunt is het reformatorische getuigenis: alleen Jezus Christus, alleen de Schrift, alleen uit genade en alleen uit geloof. Wie denkt daaraan te mogen of moeten toevoegen, bijvoorbeeld door bijbelteksten te verdraaien, ervaringen tot norm te verheffen of buitenbijbelse influisteringen tot gelijkwaardig aan, of juist boven de Schrift te stellen, is bij Nannen aan het verkeerde adres. Waarlijk vrij? is ernstig, hoewel nog veel conclusies in vragende vorm gesteld worden. Waarlijk vrij? is zo opgezet dat je het thematisch kunt lezen, maar ook in z’n geheel. Doe je, zoals ik, het laatste, zul je nogal wat herhalingen, maar ook verdiepingen en samenvattingen tegenkomen. Het 441 pagina’s tellende hoofdwerk is zo in meerdere opzichten pittige kost, maar ook in delen tot je te nemen.

Exorcisme en bevrijdingspastoraat in de Bijbel?

Bevrijdingspastoraat zul je in de Bijbel niet tegenkomen, hoewel het aanbod van conferenties, bevrijdingsbedieningen, leerstellingen, boeken en folders anders suggereren. Wat in een eeuw tijd met name vanuit de ontstane Pinkster- en charismatische beweging naar ons toegekomen is, beïnvloedt uiteraard ook de ‘gevestigde’ kerken, zo ook die op reformatorische of gereformeerde grondslag. Uitdrijven van demonen (exorcisme), ondervragen, binden en bestraffen van demonen, soms zelfs van de satan, is echter veel ouder en ook niet alleen gerelateerd aan het christelijk of joods geloof. Oosterse priesters in de oudheid waren al beroemde exorcisten; tegenwooridg vind je ze bij animisten in Afrika, shintoïsten in Japan of Indianen in Zuid-Amerika. Denk ook aan sjamanen, hindoepriesters en boeddhistische priesters, evenals moslimgeestelijken.

Bijgeloof en vermenging van christelijk geloof met woordmagie, toverij en geestenbezwering bij de Kerkvaders wordt als eerste beproefd. Er zijn immers mensen die stellen, dat we weer naar de Vroege Kerk terugmoeten, alsof vóór het verval in de Rooms-Katholieke Kerk alles OK was. Hedendaagse sprekers en schrijvers die klakkeloos fabels over die periode brengen, zoals ds. W.C. van Dam en M.J. Paul, worden getoetst. De zeer bedenkelijke praxis van ds. Johann Christoph Blumhardt (1805-1880) rond omgang met demonen, maar ook zijn leer van een ‘tussentoestand’ na het sterven geven stof tot nadenken. Nee, dit is géén Rooms-Katholiek met gedachten over een vagevuur en bidden voor overledenen, maar een protestant die elk gebod dat God al in het Oude Testament gaf om géén tovenaars of geestenbezweerders te bezoeken overtrad. Vervolgens worden de verschillen, maar ook treffende overeenkomsten met Derek Prince geduid: te sterke benadrukking van toverij, demonen zien achter de zonde van toverij, een taxatie van de eigen bediening op grond van eigen ervaringen en – naar blijkt – valse profetieën. Waar de Bijbel géén aanknopingspunten voor een aanvallende geestelijke oorlog tegen demonen en satan, zogenaamde generatievloeken en een apart ambt van bevrijdingsdienaar geeft, is inmiddels een wijd verbreide argumentatie en praxis ontstaan rond deze nieuwe termen.

Strategisch-geestelijke oorlogsvoering

Hoog tijd om de ‘strategisch-geestelijke oorlogsvoering’ helemaal te ontleden. Geestelijke strijd in de Schrift, zondebesef, bekering, geestelijke groei naar volwassenheid en de dagelijkse innerlijke strijd tussen de oude en nieuwe mens, vlees en geest zijn zó verschillend van leerstellingen als de satan als ‘oorzaak’ van de zondeval van de mens zien, satan als ‘rechtmatige’ heerser over de aarde en de mens, ‘territoriale demonen’ en ‘strategisch geestelijke oorlogsvoering tegen satan en demonen als ‘roeping van de gemeente’. Het is ernstig hoe schrijvers als Peter C. Wagner, Cindy Jacobs, Ana Mèndez-FerrellPeter Horrobin, Kenneth Hagin en Neil T. Anderson een ander evangelie voorstellen en eigenmachtig leerstellingen buiten de Bijbel om geconstrueerd hebben.

Woord en Geest

Gevoelig ligt de plaats van de Schrift, zeker ten opzichte van (het spreken van) de Heilige Geest, het al dan niet afgesloten zijn van de canon en de interpretatie van met de Bijbel conflicterende openbaringen, visioenen, visualisaties en profetieën. Hier rekent Els Nannen af met W.J. Ouweneel, Leanne Payne, Lin Button en Joost Verduijn. David Wilkerson‘s leer dat de charismatische geestesdoop van occulte en andere gebondenheden vrijmaakt tikt door in het werk van Teen Challenge onder verslaafden. Vanuit de praktijk wordt nogal eens een Bijbelse legitimatie gezocht in plaats van andersom. Van John Wimber is het citaat: “We brengen al onze ervaringen in kaart zodat we een theologie kunnen ontwikkelen.” Dan ligt de Bijbel inmiddels onder het stof, of wordt verknipt gebruikt om in het eigen ervaring-straatje te passen.

