Lody van de Kamp – Oorlogstranen

Lody B. van de Kamp (1948) studeerde voor rabbijn aan talmoedscholen in Zwitserland en Engeland. Hij was daarna als rabbijn verbonden aan verschillende orthodox-Joodse gemeenten. In zijn in 2008 uitgebrachte roman Oorlogstranen belicht hij een onderbelichte kant van het verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog, namelijk het laten onderduiken van joodse kinderen. Aangezien ruim 100.000 Nederlandse joden de dood vonden in de oorlog, zijn er heel wat weeskinderen ontstaan. Oorlogstranen gaat over de lotgevallen van twee zussen die elkaar pas na vele tientallen jaren terugvinden aan de hand van welwillende ooms en tantes, toevallige samenloop van omstandigheden en een geërfd emaille broodtrommeltje met onder meer een persoonsbewijs en ketoeba (huwelijkscontract). Lucia, de hoofdpersoon in de roman, worstelt met het niet kennen van haar afkomst, de verplichtingen die via een rooms-katholieke opvoeding in een Belgisch mijndorp op haar pad komen als non en het uiteindelijk verbreken van gedane geloften om haar ouders terug te vinden. Ook anderen moeten hun beloften verbreken om de waarheid van het verleden onder ogen te zien en duidelijk te maken wie bij wie hoort. Het is een rode lijn die natuurlijk ook in het verzet speelde (‘goed’ en ‘verkeerd’, jodenvriend of NSB’er, verzetstrijder of verrader). In beeldende taal, geschreven vanuit het perspectief van een opgroeiend kind, wordt de leefwijze tijdens de oorlogsjaren in Enschede en de Achterhoek, en de wederopbouw in de Limburgse en Belgische mijnstreek en de zich hervindende joodse gemeenschap van Amsterdam en Enschede geschilderd. De complicaties die verschillende godsdienstige opvoedingen geven, maar ook het verschil tussen innerlijke overtuiging en van buiten opgelegde rituele verplichting worden haarfijn geduid. Oorlogstranen laat je niet onberoerd, ook na het lezen van genoeg andere oorlogsromans.