Kees Kleinjan – De spiegeltjes van de caleidoscoop

In de roman De spiegeltjes van de caleidoscoop schildert Kees Kleinjan het onafwendbare noodlot voor de joodse familie van Ben en Esther. Bens vader was in 1865 straatarm weggetrokken uit het Poolse dorp Oswiecim in Galicië met het plan vanuit Nederland naar Amerika te gaan. De roman start in 1938 als Ben en Esther terugkeren van een zakenreis in Duitsland, de eerste hakenkruisvlaggen en berichten over jodenvervolgingen meekrijgen. Al vergaand geassimileerd kiezen familieleden voor het gaandeweg accepteren van de beperkingen ten aanzien van joden, gemakkelijker in geval het anderen betreft, steeds minder ontspannen als het de eigen bewegingsruimte en personen betreft. Waar aangetrouwde zoon Arthur onder één hoedje speelt met de NSB, Ben zelf aanvankelijk een rol in de Joodse Raad ambieert en een ander stel net op tijd wegtrekt naar Engeland, wordt het fatum dreigender. De oorlog bereikt Nederland, het Joodse Weekblad verwordt tot spreekbuis van de bezetter. De werk- en vernietigingskampen zijn net als de aanhoudende oorlog, de propanda en colaboratie met de vijand geen fabeltjes meer. De spiegeltjes van de caleidoscoop kunnen bewegen om een ander beeld te scheppen, maar de werkelijkheid blijft daar. Hoe vaak Bachs “Bleib bei uns, denn ess will Abend werden…” ook gespeeld of gezongen wordt, hij uiteindelijk bij de aftocht naar een kamp ‘wist dat zijn muziek, maar ook zijn gedachten en gevoelens hem nooit konden worden ontnomen’, het opnieuw bij het verkeerde eind kan hebben en zijn noodlot eenvoudigweg niet met geld, goede raad of gezond verstand kan wegmoffelen.

Hoewel ik al veel oorlogsboeken heb gelezen, en op het VWO een voorliefde voor de ‘noodlottige’ romans van Arthur van Schendel had, wist Kleinjan toch te boeien en de toenemende beperkingen en het onvermijdelijke familiedrama scherp te verwoorden.