Sherko Fatah – We gaan als het donker wordt

Sherko Fatah‘s We gaan als het donker wordt is een fraaie roman rond onthechting. De in de DDR opgegroeide Koerdische immigrantenzoon Fatah (1964) reisde intensief door z’n geboorteland. In het boek zoekt de Koerd Kerim, na in zijn jeugd opgegroeid te zijn in en rond het restaurant van zijn vader, de indrukken van de Iran-Irak oorlog, de Jihad-strijders en onderdrukking door het regime, de dreiging van leraren, haat & nijd onder het mom van religie, maar vooral een zoektocht naar vrijheid. Via mensensmokkelaars, overtochten via Turkije en Griekenland, het schip de Sea Star, met continu de dreiging van verraad, teruggestuurd te worden, ontmoeting met oude vijanden, belandt hij in een asielprocedure in Berlijn. Het boek is opgezet als serie sfeerbeschrijvingen in relatief korte hoofdstukken. Veel gebeurtenissen uit de afgelopen tientallen jaren worden als historische feiten erbij gepakt of kort aangestipt, overigens zonder al te veel diepgang. Je moet dus zelf de kranten en nieuwsberichten hebben gevolgd om de roman goed te kunnen plaatsen. De les van zijn leraar tijdens het verblijf bij de strijders: Dat de Almachtige over iedereen waakt, dat hij iedere, ook de kleinste gelovige ziet. ”En zolang hij jullie ziet, zijn jullie meer dan een ademtocht. blijft hem bij, ook in Duitsland, waar hij toenadering zoekt, maar slechts lichamelijke hechting met de Duitse Sonja vindt. Sonja op haar beurt kan ook niet kiezen tussen Stefan, een zanger van een typisch Duitse rockband en haar vreemdeling.

Onder de hoede van zijn oom Tarik krijgt hij zowel de theorie als de praktijk van het westerse individualisme, maar ook de zoektocht naar een eigen bestaan en toch gemeenschap vinden. Gewoon leuk is de via het willen schaatsen, maar door het ijs zakken omdat Kerim de afzettingen niet kan lezen scene die leidt tot de ontmoeting met Sonja. Kerim doet zijn best in te burgeren, maar belandt tevens in ongure circuits, waar junkies afgetuigd worden. Als hij ten leste een moskee binnengaat, herkent hij een landgenoot, dat een onheilspellend einde inluidt. Wat Kerim aan zijn getob overhield, was het diepe verlangen naar een zuiverheid van geloof, die een zuiverheid van leven zou betekenen.

Kerim verlangt naar eenheid, maar vindt de strijder Amir op zijn weg, die Kerim uiteindelijk neersteekt, waarna Kerim in zijn laatste levensminuten de blindheid die haat en de strijd tegen het westen uiteindelijk brengt: lucht en leegte. Nog zo’n gedachte uit het boek: Je mist religie of je culturele gebondenheid niet zolang je er middenin zit. In den vreemde ga je ze pas missen. In een niet-vertrouwde omgeving wordt de religieuze ervaring intenser, vermengd met een gevoel van heimwee. Daardoor neemt ook de aantrekkingskracht van radicale standpunten toe. De schrijver legt zijn roman in de video hiernaast uit.