The Choir – de-plumed

      No Comments on The Choir – de-plumed
  • Dreams (Voices in Shadows, 1984), alsof de liedjes van O How The Mighty Have Fallen ook in 1984 geschreven hadden kunnen zijn. Het geeft de constante kwaliteit en tijdloosheid aan.
  • 15 Doors (Shades Of Gray, 1985), dat als akoestisch down-tempo een heel ander timbre heeft dan de wave-rock.
  • Black Cloud (Diamonds and Rain, 1986), helder en sprankelend.
  • Clouds (Chase the Kangaroo, 1988), één van de hoogtepunten van het oorspronkelijke album, nu tijdloos terug, hoewel qua arrangement nog dicht tegen het origineel.
  • To Bid Farewell (Wide-Eyed Wonder, 1989), nog steeds een mooi liedje.
  • A Sentimental Song (Circle Slide, 1990), met name Steven moest zich ditmaal inhouden. Liefelijke akoestic pop, druipend van liefde, resteert.
  • Love Your Mind (Kissers and Killers, 1993), was al semi-akoestisch, dus dichtbij het origineel.
  • Spring (Speckled Bird, 1994), opnieuw een up-tempo song, dat langzaam met cello ook goed klinkt.
  • Leprechaun (Free Flying Soul, 1996), in plaats van elektrisch gitaar nu mondharmonica als intro, mooi.
  • Hey Gene (Flap Your Wings, 2000), de tribute song aan de overleden Gene Eugene, maatje in The Lost Dogs en zelf voorman van Adam Again.
  • Enough To Love (O How the Mighty Have Fallen, 2005), ook dit was al een semi-akoestisch origineel.
  • Friend So Kind (Burning Like the Midnight Sun, 2010), cello in de hoofdrol op deze fraaie afsluiter.

Geen negatieve uitzonderingen, maar een coherente productie. Voor de trouwe fans een verplicht nummer, voor de liefhebbers van doordachte akoestische popsongs dé gelegenheid om alsnog in te haken.