Tongentaal (niet tot God, maar tot mensen of demonen) en het al dan niet vertalen ervan, het lokaliseren van demonen in het lichaam via materie en handoplegging vormen de volgende zorgen van Nannen. De manier waarop met de Schrift wordt omgesprongen, het tot passief object van demonische gebondenheden, zelfs bezetenheid van christenen, en dus makkelijke doelgroep van bevrijdingsdienaars maken van de in zonde gevallen mens (elk aanbod schept z’n eigen vraag), is meer dan zorgelijk. Dat de mens keuzevrijheid is gegeven door God, de Schepper, en kiest om te zondigen en daarvoor zelf verantwoordelijk gehouden wordt, is blijkbaar geen populair theologisch leerstuk meer.

In de tunnelvisie van ‘bevrijdingsdienaren’ wordt alles in het licht van exorcisme gezien, ingelegd en verklaard. Van lichamelijke genezing, genetisch overdraagbare vloeken, doop met vuur, bloedmagie, oliezalving, lofprijzing, vlaggen, handoplegging en aanblazen als machtsmiddel; er lijkt geen eind te komen aan de middelen en ogenschijnlijk christelijk getinte rituelen en media die benut worden om demonen en satan aan te vallen…en bij de hulpvragers een hoop brokken te maken. Ook landgenoten als Wilkin van de Kamp, Corrie ten Boom, Henk Poot en Immanuël Livestro bedienen zich van deze mix.

In het hoofdstuk gesignaleerde uitdrijvingspraktijken toetst Nannen het identificeren, aanspreken en ondervragen van demonen in concrete situaties, het binden van satan en demonen door mensen, geestesdoop als kamervulling voor de bevrijde gelovige en zelfexorcisme, plus praktijken als (herhaal) schreeuwen tegen de duivel, het reinbidden of vrijzetten van materie, ruimten, huizen, kerken of plaatsen, kritische christenen doodbidden om ze uit te schakelen, non-stop bidden vanuit de overtuiging dat zo’n gebed krachtiger is dan een kortstondig(er) gesprek met God en allerlei claims in het kader van ‘je identiteit in Christus’. Voor de één scary stuff, ver van het bed, helaas voor vele medegelovigen ook angstvallig dichtbij en uit de praktijk van eigen gemeente of bezochte conferentie(s) gegrepen.

Een slechte naam voor een goede zaak?

Is er sprake van een kind en badwater? Zijn er goede bedoelingen in het geding? Moet je geen of meer respect hebben voor leraars die ‘ook zoveel goeds’ brengen? Wat is de (blijvende) waarde van bevrijdingen en genezingen? De auteur is klip en klaar: aan de boom(wortels) herken je de vruchten. Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort. Juist vermengen van bijbels verantwoord onderwijs en een eigen toevoeging of het ongetoetst toepassen van leerstellingen van anderen, is gevaarlijk voor zowel de hulpverlener als hulpvrager. Voor wie nog niet overtuigd is, gaat Nannen terug naar de wortels van charismatisch triomfalisme, de leer van E.W. Kenyon, de New Thought-beweging uit de 19e eeuw, Christian Science en de Unity-beweging, waarin het centraal stellen van de mens en zijn beheersing van het leven het denken en handelen van veel actoren in de Pinkster- en charismatische beweging heeft beïnvloed. Ook wordt de invloed van Neil T. Anderson op de pastorale bevrijdingsbeweging uitgelegd. Uitvloeisels als positief denken, positief geloven, positief proclameren, positief visualiseren, het belang van eigenwaarde en een positief zelfbeeld zijn tot in de 21e eeuw direct aanwijsbaar. Volgens Nannen zijn alle leidinggevende vertegenwoordigers van de charismatische geloofsbewegingen als geestelijk kroost van E.W. Kenyon te beschouwen. Er wordt te veel klakkeloos overgenomen zonder eerst leringen en praktijken grondig bestudeerd en aan Gods Woord getoetst te hebben.

Naast overschatting ook onderschatting

Na de getoetste overaccentuering en -schatting van de macht en werking van duivel en demonen verkent Nannen tenslotte argumenten voor een onderschatting of zelfs ontkenning van de mogelijkheid van een demonische gebondenheid bij gelovigen.

Geroepen om te verkondigen

De roeping van de gemeente van Christus, stelt de voormalige docente psychologie, is de verkondiging van het Evangelie aan alle volken en niet een concentratie op satan en demonen. Christus is primair gekomen om plaatsvervangend Gods straf op de zonde van mensen te dragen, niet om de duivel te lijf te gaan. Wie werkelijk de eigen inzichten en overtuigingen wil toetsen, doet er goed aan, voorzover bij het lezen nog geen lampje is gaan branden, aan de hand van de bibliografie en het personenregister de eigen boekenkast, krantenbak, agenda en gemeentevisie na te pluizen. Lees en bestudeer de Bijbel, houd teksten in hun context, toets en behoud het goede, reken af met zonde (je eigen fouten!).

En toen?

Dit is geen boek om onbeantwoord te blijven. Ik ben benieuwd naar reacties van mensen die het boek al gelezen hebben. Zelf zal ik binnenkort één of meer artikelen schrijven naar aanleiding van dit boek met een meer persoonlijk tintje of ter verdieping van de conclusies ten aanzien van schrijvers, denkers en doeners hier te lande. Met een geestelijke reis vanuit Christelijk Gereformeerde Kerk, Volle Evangelie Gemeente, Pinkstergemeenten en Evangelische gemeenten heb ik de afgel0pen 3 decennia veel van het beschrevene zelf gezien, getoetst en een plek gegeven.